Einstein van zolder

Voor het bewaren en inventariseren van wetenschappelijke archieven bestaat niet veel animo. Moeten de brieven van Einstein dan maar in de shredder?...

Rijksarchivaris Roelof Hol voelt zich soms een archeoloog bij een noodopgraving. Twee weken geleden nog stond de directeur van het Rijksarchief in Noord-Holland in het onlangs opgeheven Instituut voor Geodesie (landmeetkunde) in Delft. De hal stond vol apparatuur en overal lagen dozen met papieren: archieven van het instituut zelf, maar ook van enkele illustere oud-hoogleraren die hun spullen hadden achtergelaten in de kasten.

Vraag van de medewerkers: of er nog iets van Hols gading bij zat. De archivaris: 'Eind augustus moet het gebouw leeg zijn. De apparaten gaan naar het Techniekmuseum. De universiteit is verantwoordelijk voor de officiële documenten. Maar de hoogleraarsarchieven . . . je kunt er donder op zeggen dat straks afvalbedrijf Van Gansewinkel voorrijdt met zijn papiervernietigers.'

Vandaar dat Hol werd opgebeld. Delft ligt weliswaar in Zuid-Holland, maar het Rijksarchief in Noord-Holland, gehuisvest in het voormalige Doopsgezind Weeshuis in Haarlem, ontfermt zich over verweesde wetenschapsarchieven. Het is de enige archiefinstelling in Nederland die die taak op zich heeft genomen.

En dat is niet makkelijk, verzucht Hol, van huis uit historicus. De belangstelling voor het bewaren van het papieren erfgoed van de Nederlandse wetenschap is maar gering. Niet veel mensen hebben door dat in archieven valt te ontdekken hoe wetenschappers tot hun ontdekkingen kwamen, hoe zij met collega's discussieerden of ruzieden, in welke netwerken zij functioneerden, hoe tijdschriften totstandkwamen en werden gelezen, wie onderzoeksgeld kreeg; kortom, welke invloeden van binnen en buiten er op de ontwikkeling van de wetenschap werken.

Het 'Nederlands Centrum voor Wetenschapsarchieven' lijdt aan ernstig geldgebrek. Voor het beheren van de ongeveer zeventig archieven van wetenschappelijke instellingen en wetenschappers is op dit moment maar één medewerker gedeeltelijk vrijgesteld.

Het Rijksarchief in Noord-Holland (RANH) is eigenlijk bij toeval midden jaren tachtig begonnenmet het verzamelen van wetenschapsarchieven, vertelt deze archivaris, Godelieve Bolten. In die tijd was nog een oude Archiefwet van kracht, die bepaalde dat landelijke overheidsinstellingen hun archieven moesten overdragen aan het Algemeen Rijksarchief (nu Nationaal Archief) in Den Haag.

Dat gold ook voor de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Maar dit eerbiedwaardige instituut uit Amsterdam, in 1808 begonnen als het Koninklijk Nederlandsch Instituut van Wetenschappen, Letterkunde en Schoone Kunsten, wilde liever dat zijn archief in Noord-Holland bleef. Het Algemeen Rijksarchief voelde daar wel wat voor. En zo werd besloten de KNAW-documenten aan het RANH over te dragen.

In het kielzog van het KNAW-archief kwamen andere archieven mee, met name dat van de Wiener Kreis. De papieren van deze onder filosofen befaamde groep Oostenrijkse logici waren na de oorlog, na een reddingsactie vanuit Nederland, hier terechtgekomen.

Toevallig besloot het ministerie van Cultuur in die tijd dat musea en archieven duidelijker van elkaar gescheiden moesten worden, aldus Bolten. De musea kregen een meer publieke functie, de archieven moesten bewaren en ontsluiten. Het wetenschapsmuseum Boerhaave in Leiden wees sindsdien iedereen die archieven wilde afstaan door naar het RANH. Daardoor verwierf het RANH de dossiers van het Wiskundig Genootschap, opgericht in 1778, compleet met persoonlijke archieven van onder meer beroemd wiskundige en didacticus Hans Freudenthal (1905-1990).

Spectaculair was eind jaren tachtig de vondst van het verloren gewaande archief van de Amsterdamse natuurkundige Pieter Zeeman (1865-1943), die in 1902 samen met Hendrik Lorentz de Nobelprijs voor Natuurkunde had gewonnen. Anti-kraakwachten vonden het in 1989 in vuilniszakken in het huis van Zeemans overleden zoon, een zonderling en teruggetrokken man. Tussen de papieren zaten onder meer brieven van Einstein, waarin de twee natuurkundigen discussies voeren.

Het archief werd naar het RANH overgebracht.Het begon een naam als centrum voor wetenschapsarchieven op te bouwen. Voor het Algemeen Rijksarchief was dat aanleiding om ook het archief van Lorentz naar het RANH over te brengen.

Er was een heuse collectie ontstaan. Buitenlandse wetenschapshistorici kwamen naar Haarlem om onderzoek te doen. 'En zo hebben wij ”verklaard” dat we het Nederlands Centrum van Wetenschapsarchieven wilden zijn', zegt Hol.

Een aanpassing van de Archiefwet eind jaren tachtig hielp daarbij: sindsdien mogen provinciale rijksarchieven documenten van sommige landelijke overheidsinstellingen opnemen. Zo komt misschien ook het archief van de Universiteit van Amsterdam in de toekomst naar Haarlem. Belangrijkste doel werd gaandeweg echter het verzamelen van particuliere archieven, die meestal tussen wal en schip vallen.

Andere dossiers die inmiddels in het RANH liggen zijn van bijvoorbeeld de wiskundige David van Dantzig (1900-1959), de biochemicus Ed Slater (geboren in 1917) en de bioloog Victor Westhoff, die twee jaar geleden op 85-jarige leeftijd overleed. Allemaal mensen die volgens de archivarissen, die zich laten adviseren door mensen uit de vakgebieden, iets hebben betekend in hun discipline.

Ook stadsgenoot de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, al sinds 1752 een discussiegenootschap van wetenschappers, heeft haar archieven overgebracht. Hetzelfde geldt voor de Stichting Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM), een organisatie die natuurkundig onderzoek financiert.

Het is een vrij willekeurige verzameling, geeft Hol toe, maar zijn instelling streeft dan ook niet naar volledigheid. 'Sommige archieven liggen prima op andere plekken.'

Wel wordt steeds vaker de expertise van het RANH ingeroepen voor de bewerking, zoals bijvoorbeeld van het archief van Nobelprijswinnaar voor Economie Jan Tinbergen (1903-1994). Dat ligt nu in de Universiteitsbibliotheek in Rotterdam en is niet ontsloten. 'We gaan gezamenlijk sponsors zoeken om het te inventariseren.'

Het is een van de grootste problemen waar het Noord-Hollands archief tegenaan loopt: er zijn nauwelijks fondsen, laat staan mensen, om de archieven te ontsluiten voor het publiek. Eind jaren negentig stopte een project dat door wetenschapsfinancier NWO werd betaald, waarbij de inventarisatie door een betaalde medewerker gepaard ging met een promotie-onderzoek door een historicus. Sindsdien is het behelpen.

Hol: 'Het ministerie van OC & W zegt: dat moet de Rijksarchiefdienst betalen. Maar die zegt: we moeten bezuinigen. De Stichting Academisch Erfgoed heeft ook weinig geld, en zet zich vooral in voor materieel erfgoed. De Koninklijke Akademie heeft geen eigen budget en loopt bovendien nog achter bij het geïnventariseerd aanleveren van zijn eigen archief. Dat hebben we nu tot 1940, terwijl we het tot 1980 zouden moeten hebben.'

Zolang er geen structurele steun komt, moet het archief prioriteiten stellen, vindt de rijksarchivaris. 'We zouden graag een database maken waarin alle Nederlandse wetenschapsarchieven staan die in Nederland of elders zijn te vinden. Het belangrijkste blijft het ontsluiten van de archieven voor onderzoek. Verder neigen we er nu naar om vooral op te slaan en goed te bewaren wat er op ons af komt.'

Zoals de archieven van de landmeters uit Delft, ook al zijn ze niet geïnventariseerd. Hol heeft besloten de dozen komende maand toch maar mee te nemen, voordat ze in de shredder verdwijnen. 'Een oude secretaresse die de hoogleraren nog heeft gekend, doet nu de eerste selectie voor ons.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden