Elektroshocktherapie helpt 60 procent van depressieve patiënten

Klopt dit wel?

Berichten verspreiden zich vaak razendsnel, of ze nu kloppen of niet. Wij proberen de zin van de onzin te scheiden. Vandaag: 60 procent van de depressieve patiënten heeft baat bij elektroshocktherapie.

Archiefbeeld ter illustratie. Foto anp

Dokters die hun patiënten onder stroom zetten, zijn terug van weggeweest, schrijft de 24-jarige geneeskundestudent Bart Lutters in zijn nieuwe boek Vonken in de meterkast. Hij wil ermee de ouderwetse behandeling in een positiever licht zetten. Bijvoorbeeld: elektroshocktherapie verlicht de klachten verlicht bij liefst zestig procent van de depressiepatiënten, zegt hij in zijn boekaankondiging.

Ho even. Elektroshocktherapie, is dat niet die martelbehandeling waarbij stroomstoten door de hoofden van patiënten worden gejaagd, terwijl ze kermend op een bitje bijten? Maar zo gebeurt het niet, blijkt uit de Richtlijn Elektroconvulsietherapie: tegenwoordig gaat elke patiënt onder narcose en krijgt deze spierverslappers toegediend. 'Je slaapt in, wordt wakker met een beetje hoofdpijn en gaat weer naar huis', zo beschrijft een patiënt het in The Guardian. Het geeft wel bijwerkingen: er treedt geheugenverlies op, meestal tijdelijk en kleinschalig.

Terug naar het getal: klopt dat dan? Dat de behandeling zestig procent van de depressiepatiënten helpt, blijkt Lutters niet uit de lucht te hebben gegrepen. De ene studie na de ander laat hetzelfde zien: elektroshocktherapie helpt ongeveer de helft tot driekwart van depressiepatiënten, terwijl antidepressiva en andere behandelingen in slechts één op de drie gevallen aanslaan, luidt ook de samenvatting van een overzichtsonderzoek van de Rotterdamse psychiater Bram Dierckx.

Toch valt bij die zestig procent geholpen patiënten wel wat af te dingen. Alleen ernstige depressiepatiënten die bijvoorbeeld zelfmoord willen plegen krijgen de behandeling, dus in hoeverre elektroconvulsietherapie álle patiënten van depressieve symptomen zou verlossen, weet niemand precies. Het percentage bij hen zou iets lager kunnen liggen, constateert arts-onderzoeker Keith Rasmussen: de meest heftige gevallen reageren namelijk het best op de therapie in vergelijking met mensen die een nepbehandeling ontvingen. Wat de zestig procent ook afzwakt: ongeveer de helft van de succesvol behandelde mensen wordt na een jaar toch weer depressief.

Lutters' cijfer klopt dus: elektroconvulsietherapie werkt op korte termijn prima voor de patiënten die het ondergaan. De therapie verdient misschien een beter imago dan het nu heeft, schrijven psychiaters dan ook in het tijdschrift Medisch Contact.

Meer lezen?

Lees hier alle artikelen in de rubriek Klopt dit wel?

Meer over