Elfstedentocht per stadslogement

Friesland, met zijn lokroep van water en ruimte, is ook aantrekkelijk voor de 'cultuurtoerist'. Want wat te denken van 3500 beschermde monumenten en 54 beschermde dorps- en stadsgezichten?...

STADHOUDER Willem Lodewijk (1560-1620) heeft zijn wenkbrauwen wel eerder gefronst. Bijvoorbeeld toen zijn trotse koosnaam Us Heit (onze vader) de Friezen ruim drie eeuwen na zijn dood inspireerde tot het equivalent Us Mem.

Niet voor een vrouwelijke nazaat van de Nassau's. Nee, voor het standbeeld van een Friese stamboekkoe, dat veefokkers in 1954 aanboden aan het jubilerende Fries Rundvee Stamboek. En de rest van het koninkrijk maar beweren dat de Friezen geen gevoel voor humor hebben.

Maar wat moet de neef van Willem van Oranje nu wel niet denken? Nu achter zijn fiere standbeeld op het Hofplein in Leeuwarden het stadhouderlijk hof wordt verbouwd tot een 'stadslogement', tot een combinatie van hotel en appartementen. En de rest van het koninkrijk maar denken dat de Friezen geen fantasie hebben.

Dat het gebouw in de loop der eeuwen onderdak heeft geboden aan Franse soldaten, een weeshuis, een Latijnse school, een hospitaal, aan logerende Oranje-vorsten, commissarissen des konings en der koningin, aan de gemeentelijke trouwzaal en aan Leeuwarder wethouders en ambtenaren, ach, daar viel nog mee te leven.

Ter meerdere eer en glorie van zìjn Friezen en ter nagedachtenis aan de Friese Nassau-dynastie, die zich vanaf Willem IV (1711-1751) in Holland voortzette ten bate van de hele republiek en na 1813 van het hele Koninkrijk der Nederlanden, past het niet al te kieskeurig te zijn. Met enige fantasie kun je immers stellen dat de echte Us Mem al drie generaties buiten Friesland resideert.

Maar een stadslogement? Waarin vier bruidssuites met hartvormig bad en hemelbed? Had de vierde van de zeven stadhouders van Friesland, Willem Frederik (1613-1664), die mogelijkheid maar voorzien. Dan hadden zijn erotische uitspattingen, die blijkens zijn onlangs geopenbaarde geheime dagboeken (in de publicatie Gloria Parendie van het Rijksarchief Leeuwarden) vrij talrijk waren, zich vast en zeker vaker binnenskamers afgespeeld.

Nog voor de zomer van 1996 kan de 'gewone man' in het stadhouderlijk hof logeren. En wel in een twintigtal ruime en volledig geoutilleerde appartementen op de eerste verdieping en de zolder van het monumentale hof. Het gebouw dateert uit 1564, maar wordt pas na het huwelijk van Willem Lodewijk en zijn nicht Anna, de dochter van Willem van Oranje, op 25 november 1587, door Gedeputeerde Staten aangekocht voor de som van twaalfduizend gulden.

De huidige verbouwing en herinrichting kost een slordige acht miljoen gulden. Een overnachting in een appartement voor vier personen gaat er ongeveer tweehonderd gulden kosten. Leeuwarden is de derde van de elf Friese steden die een stadslogement krijgen. Harlingen (zeventiende-eeuws pakhuis) en Bolsward (zestiende-eeuws weeshuis) zijn de hoofd- en hofstad van Friesland voorgegaan. Binnen een aantal jaren is het niet alleen meer mogelijk de elf steden op Spartaanse wijze - schaats, skee

ler, fiets, surfplank - aan te doen, maar ook op een luxe, culturele manier.

Want ook in Dokkum (eveneens een oud weeshuis), Stavoren (het voormalige stadhuis), IJlst (de oude schaatsfabriek van Nooitgedacht), Sloten (een stadsboerderij) en Franeker (het oudste studentencafé van het land) staan projecten op stapel. Alleen in Sneek, Workum en Hindeloopen hebben zich nog geen mogelijkheden voor een stedsloazjemint voorgedaan.

'Om voor stadslogement in aanmerking te komen moet een gebouw aan een aantal criteria voldoen', zegt directeur Rienk Terpstra van de Stichting Kultuer en Toerisme yn Fryslân. 'Het moet een knelpunt in de monumentenzorg zijn. Er moet een minimum van zo'n vijf à zes logementen in gebouwd kunnen worden. De ligging, het liefst in het hart van de stad, is heel belangrijk. En het gebouw moet sfeer en uitstraling hebben en bij voorkeur ook een buitenruimte. We lopen echter regelmatig op tegen het dilemma dat we of geld hebben en geen pand, of een pand maar geen geld.'

Het mes snijdt bij deze unieke vorm van toerisme aan twee kanten. Door herbestemming kunnen met onder meer Europese, landelijke en provinciale subsidies monumenten en beeldbepalende objecten in stand worden gehouden. En Friesland, waar jaarlijks de lokroep van water en wad, van rust en ruimte door duizenden bezoekers wordt beantwoord, wordt voortaan ook bezocht door de 'cultuurtoerist'.

Er is zoveel te zien in Friesland. Het is om de hoek. De cultuur ligt hier op straat. Ik zie Friesland als één groot warenhuis vol met culturele artikelen. Het is onze taak ze zo uit te stallen dat ze ''geconsumeerd'' worden', vertrouwde Terpstra onlangs het Friesch Dagblad toe. Als voorbeeld van de vaak onbevroede rijkdom van de Friese kijkdoos noemt hij de 3500 beschermde monumenten en 54 beschermde dorps- en stadsgezichten in de provincie.

'Friesland is een staalkaart van de architectonische ontwikkelingen door de eeuwen heen. Je ziet het hier allemaal nog, de verschillende stijlen en bouwtechnieken die bepaalde historische periodes kenmerken. En het is allemaal op zo'n kleine schaal dat de afstanden gemakkelijk te overbruggen zijn.' De stichting, die vorige maand de tweejaarlijkse Monumentenprijs 1995 van het Prins Bernardfonds in ontvangst mocht nemen, mikt vooral op de grote groep van neutrale toeristen.

DIE MOET VAN passieve naar actieve 'cultuurbeleving' worden geloodst. In het algemeen is het zo, legt Terpstra uit, dat tien tot 15 procent van de toeristen zeer geïnteresseerd is in cultuur. 30 Procent kan onder de noemer 'cultuur-barbaar' worden gerangschikt. De overblijvende 55 procent is gevoelig voor cultuur-arrangementen, waarin de stadslogementen een belangrijke luxe accommodatie-schakel moeten vormen.

Niet de enige overigens, want de arrangementen bieden een breed scala van overnachtingsmogelijkheden, logies, culinaire activiteiten en informatie over de zeer talrijke Friese musea en andere bezienswaardigheden in stad en streek in de vorm van paadwizers (gidsen en routebeschrijvingen) en struibriefkes (folders).

Terpstra: 'Centraal staat het vragen van aandacht voor Friese monumenten en Friese cultuur in het algemeen.' Daaromheen wordt, zo lijkt het, toerisme à la carte geboden, op maat gesneden voor elke beurs en voor elke Neder- en buitenlander. Met andere woorden, de Friese taal wordt de toerist niet opgedrongen. De informatie is in het Nederlands, alleen de kopjes in de diverse brochures zijn in het Fries gesteld. 'Omdat de Nederlander zich graag een beetje buitenlander voelt in eigen land.'

In Leeuwarden vormt de openstelling van het stadslogement volgend jaar tevens de aanzet voor een thematische aanpak van het cultuurtoerisme. Weliswaar is de Hofstad verleden tijd en zijn de hoofdrolspelers van het toneel verdwenen, sinds prinses Maria Louise in 1765 als laatste werd opgenomen in de grafkapel van de godvrezende Nassau's in het koor van de Jacobijnerkerk, de 'decorstukken' zijn blijven staan.

Zoals de Prinsentuin, door Harlinger Simon Vestdijk in De Koperen Tuin verheven tot literair monument, de grote en kleine poort van de vroegere stallen, de oude Westerkerk (nu Theater Romein), de Jacobijnerkerk, de Waalse kerk (huiskerk van de Nassau's) en het speciaal voor Maria Louise gebouwde Princessehof (sinds 1970 een keramisch museum met landelijke faam).

Leeuwarden wordt volgens Terpstra dan ook de Nassaustad van Nederland. Als logement zal het Stadhouderlijk Hof ook helemaal in het teken van de Nassau's komen te staan. Er komt een hofwinkel in met artikelen die aan de Nassau's herinneren en de bel-etage zal een ontvangsthal en een museum bevatten die de sfeer van de Nassau's uitstralen.

En de beide Drentse ondernemers die het Hof gaan exploiteren (de Friese horeca kijkt kennelijk de kat uit de boom), Henk Daamen en Lodewijk Osse, willen in het restaurant de historie tot leven wekken met 'theater en spektakel' tijdens de maaltijd. Een andere concessie, aan een recenter verleden, is dat de trouwzaal van de gemeente Leeuwarden, in het stadslogement gehandhaafd blijft.

WIE NIET TOT de zomer van 1996 kan wachten, kan alvast de sfeer van een stadslogement proeven in Harlingen en Bolsward. Almenum in de havenstad van Friesland telt tien appartementen in een gerestaureerd pakhuis uit de zeventiende eeuw en een viertal arbeiders-woninkjes uit de vorige eeuw. Om het verwaarloosde pakhuis met zijn eeuwenoude muren in een zo oorspronkelijk mogelijke staat te houden, zijn de logementen op een eigen draagconstructie en vrij van de oude muren gebouwd. De exploitatie is in handen van de uitbater van hotel/

restaurant Zeezicht. Cultuurpakketten voor drie, vijf en acht dagen voorzien onder meer in gevel-, fiets- en autoroutes, bezoeken aan een aardewerk- en tegelfabriek, aan diverse musea en aan Terschelling.

Hid Hero Hiem staat in de oude handelsstad Bolsward bekend als het Weeshuis. De rijke weduwe Hid Hero stichtte het in 1553 als tehuis voor 'twaleff guede, olde burghers schamele Weeskynden'. Later werd het weeshuis haar universeel erfgenaam. De weesjes waren herkenbaar aan hun blauwgele uniformen, de toenmalige stadskleuren en later in zwarte pakjes met een rode bies. Ze hielpen mee met het verzorgen van het vee, de zuivelbereiding en broodbakken. Voor de moderne toerist is die taak overgenomen door de uitbater van de aloude sociëteit De Doele. Het stadslogement ligt in de Kerkstraat, precies tussen de imposante Martinikerk en het Renaissance-stadhuis, dat tot de mooiste van het land wordt gerekend.

Inlichtingen over stadslogementen en cultuur-arrangementen in Friesland: Stichting Kultuer en Toerisme yn Fryslân, Postbus 1236, 8900 CE, Leeuwarden, 058-212.24.51.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden