ReportageH1N1

El Niño Cero van de varkensgriep is in brons vereeuwigd, maar leeft zelf verder met een stigma

Edgar Enrique Hernández (17), het Kind Nul, met zijn moeder Maria del Carmen.Beeld Alejandro Cegarra

Bij elke pandemie ontstaat onvermijdelijk een zoektocht naar ‘patiënt nul’. Edgar Enrique Hernández was elf jaar geleden 5 toen hij werd aangewezen als El Niño Cero, Kind Nul, de allereerste mens met H1N1, de ‘Mexicaanse griep’. Dat stigma heeft zijn leven veranderd.

 Het dorp La Gloria heeft drie verharde straten. Ze lopen van zuidwest naar noordoost. De hoofdstraat, Reforma, gaat aan de noordkant van het dorp over in de weg naar Perote, de dichtstbijzijnde stad op een half uur rijden. Het asfalt kwam er dankzij Edgar Enrique Hernández, in La Gloria bekend als El Niño Cero, Kind Nul.

In maart 2009 werd Edgar, toen 5 jaar, plots flink ziek. In zijn kleuterklas hadden meer kinderen klachten gehad. Toch hadden zijn ouders hem naar school gebracht. Wat moesten ze anders? Bovendien lag het niet in de aard van zijn moeder om haar zoon binnen te houden vanwege een rondwarend griepje, van te veel bescherming worden kinderen alleen maar kwetsbaar.

Totdat haar zoon hoge koorts kreeg, een droge mond en een totaal gebrek aan eetlust en zijn bed niet meer uitkwam. Een karavaan van artsen kwam langs in de bescheiden woning van de ­familie Hernández. Edgar Enrique, ­zeiden ze, is patiënt nul van H1N1, de ­influenza-variant die varkensgriep en ­Mexicaanse griep zou gaan heten. Hij was, stelden ze, het eerste slachtoffer van een ziekte die in dat jaar uitgroeide tot een pandemie met naar schatting 7 miljoen zieken en bijna 20 duizend doden tot gevolg.

Onzekere tijd

Elf jaar later getuigen de muren van de huizen in La Gloria nog van die onzekere tijd. ‘Voorkom influenza. Houd uw huis geventileerd en laat het zonlicht binnen’, prijkt in blauwe letters op een vergeelde muur. Een stripfiguur poetst speelgoed met een vaatdoek. In het parkje naast de kerk staat het meest prominente aandenken: een standbeeld van Kind Nul.

Edgar is vereeuwigd in brons, inmiddels verbleekt door jaren van brandende zon – een jongetje van metaal in T-shirt en korte broek, de gympen netjes gestrikt. Hij staat op een sokkel in het midden van een betonnen bassin waarin wellicht ooit water stond, maar nu de roest omhoogkruipt. In zijn uitgestoken hand zit een kikker, symbool voor het ­virus dat door hem werd overwonnen.

Vier vrouwen doorkruisen het park en passeren het beeld. Natuurlijk weten ze waar het jongetje woont. Zijn ouders hebben een kruidenierswinkeltje om de hoek. ‘Bij die witte auto naar links, de straat in naar beneden.’ Een van hen houdt haar pas in: ‘Kennen jullie de ­legende? Ze zeggen dat hij patiënt nul was, maar dat is niet zo.’

Verlegen puber

La Gloria, een dorp met zo’n drieduizend inwoners 230 kilometer ten oosten van Mexico-Stad, wordt omringd door heuvels en gortdroge landbouwgrond. Op woensdagmiddag is een marktje opgetrokken naast de kerk, mannen hangen op bankjes. Dit is het platteland van Mexico waar men leeft van de aarde, mits er genoeg regen valt. In La Gloria heeft het al heel lang niet geregend.

Door dit soort dorpjes won president ­Andrés Manuel López Obrador met linkse beloften de verkiezingen in 2018. Zijn project ‘Leven zaaien’ ondersteunt boeren die grond hebben. De familie Hernández ontvangt niks, vader Hernández werkt tegen een bescheiden loon op andermans grond.

Edgar Enrique heeft de varkensgriep overleefd en is opgegroeid tot een zeer voorkomende puber. Het advies van de voormalige patiënt nul aan zijn land waar nu een nieuwe pandemie rondwaart: ‘Ook al ziet het er slecht uit, laat je niet kennen en houd moed. Betere ­tijden zullen volgen.’

Hij leunt tegen een kast in de slaap­kamer waar hij ooit tien dagen lag te zweten, wachtend op die betere tijden. Hij kijkt naar de grond en frunnikt aan zijn broek, maar wanneer hij spreekt, is hij zo kordaat als zijn moeder, die in het aangrenzende winkeltje een deel van het inkomen van het gezin verdient. Eerst kwam een dokter uit Perote, vertelt hij, toen artsen uit andere steden: ­Xalapa, Puebla, uiteindelijk zelfs uit Mexico-Stad.

Het beeld van El Niño Cero in het dorp La Gloria.Beeld Alejandro Cegarra

Twijfelachtige eer

Er waren meer zieken in La Gloria, maar Edgar was de enige die positief testte op het virus. De nabijgelegen varkens­houderij zou de oorsprong zijn van H1N1. Edgar was het eerste geval, concludeerden de artsen.

Maanden later werd het varkens­bedrijf vrijgepleit door het ministerie van Landbouw. Mogelijk was ook Edgar niet kind nul, maar simpelweg een van de vele patiënten in Mexico. Maar hij kreeg de twijfelachtige eer en is er nog steeds niet van verlost.

Had ze hem nou toch maar niet naar school gebracht, zegt moeder Maria del Carmen (45). Haar ogen worden vochtig wanneer ze de gebeurtenissen van toen in haar hoofd laat passeren. ‘Ik vroeg aan God: als u hem heeft gestuurd, waarom neemt u hem dan zo snel weer van mij af?’ Edgar bleef leven en werd kortstondig een fenomeen in de pers. ‘De journalisten lieten ons geen moment met rust. Ze klopten aan om 5 uur ’s ochtends , om 11 uur ’s avonds...’

Fidel Herrera Beltrán, de toenmalige gouverneur van deelstaat Veracruz, gaf een persconferentie op het centrale plein van het dorp en prees de verlegen jongen als Mexicaanse held, het kind dat het virus had verslagen. Hij beloofde een standbeeld (dat kwam er), nieuwe ­wegen (die kwamen er), een ziekenhuis (La Gloria wacht nog steeds), een studiebeurs voor de overlever (Edgar is ­opgehouden te wachten).

Met de roem kwamen de verwijten, dat Edgar de gemeenschap had geïnfecteerd, dat het allemaal ‘zijn schuld’ was. ‘Ik werd gezien als een raar beestje.’ Of nog venijniger: dat zijn ouders alles hadden verzonnen om geld te krijgen, iets wat de meeste mensen in La Gloria maar in zeer ­beperkte mate bezaten. Totdat het ­virus kwam waren we ‘het vergeten dorp’, zegt Edgar. ‘We stonden niet op de kaart.’

Het kruidenierswinkeltje van de familie Hernández.Beeld Alejandro Cegarra

Studie medicijnen

Ze hebben niks gekregen en nooit om iets gevraagd, zegt zijn moeder. Een beetje hulp voor het dorp kwam er wel. Gouverneur Herrera liet de ­wegen verharden en doneerde geld aan de kerk, maar in 2010 verdween hij met zijn beloften van het toneel.

Maria del Carmen en haar man werken ook in 2020 lange dagen om Edgar en zijn twee broertjes te onderhouden. De 17-jarige Edgar droomt van een studie medicijnen, maar weet dat het geld er niet voor is.

Een decennium later staat de versteende ‘schuldige’ nog steeds op zijn sokkel. De levende versie haalt zijn schouders op. ‘Wow’, dacht hij eerst, maar na al die jaren is zijn standbeeld, hoe moet hij het zeggen, ‘verwaarloosd’.

Zijn moeder schudt haar hoofd: ‘Niemand heeft schuld. Als je ziek wordt, word je ziek.’

Toch werd haar man nagefluisterd: ‘Daar loopt het virus.’ Af en toe had ze iemand willen vastgrijpen en een klap willen verkopen.

Ze hoopt dat de geschiedenis zich niet herhaalt, nu het coronavirus na Azië, Europa en de VS ook Latijns-­Amerika in zijn greep heeft, dat niet ergens ter wereld nog een Edgar zo’n last moet dragen. Toen haar jongste zoon Jesús (8) op school hoorde over de eerste coronabesmettingen in hun regio, moest hij huilen. ‘Je hoeft niet bang te zijn’, zei Maria del Carmen. ‘Mensen maken de dingen groter dan ze zijn.’

In Mexico-Stad kan niet iedereen binnenblijven: ‘We sterven aan de ziekte of van de honger’
Vier van de vijf inwoners van de grootste stad van Latijns-Amerika blijven binnen. Een ongekende prestatie, want velen hebben amper spaargeld. Wie niks heeft, gaat toch de straat op om te werken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden