interview Elco Brinkman

Elco Brinkman: ‘De strijd met Lubbers is altijd een open wonde gebleven’

Elco Brinkman was 46 toen zijn politieke carrière een vakkundige nekslag kreeg van CDA-leider Ruud Lubbers. Een historische verkiezingsnederlaag deed de rest. Een kwarteeuw later kijkt Brinkman in zijn memoires terug op zijn Haagse jaren en op de ‘open wonde’.

Elco Brinkman: ‘Als je een publiek ambt bekleedt, willen ze niet alleen weten welk boek je leest, maar ook hoe je woont.’ Beeld Rebecca Fertinel

Het toilet in huize Brinkman aan het Plantsoen in Leiden is een bezoekje waard. De wanden hangen vol met Brinkman-cartoons, het zijn er zeker honderd. Er is een ­minister van Cultuur die onder een voluptueuze kunstdame dreigt te worden verpletterd. Er is de presentatie van een ministersploeg waarbij Lubbers en Brinkman van het bordes sluipen, ieder aan een eigen kant. Een kwijnende Brinkman wordt met mes in de borst door Beatrix en Lubbers naar de Hofvijver afgevoerd. Lubbers die Brinkman aan een touwtje heeft, daarbij de tekst: ‘Wacht nou tot ik weg ben.’

Heel veel donkere priemogen staren de toiletbezoeker aan, soms met Draculatanden daaronder. Bij wijze van verzachting hangen boven het closet de vellen met bloemenpost­zegels die echtgenote Janneke ontwierp.

Elco Brinkman (71) heeft zich in zijn publieke loopbaan niet alleen geliefd gemaakt. Daar is hij zich bewust van, zo blijkt uit zijn memoires, die verschijnen aan de vooravond van zijn vertrek uit de Eerste Kamer. Bouwen en bewaren geeft een verrassend beeld van de kroonprins die geen koning werd. Verrassend om wat hij bespreekt en negeert. Verrassend ook door hoe dat gebeurt. Soms – het begin – als een klassieke autobiografie. Op andere momenten – de strijd met Lubbers – in dagboekfragmenten. ­Later – als het over zijn ziekte gaat, over populisme, over zijn visie op ­Nederland – in de vorm van dialogen met een fictieve gesprekspartner of barokke, bijna hallucinante dag­dromen.

‘Ik schrijf graag, heb ooit pogingen tot een roman ondernomen’, vertelt Brinkman in de rijk gedecoreerde voorkamer van zijn herenhuis met zicht op park en singel. ‘Dit zijn de verschillende gezichten van Elco Brinkman.’ Een duw om te gaan schrijven kreeg hij van een arts toen voor de tweede keer kanker was geconstateerd: laat je ervaringen niet weglopen; verzin iets waardoor deze periode niet vergeefs is.

De Kroonprins: de wraak van Lubbers

Vorig jaar verschenen – postuum – Persoonlijke herinneringen van Ruud Lubbers, die zijn gedoodverfde opvolger ruw de pas afsneed door te zeggen dat hij ‘dit keer op de nummer 3 zou stemmen’ – Ernst Hirsch Ballin. Lubbers doet dat koningsdrama in enkele zinnen af. ‘Fout, fout, fout, Ruud.’

‘Ik was heel benieuwd naar wat Ruud erover zou schrijven’, zegt Brinkman. ‘Ik ben oprecht blij dat hij zijn fout toegeeft, en denk dat hij dat meent. Wel besteedt hij weinig regels aan een zeer woelige periode.’

Elco Brinkman en Ruud Lubbers. Beeld ANP

Uit Lubbers’ boek blijkt dat hij die periode ervoer als een aanval op zijn positie, met uw rede op Texel – ‘het speelkwartier is voorbij’ – als climax. U ziet het als koerscorrecties. Kwestie van perceptie?

‘Ik ben de eerste directbetrokkene die de besluitvorming toentertijd rond de WAO gedetailleerd beschrijft. Er was veel verdeeldheid, ook in het CDA. Ik begrijp dat de polarisatie wordt gezocht, maar dat was niet de insteek. Ik kon het kabinet in een vroeg stadium laten vallen. In plaats daarvan hebben we steeds meer ­water bij de WAO-soep gedaan.’

Volgens Lubbers hebben jullie ­later een prima manier van omgang gevonden. U schrijft daarentegen dat de kwestie nooit is uitgesproken.

‘We hebben elkaar nadien niet gemeden, en wisten dat we een verschillende perceptie hadden. We hadden beiden niet de behoefte dit via een tussenpersoon af te handelen. Het is een open wonde gebleven.

‘Het was een harde leerschool. Ruud had gezegd: je moet naar de ­Kamer, daar zit je minder beschermd dan als minister. Je weet dat juist de leider moet leren incasseren. Ik houd niet van gewapper. Aan dat permanente onderhandelen heb ik een broertje dood.’

In zijn boek noemt Brinkman Lubbers de man van ‘voortdurend nieuwe oplossingen’. ‘Ik ben meer ­iemand die zegt: dit is het dan.’

Uw loopbaan is opmerkelijk: eerst ambtenaar, dan minister, dan partijpoliticus, ten slotte het bedrijfsleven. Wat paste het best?

‘Bestuurder is voor mij geen scheldwoord. Het ministerschap van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur heb ik met het meeste plezier vervuld. Daar was je met menselijke zaken bezig. In de Kamer moet je één mening verwoorden, die van je partij. Dan sta je achter de interruptiemicrofoon met je ellebogen opzij om te zeggen: maar wij ook. At the end of the day weet je dat de wereld groter is dan jouw partij of jouw landsgrens, daar heb je rekening mee te houden.’

Na Kok liep het slecht af met Melkert, Buma incasseerde na Balkenende een grote nederlaag. Nu loopt Dijkhoff zich warm om Rutte op te volgen. Heeft u een kroonprins-advies?

‘In het bedrijfsleven of de diplomatie kun je een poosje ergens anders gaan werken. In de politiek moet je de opleiding in de eigen kolom doen, voor iedereen zichtbaar. Dat maakt het ­ingewikkelder. In mijn geval werd de keuze te vroeg gemaakt. Toch: ik weet niet hoe het anders zou moeten. Ik ben geen voorstander van interne verkiezingen, je bent takken van ­dezelfde stam.’

Een premier krijgt daardoor ­zelden een opvolger uit eigen ­gelederen.

‘Het systeem waarbij de Kamer zichzelf aan het stuur zet bij kabinetsformaties versterkt dat. De charme van een formatie met koning of koningin is dat er iemand anders betrokken is die een neutraal biedscherm levert. Nu is het de grootste partij die de premier levert. Maar wat als er vijf partijen zijn met rond de 15 zetels?’

Een publiek figuur: leven in het glazen huis

Het verlangen net als zijn vader en opa burgemeester te worden, vormt een rode draad in het boek. Hij beschrijft hoe hij Den Haag en Rotterdam kreeg aangeboden, en zijn woonplaats Leiden. ‘Het loopt soms anders dan je denkt. Ik heb een gevarieerd leven kunnen hebben. Misschien meer dan als burgemeester van Amerongen of Driebergen.’

Als burgemeesterszoon was Brinkman gewend aan een glazen huis. Dat leek hij als politicus opnieuw op te zoeken. Samen met zijn vrouw Janneke figureerde hij vaak in de bladen. Hij was een innovatieve lijsttrekker: met draadloze microfoon en zonder papier liep hij vrij over het podium – de Brinkman-shuffle.

‘Er werd veel negatief over ons gespind’, vindt hij. ‘Dan stond ik op de foto met bootjes voor de deur en vroegen ze: welke is van jou? Terwijl ik geen boot heb. Ook geen horloge trouwens en al helemaal geen Rolex. Als je een publiek ambt bekleedt, willen ze niet alleen ­weten welk boek je leest, maar ook hoe je woont. Doe je daar kleinzielig over, dan gaan ze in de struiken liggen.’

Janneke en Elco Brinkman - bij hun portretten gemaakt door Iris van Dongen. Beeld Adriaan van der Ploeg

U had ook kunnen kiezen voor een matglazen huis. Mevrouw ­Buma kennen we niet.

‘Het toeval wil dat mijn vrouw producten schildert die aan de man en vrouw moeten worden gebracht, ook via de media. Succesvol, mag ik wel zeggen. Dat versterkt elkaar.’

De minister: rel over P.C. Hooftprijs

Het ministerschap van Brinkman kwam onder spanning door het weigeren van de P.C. Hooftprijs aan ­columnist Hugo Brandt Corstius. In zijn boek besteedt hij er amper aandacht aan. Wel citeert hij uit een brief van Gerard Reve: ‘Wat deed het mij goed toen u die vieze, vuile, stinkende karpatenkop […] de Nobelprijs voor Nederland en overzeese gebiedsdelen onthield.’

Een minister hoeft het schelden en tieren van anderen niet te belonen, zegt Brinkman. ‘Zeker niet met een staatsprijs. Er is zoveel over geschreven, laat nu maar, dacht ik. Die cartoons erover die op het toilet hangen, had ik wel graag in het boek gehad. Auteursrechtelijk lag dat lastig. Maar ik sta er nog steeds volledig achter: ‘Laat ik daar tegen de lezers van uw krant duidelijk over zijn’.’

CV Elco Brinkman

1948 Geboren in Dirksland

1975 – 1982  Rijksambtenaar, o.a. directeur-generaal ministerie Binnenlandse Zaken

1982 – 1989 Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur

1989 – 1994 Fractievoorzitter CDA in de Tweede Kamer

1995 – 2013 Voorzitter van Bouwend Nederland en vicevoorzitter VNO-NCW

2006 Door de Volkskrant gekozen tot invloedrijkste bestuurder

2011 – 2019 Fractievoorzitter CDA Eerste Kamer

Gehuwd met Janneke Salentijn. Samen hebben zij drie kinderen en elf klein­kinderen.

De privépersoon: non-hodgkin

In 1998 werd non-hodgkin bij Brinkman geconstateerd, in 2002 keerde de kanker terug. In het boek vertelt hij hoe hij door Leiden dwaalt, petje op om zijn kale hoofd te bedekken. ‘Mijn huisarts zei: je bent ziek geworden door de spanningen en de stress. Die gedachte heb ik altijd weggeduwd.’ Later, toen hij voor de tweede keer ziek werd, bleek dat waarschijnlijk erfelijke factoren een grote rol speelden. De ziekte bracht ook inzichten. ‘Je bent niet meer die man in een net pak. Je wordt aanraakbaarder. Dat vond ik plezierig. De ziekte was ook een zoektocht naar mezelf: wat vind ik nou echt belangrijk.’

Wat heeft dat zelfonderzoek ­opgeleverd?

‘De politiek stelt alles in het werk om risico’s weg te nemen. Daar geloof ik niet zo in. Neem het leven zoals het komt. Misschien heb ik mensen verkeerd getaxeerd of niet goed opgelet. Dat draai je niet terug. In een fabriek hangen camera’s om fabricagefouten te ontdekken. Die worden besproken met het personeel. In de politiek word je naar huis gestuurd en zoek het verder maar uit. Het is een eenzaam bestaan. Met om hulp roepen kom je in Den Haag niet ver.’

Op de lange lijst met alle functies die Brinkman vervulde, veelal in cultuur, bouw en zorg, staat ook een commissariaat bij sigarettenfabrikant Philip Morris. Opmerkelijk voor een voormalig minister van Volksgezondheid.

Wat was uw motivatie?

‘Zelf heb ik nooit gerookt, ik probeer nu ook de kleinkinderen ervan af te houden. Maar tabak is een legaal product, de staat verdient er aan. Ben je daar dubbelzinnig in, dan word ik halsstarrig. Met het beleid om wiet met staatssteun te verbouwen, wordt de ene verslaving nu ingewisseld voor de ander.’

U legitimeerde het bevorderen van verslaving.

‘Dat geldt dan ook voor Holland ­Casino of Heineken. Ik ben niet zo’n wereldverbeteraar die overal de eerste stap wil zetten. Het heeft lang geduurd voordat de wetenschap zover was dat roken slecht werd gevonden.’

Telkens weer is er debat over belangenverstrengeling bij senatoren. Moet daar grondiger naar worden gekeken?

‘Waar zou je strikt onafhankelijke ­types vandaan moeten halen? Ook een hoogleraar heeft politieke meningen. Je vraagt iemand als ik ook omdat hij iets van bouwen weet. Dan wordt er over bouw gesproken en zou ik mijn mond moeten houden. Dan gooi je het kind met het badwater weg.’

De senator: geen groots vaarwel

In 2011 – Brinkman was vijftien jaar uit de actieve politiek – belde CDA-partijvoorzitter Henk Bleker: je moet fractievoorzitter in de Eerste Kamer worden. ‘Dat heb ik bij wijze van eerherstel zeer gewaardeerd, al kun je er geen brood van smeren.’ Wie nu in het boek een beschouwing over de Eerste Kamer verwacht, komt bedrogen uit. ‘De Eerste ­Kamer zit er echt wel in’, vindt Brinkman. ‘Maar verspreid. Ik wilde geen ­bestuurlijk organisatorisch werkje afleveren.’

U heeft de rol van de partijpolitiek zien toenemen. Is dat goed?

‘De besluitvorming verloopt daardoor moeizamer. In de formulering van wetsteksten herken je compromissen. Maar schaf je de Eerste Kamer af en doe je meer referenda, dan zal de gespletenheid van het volk nog sterker blijken.’ Brinkman voelt voor terugkeer naar het systeem waarbij de Eerste Kamer elke paar jaar voor de helft wordt gewisseld. ‘Dan sta je losser van de politieke actualiteit.’

‘Waar ik ernstig bezwaar tegen maak, is de verabsolutering van het regeerakkoord. Breng je dat als wettekst, dan kruipen volksvertegenwoordigers op schoot bij het kabinet.’

Straks heeft Forum voor Democratie een grote senaatsfractie. Jammer om dat te gaan missen?

‘Geef ze even de tijd. Elk systeem heeft zijn eigen leefwereld, met commissies en manieren van luisteren en spreken. Dat verander je niet door dat van de tribune te schreeuwen, maar door mee te doen.’

Memoires 

Brinkmans terugblik op onder meer zijn jaren op het Binnenhof verschenen deze week: Bouwen en bewarenUitgeverij Prometheus, € 34,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden