Elf uur tv-kijken, veertig minuten lezen

Er komen steeds meer Nederlanders die nooit een boek in handen nemen. De overheid probeert er via een grootscheeps subsidieplan wat aan te doen....

TRUUS RUITER

EEN KIND DAT aan de borst ligt van een dranklustige moeder, zal later sneller de smaak van alcolhol te pakken krijgen dan een baby die de moedermelk onverdund drinkt.

Dit zal ongeveer de gedachte zijn achter 'Boekenpret', het voorschoolse leesbevorderingsproject van de Stichting Lezen: op consultatiebureaus en crèches worden moeders aangemoedigd om hun koters zo snel mogelijk ('twee, drie maanden', suggereert directeur Marieke Sanders van de Stichting Lezen) een boek voor te houden. Mogelijk dat ze er dan later sneller naar zullen grijpen: ontluikende geletterheid heet dat in vaktermen.

Toen minister d'Ancona van WVC enkele jaren geleden besloot om structureel jaarlijks enkele miljoenen in leesbevordering te gaan steken - de Raad voor de Kunst sprak bezorgd over toenemende leesuitval en dreigende ontlezing van de samenleving - betekende dat voor menig onderzoeksbureau werk aan de winkel. Zoals bijvoorbeeld Sardes (Stichting Advisering, Research en Dienstverlening in de Educatieve Sector) in Den Haag, die voornoemde 'Boekenpret' voor de baby's en peuters, 'Fantasia' voor het basisonderwijs en 'Sirene' voor havo en VWO aan het ontwikkelen is. Drie jaar geleden kwam de subsidie rechtstreeks van WVC, nu is Stichting Lezen de opdrachtgever.

Wanneer begin 1996 de resultaten van Sardes' experimenten beschikbaar zijn - de bibliotheken moeten als distributiecentra optreden -, zouden alle kinderen van Nederland vanaf de wieg kunnen worden begeleid naar het land der lezers. De ontlezing zou over enige decennia totaal uitgebannen zijn! (Nu is zeven procent van de kinderen die van de basisscholen afkomen 'functioneel analfabeet'.)

Nog geen twee jaar nadat d'Ancona opdracht gaf tot de oprichting van een landelijk platform leesbevordering - in maart van dit jaar is de Stichting Lezen officieel geïnstalleerd - is het overheidswinkeltje met leesuitval-beperkende middelen uitgegroeid tot een modern warenhuis met een ruime keuze aan eigentijdse software. De catalogus van de Stichting Lezen, Lezen in 1994, telt meer dan honderd 'activiteiten, symposia, tentoonstellingen, prijzen, rtv-programma's en materialen op het gebied van leesbevordering'.

Menige bibliotheekmedewerker en leerkracht zal niet weten wat te kiezen: meedoen aan de poëziewedstrijd Doe Maar Dicht Maar?, aan de Nationale Voorleesdag misschien, of aan de Werelddag voor Kinderen en Poëzie van Unicef? Zullen we de kleutervoorstelling Prent binnenhalen, gaan we naar het symposium Aladin voor 'interculturele leesbevordering', of mogen we de studiedag 'Leesbevordering in school en gezin' niet missen?

Kijken we naar de Teleac-serie Schrijven van Gedichten en Verhalen, naar de NOT-series Geef mij maar een boek en Aanvankelijk Leesonderwijs of kopen we de video Gedrukte dromen van Stichting Schrijvers School Samenleving en doen we dan een schrijver live in de klas - geheid een succes. En welk schriftelijk materiaal zou daar nou goed bij passen? Het 'leespaspoort' van de stichting Krant in de Klas of het project Radio Lezerstraal?

Een beleidsplan heeft de Stichting Lezen nog niet - een fraai kantoor wel: sinds 1 oktober zit de stichting op één hoog in De Waag aan de Amsterdamse Nieuwmarkt - maar directeur Sanders kan wel globaal aangeven waar die 6 miljoen naar toe gaat. Eénderde gaat naar de omroepen (landelijk, lokaal en regionaal), éénderde is bestemd voor doorlopende projecten en éénderde is bedoeld voor 'nieuwe instrumenten'. Ze wil dit en komend jaar 'bouwstenen verzamelen voor de strategieën voor de volgende jaren'. Eind 1995 zal er een echt beleidsplan liggen.

Voor alles is het de taak van Stichting Lezen om activiteiten te coördineren en experimenten te ontwikkelen, waarover zij staatssecretaris Nuis van OCW adviseert in de besteding van het beschikbare geld (de Stichting heeft zelf geen geld). Aan het inzetten van de media bij het beleid wil de overheid een grote prioriteit verlenen.

Terwijl het lezen meer en meer terrein verliest aan het tv-kijken (een tienjarige kijkt per week gemiddeld elf uur tv en leest veertig minuten), noemt Sanders de media met grote nadruk haar 'bondgenoot'. Ze ontkent dat die liefdesverklaring een manier is om de vijand in te pakken, in de zin van 'if you can't beat them, join them'.

'De televisie zorgt voor vermaak en informatie, maar kan het boek niet vervangen. De kennisoverdracht via het geschreven woord is veel intensiever', zegt ze. 'Het gaat niet alleen om de literatuur, maar puur om het gedrukte woord, om de tv-gids bij wijze van spreken. De plaats van het boek en het tijdschrift in het digitale tijdperk - daar draait het om. Grote groepen lezen niet meer en daardoor ontstaat een tweedeling in de samenleving, daar maakt de overheid zich zorgen over, dat er mensen zijn die niet kunnen functioneren in de maatschappij omdat ze niet lezen, zelfs geen krant.'

Sanders voegt er aan toe dat de Nederlandse Dagblad Pers daarom participant is in de Stichting Lezen, waarin onder meer ook de boekhandel, de uitgevers, de tijdschriftenbranche en de bibliotheken partij zijn.

Het mobiliseren van de omroepen om het lezen te propageren, zodat die tv eens uitgaat, heeft al enig resultaat. Op aandringen van de Stichting Lezen hervatte de KRO de serie Ik heb al een boek, waarin Aad van den Heuvel en Martin Ros als de malle Muppetmannetjes Waldorf en Statler over boeken praten, van Toveren met theezakjes, het Antikaterboek en de nieuwe Stephen King tot Een sterke man van Dorrestein, een gesprekje met Imme Dros en 'tuinman' Wim Oudshoorn.

In een razend tempo vliegen de 'zeer aanbevolen' titels je om de oren - Ros schrikt er overigens niet van terug om boeken af te raden: de nieuwe Krol is 'kauwgom voor super-intellectuelen', en deze week kreeg Vele kleintjes van Remco Campert zelfs de kwalificatie 'geil boek'.

De Stichting Lezen zorgde ervoor dat de KRO een ongebruikelijk lange serie van 31 afleveringen plande op prime time en bemiddelde tussen omroep en de bibliotheken en de boekhandel, die zorg dragen voor de beschikbaarheid van de genoemde boeken.

Sanders vindt het belangrijk dat het tv-programma niet alleen over literatuur gaat - het gaat om het stimuleren van 'lezen over de hele linie'. Het geld van de overheid is vooral bedoeld voor de 'zwakke gebruikers' die de drempel van de bibliotheek nog te hoog vinden.

Wie die drempel wel kan nemen en vervolgens in de boekenberg verdwaalt, kan houvast vinden bij de cursussen van De Literaire Salon in Leiden, een stichting die vanaf 1991 rechtstreeks subsidie van WVC kreeg en nu via de Stichting Lezen. Directeur Hanneke Eggels belegt 'Broodjes Literatuur' in bedrijven (lunchpauze-lezing mèt schrijver) en brengt cursussen letterkunde en poëzie in bibliotheken. Zoals in Voorburg, waar dertien vrouwen en één man op twaalf woensdagavonden de literatuurgeschiedenis van na 1945 voorgeschoteld krijgen.

Zes lessen worden besteed aan een leeslijst (D'haen, Kellendonk, Mutsaers, Nooteboom, Pos, Wolkers) - alsof literatuuronderwijs ondenkbaar is zonder verplichte nummers. De gemiddelde cursist is een vrouw van 54 jaar en heeft een hogere opleiding. Na afloop blijkt ze meer en 'beter' te zijn gaan lezen en wil ze zich graag aansluiten bij een leeskring, waarvoor De Literaire Salon als intermediar kan optreden.

De oververtegenwoordiging van vrouwen onder de lezers is al jaren symptomatisch. Zoals het Centraal Planbureau al eens aantoonde dat vooral vrouwen van boven de veertig boeken kopen en lezen, blijken meisjes op de basisschool de beste taalvaardigheid te hebben en het meest te lezen. En het beste te kunnen vóórlezen: tien meisjes en twee jongens haalden de finale van de Nationale Voorleesdag in mei van dit jaar. De eerste, tweede en derde prijs waren voor de meisjes.

Naar dit fenomeen heeft directeur Sanders nog niet met 'emancipatoire ogen' gekeken. Ze zegt het alsof ze het ook niet van plan is ooit te doen. Iets voor een onderzoeksbureau?

In De Meervaart in Amsterdam vindt vandaag nog het symposium Literatuur op de planken plaats, met schrijvers, films, theater en workshops.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden