Elisabeth Loftus gooit kind met badwater weg

Inderdaad, het geheugen is geen videorecorder, zoals de psychologe Elisabeth Loftus in de Volkskrant van 15 oktober stelde. Haar conclusie dat incestherinneringen patiënten door therapeuten wordt aangepraat gaat echter veel te ver, meent Albert Neeleman....

ELIZABETH Loftus heeft belangwekkend onderzoek verricht naar de beïnvloedbaarheid van het geheugen. Dat het geheugen geen videorecorder is, maar te beïnvloeden door prikkels van buiten en van binnen, is door het onderzoek van Loftus en vele anderen onomstotelijk vastgesteld.

De conclusies die aan dergelijk geheugenonderzoek worden verbonden, deugen echter vaak niet en zijn bovendien schadelijk.

Het is verschrikkelijk als je als goedwillende ouder, je van geen kwaad bewust, ineens door je kind wordt beschuldigd van seksueel misbruik en andere schanddaden. Je sociale omgeving valt uit elkaar en mogelijk wordt je zelfs veroordeeld voor iets wat je niet hebt gedaan. Zelfs als je niet wordt veroordeeld is je hele wereld kapot.

Anderzijds is het eveneens verschrikkelijk als je als kind seksueel misbruikt bent en je je in een pijnlijk therapeutisch proces voor het eerst rekenschap gaat geven wat er met je is gebeurd als kind, en je door niemand wordt geloofd.

Loftus en andere sceptici hebben door middel van laboratoriumonderzoek aangetoond dat herinneringen onbetrouwbaar zijn en dat er zelfs herinneringen 'ingeplant' kunnen worden die gaan over gebeurtenissen die nooit hebben plaatsgevonden. Zij menen dat geheugenverlies voor schokkende ervaringen niet bestaat en dat dus in ieder geval geen geloof moet worden gehecht aan hervonden herinneringen omtrent traumatische jeugdervaringen. Die zijn er door therapeuten met hypnose, droominterpretaties en andere suggestieve middelen ingeplant.

Herinneren is inderdaad een zeer complex proces. Informatie wordt waargenomen, opgenomen, opgeslagen, opgehaald en verteld en bij elk van deze stappen kunnen vervormingen optreden, tengevolge van lichamelijke dysfuncties maar ook tengevolge van spanning, verwachtingen en voorafgaande kennis. De conclusies van Loftus zijn echter een typisch voorbeeld van het kind met het badwater weggooien.

Kinderen en volwassenen hebben over het algemeen een heldere en vrij nauwkeurige herinnering aan schokkende gebeurtenissen uit hun verleden. Het komt echter zeker voor dat mensen die aantoonbaar een traumatische ervaring hebben meegemaakt onware en vervormde details rapporteren. Doorgaans is de strekking van de herinnering intact en nauwkeurig. Altijd vertegenwoordigt een herinnering de persoonlijke betekenis die iemand aan de gebeurtenis geeft en dit gaat soms ten koste van de objectieve juistheid.

Het komt echter ook voor dat mensen zich gebeurtenissen menen te herinneren die nooit hebben plaatsgevonden. Emotionele druk en suggestieve vragen vergroten het risico dat je gaat vertellen, en soms ook geloven, wat een ander van je wil. Tot slot zijn er mensen die om aandacht te krijgen of straf te ontlopen onware verhalen vertellen.

Er zijn geen sluitende methoden voorhanden om te bepalen of en in hoeverre herinneringen waarheidsgetrouw zijn. Dit betekent echter niet dat hervonden herinneringen dus maar afgedaan kunnen worden als verzinsels en suggestie. De bewering dat cliënten traumatische herinneringen wordt aangepraat is absoluut niet wetenschappelijk verantwoord. Er bestaat geen onderzoek over therapeutische beïnvloeding die zo'n conclusie rechtvaardigt. Het feit dat mensen die eerder hun ouders beschuldigd hadden van misbruik hun verklaringen hebben ingetrokken (spijtoptanten) is evenmin bewijs dat dat misbruik nooit heeft plaatsgevonden.

Veel slachtoffers zijn immers uiterst ambivalent tegenover de dader. Loyaliteit, angst en druk van de dader en andere belanghebbenden kunnen reden zijn om eerdere verklaringen te herroepen. Als sommige mensen suggestibel genoeg zijn om zich onechte herinneringen te laten aanpraten, zullen zij ook gevoelig zijn voor de suggestie dat zij bepaalde gebeurtenissen níet hebben meegemaakt.

Behandelaars en andere betrokkenen weten dat het merendeel van hun cliënten met dissociatieve klachten niet zo snel zich iets laten aanpraten, maar juist enorm worstelen met het erkennen van hun traumatische ervaringen. Ze zijn geneigd te blijven denken en hopen dat het slechts fantasie is, omdat het met veel heftig negatieve gevoelens gepaard gaat. Ook angst voor de dader is meestal nog groot.

Het argument van de sceptici dat in laboratoriumstudies nooit 'amnesie' wordt geconstateerd, is niet zo veelzeggend. Trauma's die in de kindertijd hebben plaatsgevonden zijn niet te simuleren in een laboratorium. Je kunt proefpersonen nu eenmaal niet zodanig angst aanjagen dat dit vergelijkbaar ontwrichtend voor het leven is met wat getraumatiseerde mensen hebben doorstaan.

De vergaande conclusies van de sceptici à la Loftus zijn duidelijk in het belang van ouders die door hun kinderen beschuldigd worden van seksueel misbruik in de kindertijd en (terecht of onterecht) ontkennen.

Ze zijn echter ook schadelijk. Allereerst voor mensen die daadwerkelijk seksueel zijn misbruikt en mishandeld, de moed bij elkaar rapen om hun verhaal te doen en niet worden geloofd. Het is bijzonder kwetsend dat wordt ontkend wat voor jou de dagelijkse werkelijkheid is en neergezet te worden als onnozel, leugenachtig of suggestibel. Zeker als je een verleden hebt waarin zoveel werd ontkend en beschuldigd.

Verder pleit Loftus voor psychotherapie die zich niet met het verleden bezighoudt. Dat is onzinnig. Van elke deugdelijke psychotherapie vormen de huidige klachten van cliënten het uitgangspunt, maar je zult je altijd enigermate met het verleden bezig moeten houden om iets van de klachten te begrijpen.

Als psychotherapie die zich ook bezighoudt met het verleden niet meer wordt vergoed, betekent dat effectieve behandelmethoden voor allerlei leed en pathologie overboord wordt gezet en de mensen die er aan lijden in kou komen te staan.

Tot slot wordt de beroepsgroep van psychotherapeuten door de sceptici neergezet als een club vooringenomen, sensatiegeile manipulators. Psychotherapie staat toch al onder druk van bezuinigingen en veel kritiek van buitenaf.

Het is een goede ontwikkeling dat psychotherapeuten zich meer en meer moeten verantwoorden voor hun beroepsmatig handelen, zowel maatschappelijk als wetenschappelijk. Onverantwoord handelen door psychotherapeuten moet aan de kaak gesteld in het belang van (potentiële) cliënten en hun omgeving, de financiers en de beroepsgroep zelf.

Van het cliché-beeld dat psychotherapeuten machtsbeluste geldwolven zijn klopt echter weinig. Macht en geld zijn in andere maatschappelijke sectoren veel gemakkelijker te verwerven.

Albert Neeleman is psycholoog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden