El tráfico, eh. Het verkeer, hè

De voornaamste bezigheid van onze man in Latijns Amerika is wachten. Op zijn gesprekspartner, opeen visum, op de verkiezingsuitslag. Door..

Door Cees Zoon en correspondent Latijns-Amerika

De taxi in, op weg naar een persconferentie. De correspondent in Mexico loopt niet echt persconferenties af, er zijn er veel te veel, de meeste zijn totaal oninteressant, en ten slotte is Mexico maar een klein deel van het gebied dat de correspondent van de Volkskrant onder zijn hoede heeft: heel Latijns Amerika, anderhalf continent.

Maar dezer dagen staat het thuisland centraal. De presidentsverkiezingen in Mexico zijn net achter de rug en een paar weken later hebben we nog altijd geen officiële winnaar.

Er is wel een kandidaat die de meeste stemmen heeft gehaald, maar dat wil nog niet zeggen dat hij ook president wordt. Het wemelt van de klachten over fraude bij het tellen van de stemmen, klachten die nog moeten worden onderzocht door het Electoraal Tribunaal.

De meeste aantijgingen van fraude komen van de oppositiekandidaat Andrés Manuel López Obrador, en die geeft deze morgen weer een persconferentie. Die bijeenkomsten zijn voor de journalisten wel interessant, want de kandidaat die meent dat de overwinning hem is ontstolen, gebruikt ze om aan te vallen.

Zijn opponent, de scheidende president Fox, het Nationale Verkiezingsinstituut, de tv-gigant Televisa, de ‘rechtse pers’ – allemaal krijgen ze flinke vegen uit de pan. En López Obrador begint er een gewoonte van te maken video’s te vertonen waarop we allemaal kunnen zien hoe de fraude in zijn werk is gegaan.

De taxi in dus. Ik heb een auto, maar die gebruik ik alleen als ik de stad uit moet. In de megastad Mexico heb je van je eigen auto alleen maar last. Eerst zit je in elke straat vast en vervolgens zoek je je een ongeluk naar een parkeerplaats. De taxi lost dat laatste probleem op, het eerste niet.

De groene kevers zijn in het straatbeeld dominant als een sprinkhanenplaag, je hoeft er nooit op te wachten en ze zijn niet duurder dan de tram in Amsterdam. Maar hoe de chauffeurs ook hun best doen alle verkeersregels te omzeilen en hun collega’s af te troeven, meestal sta je toch vast.

Iedereen in Mexico-Stad brengt een flink deel van zijn tijd door met lijdzaam vegeteren in totaal verstopte straten. Een voordeel is dat te laat komen normaal is en het excuus el tráfico, eh (het verkeer, hè) altijd afdoende. De chaos wordt versterkt doordat Mexico-Stad de wereldhoofdstad van demonstraties is. Gemiddeld zijn er elke dag drie protestmarsen, en wordt een handvol vitale straten geblokkeerd door ontevreden boeren, elektriciteitswerkers of verplegers.

Nu is het nog wat heftiger omdat López Obrador zijn aanhang heeft gemobiliseerd zodat ook zijn eigen persconferenties moeilijk bereikbaar zijn. Als de taxi voor de tweede keer vastloopt, neem ik het gebruikelijke besluit: uitstappen en verder lopen.

De bijeenkomst begint te laat. Dat is een ander onderdeel van de folklore in dit deel van de wereld: niet alleen komt niemand op tijd, ook begint niets op het aangekondigde uur. Na het wachten in het verkeer komt het wachten op degene die je heeft ontboden. Zelfs wanneer je te laat bent, ben je meestal nog veel te vroeg. Het biedt wel de mogelijkheid tot bijpraten met collega’s en het aanschieten van het leger figuren rondom de grote partijleider, die allemaal even belangrijk schijnen te zijn.

Voor wat uiteindelijk als een paar alinea’s tekst in de krant terecht komt, ben je hier al gauw uren onderweg. En hetzelfde geldt voor dingen die helemaal niet in de krant komen, maar die behoren tot de categorie voorbereidingen. Ik heb een aanvraag voor een journalistenvisum voor Cuba lopen, op de uitslag waarvan je gemiddeld een maandje moet wachten.

De oude persattaché is terug naar Cuba en het is nuttig even met zijn opvolger kennis te maken en een kop koffie te drinken. Nu ik toch in de taxi zit die me van López Obrador naar huis moet brengen, lijkt het me handig meteen door te rijden. Helaas is de Cubaanse ambassade aan de andere kant van de stad, zodat ook deze kop koffie een paar uur kost.

Een onevenredig deel van mijn tijd ben ik kwijt aan die categorie voorbereidingen. Latijns Amerika is een reispost: de correspondent brengt meer tijd door in andere landen dan in zijn standplaats. Dat is leuk, maar minder aangenaam is het onderweg zijn naar andere landen in dit immense gebied.

Dat begint al in Mexico, in de taxi naar het kantoor van deze of gene luchtvaartmaatschappij. Het moderne gemak van het kopen van tickets on line is hier een wat riskante zaak gezien het gesjoemel met creditcards. Dus stort ik me keer op keer in het verkeer om me tergend langzaam naar Mexicana of LanPeru te laten brengen.

Ook vliegen in Latijns Amerika is voornamelijk wachten. De veiligheidscontroles zijn ook in deze contreien enorm uitgebreid, de verbindingen doorgaans belabberd, en op tijd vertrekken, nou ja, dat wil een enkele keer wel lukken. De meeste vluchten in Latijns Amerika gaan bovendien op de onmogelijkste tijden, hetgeen te maken heeft met de prijs van de landingsrechten.

Vertrekken om een of twee uur ’s nachts is net zo gebruikelijk als ergens aankomen om vijf of zes uur in de ochtend. En soms kom je heel ergens anders aan dan de bedoeling was. ‘We gaan over enkele minuten landen in Guayaquil, Ecuador’, zei de piloot de laatste keer dat ik dacht in Lima, Peru te zijn aangekomen. ‘Het vliegveld van Lima is gesloten wegens mist.’ Dat betekende twaalf uur wachten in Guayaquil.

De voornaamste bezigheid van de correspondent in Latijns Amerika is wachten. Het heeft zijn voordelen. Na een reis van Mexico naar Peru met de gebruikelijke vertragingen (zonder te worden gedumpt in een ander land) heb ik bij aankomst de nieuwe roman van Vargas Llosa tot me genomen. En in de taxi naar het hotel in Lima voel ik me meteen weer thuis.

Cees Zoon op reportage in de ruïnestad Monte Alban, vlak buiten Oxaca, die van 330 tot 700 na Chr. de bloeiende hoofdstad van de Zapoteken was. (Joost van den Broek - de Volkskrant) Beeld
Cees Zoon op reportage in de ruïnestad Monte Alban, vlak buiten Oxaca, die van 330 tot 700 na Chr. de bloeiende hoofdstad van de Zapoteken was. (Joost van den Broek - de Volkskrant)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden