Elfstedentocht per Wadloper: 5 uur en 5 minuten

Binnenkort breekt in Friesland weer het elfstedenseizoen los. Kanovaarders, wandelaars, zweefvliegers, dammers, roeiers, voor elke liefhebber is er wel een elfstedentocht....

Er is natuurlijk maar één Elfstedentocht, maar de enige is het bij lange na niet. Straks, als de kou definitief uit de lucht is, breekt in Friesland het elfstedenseizoen pas echt los.

Wie bijvoorbeeld op een zaterdag voor Pinksteren in Friesland komt, loopt grote kans om vast te raken in een elfstedentocht voor klassieke motorvoertuigen, een elfsteden-vijfdaagse voor wandelaars, of de jaarlijkse roei-elfstedentocht. Daarnaast zijn er talloze mensen die de elfstedentocht 's zomers op eigen gelegenheid fietsen (de gehele tocht is als fietsroute bewegwijzerd door de ANWB), maar er zijn ook kant-en-klare fiets-, skate-, wandel- en paard-en-wagenarrangementen in de aanbieding, inclusief overnachtingen en stempelkaart.

Er zijn ook lieden die de elfstedentocht hardlopen, snelwandelen, steppen, zeilen, kanoën of surfen, al dan niet in wedstrijdverband. Verenigingen organiseren hun eigen elfstedentocht: een zwemclub uit Krimpen aan de IJssel zwom de tocht in 52 uur en 34 minuten, damclub de Skyfkes uit Blauwhuis heeft 'm zelfs gedamd, en de snelste elfstedentocht is waarschijnlijk afgelegd door een zweefvlieger van de Friese Aeroclub, die er hoppend van luchtbel naar luchtbel tweeënhalf uur voor nodig had. En ja, uiteraard bestaat er ook een kroegen-elfstedentocht.

Dat er ook nog mensen zijn die hem scháátsen, komt bijna als zonderling over. Kortom, de elfstedenindustrie is big business, waarin volgens de Noord Nederlandse Bond voor Toerisme jaarlijks tientallen miljoenen omgaan.

Vandaag gaan we een bescheiden bijdrage leveren aan deze miljoenen. We gaan de tocht volbrengen per openbaar vervoer. Voor sommigen ongetwijfeld een huiveringwekkende gedachte, gezien de reputatie van het openbaar vervoer, dat op het platteland bovendien sterk aan het afkalven zou zijn. Of valt het mee? Zes jaar geleden deden we er zeven uur en 35 minuten over, slechts 48 minuten langzamer dan het record van schaatser Evert van Benthem. Met een paar kleine wijzigingen in het routeschema moet het echter sneller kunnen.

Om 11.22 uur stipt vertrekken wij met een dieseltje van Noordnet, type wadloper, uit station Leeuwarden. Een paar minuten later rijden we al door het ongerepte Friese platteland: groene weiden met verspreid liggende boerderijen, zilveren waterlinten en dromerige dorpjes met eeuwenoude kerktorens. Het lijkt alsof hier de tijd heeft stilgestaan, maar sinds 'Jorwerd' weten wij beter. We passeren het dorp vlak voor de halte Mantgum.

In Sneek staat de streekbus naar Emmeloord al te wachten. Die brengt ons naar Spannenburg. Dat is geen dorp, maar een overstappunt voor streekbussen aan de voet van een verkeersbrug en een hoge zendmast. Hier hebben we onmiddellijke aansluiting op bus 44, die ons in enkele minuten in het elfstedenstadje Sloten brengt.

Nog in dezelfde bus doorkruisen we even later Gaasterland, die wonderlijke keileembult tussen Friesland en het IJsselmeer. Het landschap verandert op slag: weiden en plassen maken plaats voor bossen en glooiend akkerland.

Na een half uur zet de chauffeur ons af in Mirns, een gat aan een T-splitsing. Als de bus uit het zicht is, wanen we ons bijna in een road-movie: achtergelaten langs een uitgestorven weg, temidden van lege akkers. De weg vanwaar we gekomen zijn, verdwijnt achter een welving in het landschap, alleen het getsjirp van krekels ontbreekt.

Buurtbus 103 uit Finkebosje komt na tien minuten de hoek omrijden. De bestuurder is een oudere vrijwilliger. We zijn de enige passagiers. Het busje rijdt de IJsselmeerdijk op, waar we een magnifiek uitzicht hebben over het water. Aan de dijk ligt het vergeten gehucht Laaksum, met het kleinste haventje van Nederland.

Zes jaar geleden stapte hier een oud baasje van 92 jaar in, dat op bezoek ging bij zijn dochter in Warns. Omdat een buurtbus een soort rijdende dorpspomp is, informeer ik bij de chauffeur naar de nu bijna honderdjarige. Die heeft slecht nieuws: 'Vorige week is hij gevallen en heeft hij z'n heup gebroken. Hij ligt nu in het ziekenhuis voor een nieuwe.' De chauffeur wijst naar een klein witgepleisterd huisje onder aan de dijk: 'Kijk, daar woont-ie.'

In Stavoren heerst een weldadige rust; het watersportseizoen moet nog beginnen. Het dieseltreintje uit Leeuwarden stopt vlak voor het stootblok. Stavoren is het eindpunt van de lijn. In betere tijden stapten hier de reizigers over op de boot naar Enkhuizen. De treinmachinist verwisselt van cabine en vertrekt vrijwel meteen voor de terugrit.

Er is geen conducteur, de machinist doet op de lijntjes van Noordnet alles zelf: trein besturen, overwegbomen sluiten, vertreksein geven. Voor de controle van plaatsbewijzen zet Noordnet vliegende brigades in, die onverbiddelijk optreden. 'Dat werkt prima', verzekert de machinist, 'althans hier in Friesland.' De stops in Hindeloopen, Workum en IJlst worden benut om even snel uit en weer in te stappen. Mijn reisgenoot ziet het hoofdschuddend aan.

Voor de tweede maal vandaag arriveren we in Sneek, zij het uit een andere richting. Hier staat bus 199 uit Heerenveen al gereed om ons naar Bolsward en Harlingen te brengen. De aansluitingen zijn prima, en vertragingen kennen ze niet in Friesland.

We rijden nu het zeekleigebied binnen, met afwisselend akker- en weideland. Slingerende waterlopen herinneren aan het krekenlandschap van duizend jaar geleden. In de smalle hoofdstraat van Bolsward blijven we een tijdje achter een vuilniswagen hangen, maar we arriveren toch ruim op tijd in Harlingen. Het fraaie station, een rijksmonument, staat leeg en is te huur, zelfs de toiletten zijn dicht. De wadloper komt precies op tijd binnenrijden.

In Franeker voltrek ik nog eenmaal het uit- en instapritueel: nog twee steden te gaan. Het legendarische Bartlehiem is helaas van openbaar vervoer verstoken. Daarom reizen we via Leeuwarden, waar we de snelbus nemen. Na een half uur passeren we ter hoogte van een asielzoekerscentrum het vijftigkilometerbord 'Dokkum'. Hier spelen we onze laatste troef uit: we rijden niet mee tot het busstation, maar stappen iets eerder uit bij de halte Sionsberg. Zo kunnen we direct de retourbus meepakken.

'Beláchelijke onderneming', mompelt mijn reisgenoot, wanneer we de weg oversteken naar de abri aan de overkant.

Twee minuten later jakkeren we over dezelfde weg terug naar Leeuwarden. We komen de stad binnen bij de Bonkevaart, het traditionele eindpunt van de Tocht der Tochten. Maar een ronde is een ronde, dus eindigen we waar we begonnen zijn. Op station Leeuwarden stappen we geheel volgens de dienstregeling om exact 16.27 uit de streekbus. Totale duur: 5 uur en 5 minuten, een messcherp resultaat. Alle clichés over het openbaar vervoer kunnen in de prullenbak: dit is een fantastische prestatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden