Elektronische alleseter met een verbijsterende vraatzucht

De National Security Agency (NSA), in het oog van de wereldwijd gevoelde afluisterorkaan, staat met z'n adembenemende technieken en grote budget onder immense druk om niets te missen.

Ban Ki-moon, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, ontmoette in april in het Witte Huis de Amerikaanse president Obama om te praten over de chemische wapens in Syrië, klimaatverandering en het vredesoverleg tussen Israël en de Palestijnen. Het was niet meer dan een routinebezoek. Toch toog de National Security Agency (NSA) aan het werk: de dienst onderschepte van tevoren de gesprekspunten van Ban Ki-moon.


In een intern weekoverzicht werd dat later een 'operationeel hoogtepunt' genoemd. Het is moeilijk voor te stellen welk voordeel Obama ervan kan hebben gehad in zijn vriendschappelijk gesprekje met de VN-chef, gesteld dat de NSA hem er vooraf inderdaad over heeft geïnformeerd (het Witte Huis wil daar niets over zeggen).


De kwestie is hoe dan ook kenmerkend voor een organisatie die tientallen jaren heeft geopereerd vanuit het principe dat elke mogelijkheid tot het afluisteren van een buitenlands doel van enig potentieel belang - nu of in de toekomst - moet worden aangegrepen. Wie zal het immers, zo werd geredeneerd, ooit ontdekken?


Uit duizenden vertrouwelijke documenten komt de NSA naar voren als een elektronische alleseter met een verbijsterende vraatzucht, die zich de wereld rond hackt en afluistert om regeringen en andere doelwitten geheimen te ontfutselen, onderwijl zelf de grootst mogelijke geheimhouding in acht nemend over zijn activiteiten.


De dienst bespioneert routineus zowel vrienden als vijanden, zoals de afgelopen weken duidelijk is geworden. De officiële takenlijst omvat het behouden van een 'diplomatieke voorsprong' op bondgenoten als Frankrijk en Duitsland en een 'economische voorsprong' op onder andere Japan en Brazilië.


Obama stond in september ongemakkelijk naast de Braziliaanse president Dilma Rousseff, die ziedend was omdat ook zij een doelwit bleek te zijn van de afluisterpraktijken van de NSA. Sindsdien heeft een koor van dergelijke protesten geklonken - van de Europese Unie, Mexico, Frankrijk, Duitsland en Spanje. Gepikeerde Amerikaanse officials grappen al dat er spoedig klachten zullen komen van buitenlandse leiders die zich gepasseerd voelen omdat zij niet zijn bespioneerd.


James R. Clapper, hoofd inlichtingen van de VS, sprak in zijn reactie op de bezwaren herhaaldelijk van hypocrisie van landen die zelf net zo goed spioneren. Toch erkende hij recentelijk in een interview dat de schaal van het afluisteren door de NSA (met 35 duizend werknemers en een begroting van 10,8 miljard dollar per jaar) een aparte categorie is.


Sinds Edward J. Snowden in juni begon met het naar buiten brengen van NSA-documenten, is een debat losgebarsten over de legitimiteit van de activiteiten van de dienst. In de VS ligt daarbij de nadruk op de privacy van Amerikaanse burgers. Wereldwijd worden veel bredere vragen gesteld.


Als geheimhouding niet langer is verzekerd, wegen de voordelen van informatievergaring dan nog op tegen de politieke risico's? Moet de privacy van buitenlandse burgers die via Amerikaanse bedrijven gebruik maken van e-mail en internet op enigerlei wijze worden beschermd door de NSA?


'Voor de NSA is dit een ramp', zegt Matthew M. Aid, schrijver van een boek over de dienst. 'Elke nieuwe onthulling versterkt het idee dat de NSA moet worden ingetoomd. Dat zal gevolgen hebben voor de operaties.'


Documenten die The New York Times via de Britse krant The Guardian van Snowden heeft gekregen, wekken welhaast de indruk dat de NSA iedereen in de wereld afluistert. Alsof de dienst elk toefje elektronische communicatie opslaat die zou kunnen bijdragen, in welke geringe mate ook, aan wat de Amerikaanse regering over de wereld weet.


Voor sommige Amerikanen is dat geruststellend. Voor anderen duidt het op een ontspoorde geheime dienst. 'Terrorismebestrijding' is een misleidend verkooppraatje voor een organisatie met een agenda die vrijwel geen beperkingen kent. De schaal en agressiviteit ervan zijn adembenemend.


In de database Dishfire zijn jarenlang sms'jes vanuit de hele wereld opgeslagen. Voor het geval dat. De database Tracfin bevat gigabytes aan betalingen met creditcards.


De vent die in een internetcafé in Beiroet doet alsof hij een simpel mailtje verstuurt, gebruikt misschien wel een NSA-techniek met de codenaam 'Polarbreeze' om in te breken in computers in de directe omgeving. De Russische zakenman die actief is op de sociale media, wordt mogelijk een doelwit van 'Snacks', de NSA-afkorting voor de Social Network Analysis Collaboration Knowledge Services, waarmee wordt uitgevist wie welke rol speelt in welke organisatie.


Geen moeite lijkt te groot, als het maar kan bijdragen aan het wereldwijde telefoonboek van de dienst. Na grootschalige spionage rond de klimaattop op Bali in 2007 waren NSA-analisten ter plekke vooral opgewonden over één vangst: het mobiele nummer van de politiecommissaris van Bali.


'Onze missie', aldus het huidige vijfjarenplan van de dienst (nog geheim tot 2032) 'is om vragen te beantwoorden over bedreigende activiteiten die anderen verborgen willen houden.'


De van Snowden afkomstige NSA-documenten die in handen zijn van The New York Times lopen in de duizenden. De meeste komen uit de periode 2007-2012 en zijn onderdeel van een verzameling van ongeveer 50 duizend documenten die vooral betrekking hebben op de Britse tegenhanger van de NSA, de Government Communications Headquarters (GCHQ).


Hoewel ze lang niet compleet zijn, geven de documenten een indruk van de capaciteiten en de reikwijdte van de dienst. Van marineschepen die voor de kust van China alle radioverkeer onderscheppen, en van de satellietschotels in Fort Meade, Maryland, die banktransacties werelwijd in de gaten houden, tot aan de daken van tachtig Amerikaanse ambassades en consulaten waar de Special Collection Services zijn antennes heeft geplaatst.


In mei 2009 hoorden analisten van de NSA dat de Iraanse Opperste Leider, ayatollah Ali Khamenei, een zeldzame trip zou maken naar de provincie Koerdistan in het bergachtige noordwesten van het land. De dienst zette onmiddellijk een hoogwaarige technologische spionagemissie op, onderdeel van een langlopend op Khameni gericht project onder de naam Operation Dreadnought (Operatie Durfal).


In nauwe samenwerking met de National Geospatial-Intelligence Agency, die satellietfoto's maakt, en de Britse GCHQ werden de entourage van de Iraanse leider, zijn voertuigen en zijn wapentuig via satellieten bekeken. Ook werden boodschappen uit het luchtverkeer onderschept bij het opstijgen en landen van zijn vliegtuigen en helikopters. De NSA-werknemers hoorden hoe stafleden van Khamenei zich opwonden over het regelen van een kraan om een ambulance op een vrachtwagen te takelen. Ze hoorden hoe Khamenei een menigte, de mannen en vrouwen gescheiden, toesprak op een voetbalveld.


Ze bespioneerden radarstations van de Iraanse luchtverdediging en namen alle communicatie van de reizigers op, met behulp van het NSA-programma Ghosthunter. Het ging niet zozeer om wat de Iraanse leider precies te vertellen had, maar om het ongeselecteerd verzamelen van alle mogelijke data over Iran, voor het geval er een crisis mocht uitbreken, bijvoorbeeld over Irans nucleaire programma.


Deze 'vingerafdrukken van communicatie', zoals het wordt genoemd, vormen de essentie van wat de NSA doet. Het stelt de computers van de dienst in staat de stroom van internationale communicatie te scannen en daaruit de boodschappen te vissen die te maken hebben met de Iraanse Opperste Leider. In het geval van een crisis kan die kennis over het doen en laten van leiders, generaals en wetenschappers een beslissend voordeel opleveren.


Die enorme investering in dataverzameling wordt aangewakkerd door de druk van de 'klanten' van de dienst. Dat zijn niet alleen het Witte Huis, het Pentagon, de FBI en de CIA, maar ook van ministeries, zoals die van Buitenlandse Zaken, Energie, Binnenlandse Veiligheid en Buitenlandse Handel.


De NSA levert naar schatting meer dan de helft van de inlichtingen die elke dag in het Witte Huis onderdeel zijn van de ochtendbriefing voor de president - een opsteker voor de Amerikaanse spionnen. Bij elke internationale crisis kunnen Amerikaanse beleidsmakers op de NSA rekenen voor informatie.


Dat schept een intense druk om maar niets te missen. Dat, gecombineerd met een ruim budget en vrijwel totale onzichtbaarheid voor het publiek, resulteert in het agressief soort onderzoek waarmee de dienst soms problemen heeft gekregen met de Foreign Intelligence Surveillance Court, een Amerikaanse rechtbank die waakt over de privacy van burgers.


Toen de geldkraan na de aanslagen van 11 september 2001 wijd openging, breidde de dienst uit tot ver buiten haar hoofdkwartier Fort Meade in Maryland. In tal van andere staten in de VS werden kantoren gebouwd of uitgebreid. NSA-medewerkers opereren vanuit stations in Engeland, Australië, Zuid-Korea, op buitenlandse militaire bases en in afgesloten kamers van de Special Collection Service in Amerikaanse diplomatieke missies.


'Five Eyes'

Dat is niet het hele verhaal. Decennialang heeft de NSA op spionagegebied samengewerkt met de rest van de 'Five Eyes', de geheime diensten van Groot-Brittannië, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Iets minder intensieve samenwerking is er ook in het kader van de 'Nine Eyes', oftewel de Five Eyes aangevuld met Frankrijk, Nederland, Denemarken en Noorwegen. Een niveau lager zijn er de '14 Eyes' en Nacsi, waarin 26 NAVO-lidstaten zijn betrokken.


Wie wel en niet aan tafel mag zitten, is een gevoelige kwestie. 'De Duitsers waren een beetje knorrig dat ze niet waren uitgenodigd voor de Nine Eyes-groep', aldus een van de documenten.


Volgens The Guardian gebruikt de Duitse regering de huidige ruzie met de Amerikanen over het afluisteren van kanselier Angela Merkel om opwaardering te krijgen van niveau 14 Eyes, waartoe Duitsland nu behoort, naar het selecte gezelschap van Five Eyes. Uit een recent document van het Britse GCHQ blijkt dat niet alles wordt gedeeld, zelfs niet tussen Britten en Amerikanen. 'Economische rapportage', staat er, 'kan niet worden gedeeld met welke buitenlandse partner dan ook.'


De ontwikkeling van computer- en communicatietechnologie is voor de NSA een godsgeschenk geweest. NSA-analisten volgden het elektronische spoor van een leider van Al Qaida in Afrika elke keer dat hij tijdens zijn reis stopte om zijn computer te gebruiken. Ze konden voorspellen wat zijn volgende stopplaats zou zijn, en de politie stond klaar om hem te arresteren.


En op het grote NSA-station in Fort Gordon ontwikkelden technici een programma waarmee NSA-analisten elke keer een e-mail kregen zodra hun doelwit in een ver land zich uit de omgeving van de ene gsm-mast naar de omgeving van een andere had verplaatst. Zonder een vinger uit te steken kon de analist zo elke beweging van zijn prooi volgen.


De dienst en zijn vele steunpilaren in de Amerikaanse regering zeggen dat de spionage van wezenlijk belang is voor de veiligheid en de status van de VS. Zij wijzen erop dat dankzij het werk van de NSA terroristische complotten zijn verijdeld, dat Amerikaanse diplomaten zo goed geïnformeerd blijven, dat plannen voor nucleaire proliferatie in kaart zijn gebracht.


De geopenbaarde documenten tonen ook de grenzen aan van wat de NSA vermag. Vrijwel onbeperkte spionage in Afghanistan heeft geen overwinning opgeleverd op een vijand die niet beschikt over hoogwaardige technologie. En de dienst had wel in de gaten hoe het Syrische regime een arsenaal chemische wapens opbouwde, maar die kennis kon niet voorkomen dat in augustus bij Damascus een gruwelijke gifgasaanval werd uitgevoerd.


In de documenten klopt de NSA zichzelf uitgebreid op de borst. In powerpoints voor leidinggevenden scheppen ondergeschikten op over hun triomfen. Managers schetsen grootste plannen. Tussen de regels blijkt dat de dienst ook veel prutswerk levert: vloedgolven van informatie, verzameld tegen hoge kosten, waar niemand ooit een blik op werpt. Onderschepte berichten die niet kunnen worden gelezen door te weinig kennis van vreemde talen. Computers die het heel alledaags laten afweten.


Een van de NSA-mensen die was betrokken bij het volgen van de radicale Pakistaanse groepering Lashkar-e-Taiba liet blijken dat een deel van zijn spionagewerk grotendeels zinloos was, als gevolg van het chronische tekort bij de NSA aan mensen die vreemde talen spreken. Over door hem onderschepte communicatie tussenjihadisten schreef hij: 'Het meeste was in het Arabisch of Farsi, dus ik kan er niet veel mee.'


Het is slechts een voorbeeld van het niet zo verrassende feit dat de omvangrijke en kostbare inspanningen van de dienst soms weinig opleveren. Ondanks het omarmen door de organisatie van jargon uit het bedrijfsleven, zoals 'doelen stellen' en 'evaluatie', opereert de NSA zonder publiek toezicht in een arena waar resultaten moeilijk te meten zijn.


Snowden: de waarheid spreken is geen misdaad

De wereldwijde roep om scherper toezicht op inlichtingendiensten bewijst volgens klokkenluider Edward Snowden dat hij terecht documenten van de Amerikaanse dienst NSA openbaar heeft gemaakt. Snowden schrijft dat in een artikel in het Duitse weekblad Der Spiegel, met als titel: 'Een manifest voor de waarheid'.


Volgens de Amerikaan zullen zijn onthullingen over de werkzaamheden en methoden van de NSA bijdragen aan veranderingen in de werkwijze van inlichtingendiensten en aan betere bescherming van de privacy van burgers.


'Burgers moeten strijden tegen het verdoezelen van informatie die van groot belang is voor het publiek. Degenen die de waarheid spreken, begaan geen misdaad.'


De technieken van de NSA maken de dienst bijna alwetend. Nergens is dat zo goed zichtbaar als in Afghanistan. Het rapport over één dag van het NSA-station in Kandahar, Zuid-Afghanistan, toont de intensiteit en reikwijdte van de spionage. Voor die ene dag werk zijn vijftien pagina's nodig.


De dienst luisterde mee terwijl opstandelingen van het Haqqani-netwerk een aanval uitvoerden op het Hotel Intercontinental in Kabul. Ze hoorden de aanvallers praten met hun bazen in het tribale gebied van Pakistan, en namen alles op. 'Ruhullah zei dat hij op de derde verdieping was en al één slachtoffer had gemaakt', aldus het verslag. 'Hij zei ook dat Hafiz zich op een andere verdieping bevond.'


NSA-medewerkers luisterden twee beambten van het Afghaanse ministerie van Buitenlandse Zaken af terwijl zij een bijeenkomst van president Hamid Karzai met Iraanse vertegenwoordigers voorbereidden. Karzai zou hen moeten verzekeren dat de betrekkingen met de VS 'op geen enkele manier de belangen van Iran zullen schaden'. Hij zou Iran moeten omschrijven als een 'broederland'.


De NSA luisterde mee terwijl de hoogste VN-vertegenwoordiger in Afghanistan, Staffan de Mistura, overlegde met zijn collega van de Europese Unie, Vygaudas Usackas, over hoe te reageren op een besluit van een Afghaanse rechtbank om de verkiezing van 62 parlementsleden ongeldig te verklaren.


De dienst was als een vlieg op de muur bij een langlopend geschil over land tussen de burgemeester van Kandahar en een belangrijke notabele, bijgenaamd de Hoeder van de Mantel van de Profeet Mohammed, met als bemiddelaar de broer van president Karzai, wijlen Ahmed Wali Karzai.


De dienst ontdekte dat de Taliban beweerde vijf politieagenten te hebben gedood door hen vergiftigde yoghurt te geven. Ze hoorde een provinciale gouverneur praten over een politiecommissaris die vrouwen en geestelijken uitschold.


ALLES HOREN IN AFGHANISTAN EN TOCH VERLIEZEN

Een Talibancommandant, Mullah Rahimullah Akhund (op de Amerikaanse '.Wanted'-lijst bekend als Objective Squiz Incinerator), werd gespot toen hij een medewerker opdroeg zelfmoordvesten en een Japanse motorfiets te kopen. Zulke rapporten kwamen van het NSA-station in Kandahar dag na dag, jaar na jaar. Ze droegen zeker bij aan de campagne van de VS tegen de Taliban, maar tonen ook de beperkingen van spionage in een complexe politieke en militaire omgeving. De NSA nam de aanval op het hotel op, maar kon die niet voorkomen. Karzai werd in de gaten gehouden, maar hij bleef een moeilijke en wispelturige partner. De spionage droeg in hoge mate bij aan het doden of overmeesteren van vijandige strijders, maar was volstrekt ontoereikend om te voorkomen dat over de toekomst van Afghanistan de dreigende schaduw hangt van de Taliban.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden