Elitaire denktanks in de wijk

Zelf is ze net zo goed een ‘excellerende burger’. Mercedes Zandwijken, voorheen ambtenaar in Amsterdam, gelooft heilig in de kracht van de elite. De concrete successen van haar denktanks bewijzen haar gelijk.

Door Aimée Kiene

Zelf is ze net zo goed een ‘excellerende burger’. Mercedes Zandwijken, voorheen ambtenaar in Amsterdam, gelooft heilig in de kracht van de elite. De concrete successen van haar denktanks bewijzen haar gelijk. ‘Dat is de groep die het meest voor elkaar krijgt.’

Mercedes Zandwijken (53) staat tevreden tussen de wanorde die deze dinsdagavond is ontstaan in café Mansro in de Amsterdamse wijk de Pijp. Het café is bomvol. Jong en oud, zwart en wit, Joods en Surinaams zit door elkaar heen aan lange tafels. Borden rijst worden doorgegeven, kinderen wurmen zich tussen de tafels door.

Hier wordt de afschaffing van de slavernij gevierd, maar dan op een nieuwe wijze. Zandwijken kwam erop nadat ze meermalen teleurgesteld terug was gekomen van de officiële nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij in het Amsterdamse Oosterpark.

Zandwijken: ‘Dat is zo statisch, zo plechtig. De burgemeester is er, of een minister, maar het is verder een inhoudsloze ceremonie. Mijn vriend is Joods. Eén keer per jaar zit hij met zijn dierbaren aan de seidertafel, een maaltijd waarbij met allerlei rituelen wordt stilgestaan bij de vlucht van de Joden uit Egypte.

‘Ik was ontroerd en ook een beetje jaloers op die mooie traditie. En zo bedacht ik de Surinaamse seider. Dat zou een nieuwe traditie moeten worden in de Surinaamse huiskamers, zodat wij elk jaar aan onze kinderen uitleggen wat de geschiedenis voor ons heeft betekend en er op vruchtbare wijze afstand van kunnen nemen.’

Tijdens de eerste Keti Koti Kra tafel (‘verbreek de ketens’) in café Mansro wordt er gebeten op kwasi bitta (bitter hout, dat staat voor het bittere verleden) om daarna een hap zoete kokoskoek te nemen (voor de zoete vrijheid), de bezoekers wrijven elkaars armen in met kokosolie (om de pijn van de herinnering aan de brandmerken weg te wrijven) en zingen daarbij Surinaamse liedjes uit de slaventijd.

Het is tekenend voor het doel dat Zandwijken nastreeft bij alles wat ze doet, vertelt ze de volgende dag: verbindingen leggen tussen mensen en opkomen voor gemarginaliseerde groepen in de samenleving.

Dat zat er van jongsafaan al in. Zandwijken nam het op school al op voor kinderen die gepest werden, ze werd op haar achttiende actief in de anti-apartheidsbeweging en later in de ontwikkelingssamenwerking en in de armoedebestrijding.

Na de moord op Theo van Gogh in 2004 werd haar roeping haar nog duidelijker. Zandwijken: ‘Die moord gebeurde op drempel van mijn stadsdeelkantoor in Oost-Watergraafsmeer, maar ook op de drempel van het werk dat ik deed: ik hield me bezig met de migrantenorganisaties in die wijk. Burgemeester Cohen riep: we moeten de boel bij elkaar houden. En ik dacht: man, je hebt geen idee! We moeten de partijen eerst bij elkaar bréngen.

‘Wij probeerden al jaren verbindingen te leggen tussen de groepen waar we mee werkten, maar dat lukte totaal niet. Ja, één keer in de maand kwamen alle partijen samen in de raadszaal. Maar dat was een rituele dans. Daar werd niet samengewerkt, ze zagen elkaar meer als bedreiging voor de subsidiepotjes.’

In Zandwijkens eigen netwerk in de wijk zaten veel hoogopgeleide mensen met interessante banen. Ze dacht: ‘Waarom zitten mijn vrienden wél in het bestuur van het Fonds voor de Kunsten en niet in het bestuur van een migrantenorganisatie? Waarom kunnen zij niet iets in dit stadsdeel betekenen?’

Ze riep dit netwerk van ‘excellerende burgers’ (onder meer schrijfster Maria Goos, publicist Pieter Hilhorst, presentator Tarik Yousif) bij elkaar. En zo ontstond de eerste ‘denktank sociale cohesie’, een begrip waar Zandwijken de bedenker van is.

Ze werd dan ook projectleider sociale cohesie in Oost/Watergraafsmeer, later werd ze door de Centrale Stad gevraagd het uit te breiden naar andere stadsdelen. Inmiddels is ze haar eigen bedrijf begonnen en zijn in bijna alle stadsdelen (op drie na) denktanks opgericht.

Zandwijken: ‘Ik was enorm verrast over hoeveel animo er eigenlijk is onder burgers om een bijdrage te leveren, hoeveel ideeën mensen hebben, als je het ze vraagt. Ik ontdekte: als je iets wilt bereiken, moet je je richten op burgers en niet op organisaties.’

Op de vraag wat de denktanks opleveren, zegt Zandwijken direct: ‘Innovatie en een nieuw netwerk in de stadsdelen.’ Zo signaleerde de denktank in Amsterdam Zuid-Oost een groot gebrek aan werkgelegenheid in hun stadsdeel. Zandwijken: ‘Ik probeer dat dan te vertalen naar een oplossing. Gedacht wordt nu aan een carrièrebeurs van één dag. ’s Ochtends worden sollicitatietrainingen gegeven en staan er laptops waarop mensen hun cv kunnen uitwerken. ’s Middags komen personeelsfunctionarissen van werkgevers uit die buurt – ziekenhuis AMC en de Nederlandse Spoorwegen – sollicitatiegesprekken voeren. Zo concreet is het. Als het goed is, gaan er aan het eind van de dag mensen weg met een baan.’

Zandwijken richt met opzet op de ‘excellerende burgers’, zegt ze. Dat zijn mensen die succesvol zijn gebleken, die een lange adem hebben en over leiderschapskwaliteiten beschikken. Maar daar kwam ook kritiek op. De denktanks zouden te elitair zijn en er zou niet genoeg geluisterd worden naar de ‘gewone mens’.

Daar is Zandwijken het niet mee eens. ‘De denktanks zijn een toevoeging. Platforms voor de ‘gewone mens’ zijn er allang, die komt aan het woord in bewonerscommissies, in de buurtgroepen. Maar wie schitterde in afwezigheid? Juist de elite, terwijl die groep het meest voor elkaar kan krijgen. De kwaliteiten van de elite worden zichtbaar door de denktanks. Zij voorzien in een infrastructuur waar kansrijk en kansarm elkaar kan ontmoeten. En de elite moet het vóórleven; zij moet het goede voorbeeld geven.’

Dat doet Zandwijken zelf in haar eigen buurtje in Amsterdam-Oost. Op zondag lezen buurtbewoners in de crèche op de hoek voor aan de kinderen, waardoor die ineens weer met elkaar zijn gaan spelen op straat – ook al zitten ze allemaal op andere scholen. De Marokkaanse buurvrouw kookt maaltijden voor de buurt. En komende zondag vertrekt bij Zandwijken voor de deur een grote bus voor een ‘straatuitje’. Zestig man stapt dan in; de buurvrouw neemt een butagasstelletje mee om voor iedereen Marokkaanse thee te zetten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden