Ter redactieEindredactie

Eindredacteuren Anneke Teunissen en Janne Heling over de schoonheid van goede eindredactie

Je ziet hun namen nooit in de krant, maar achter elke mooie kop en elke nipt voorkomen dt-fout zit een eindredacteur. Online eindredacteur Janne Heling en eindredactieveteraan Anneke Teunissen vertellen over hun werk. ‘De eerste keer dat iemand schreef over ‘iets delen’ moest ik er bijna van braken.’

Eindredacteuren Janne Heling en Anneke Teunissen.Beeld Io Cooman

‘Het ergst vind ik dt-fouten’, zegt Anneke Teunissen. De nét gepensioneerde eindredacteur heeft het over de fouten die haar aandacht zijn ontglipt en in de krant komen. Een verkeerd gespeld obscuur woord vindt ze minder erg, maar van een dt-fout kan ze wakker liggen. ‘Dat is iets van de lagere school. Je bent zoveel niveaus verder.’

Collega-eindredacteur Janne Heling lacht en knikt. ‘Het is je eer te na.’

Teunissen, met pretogen: ‘Dat is het wel met ons werk, hè: elke fout die wij maken, komt in de krant.’

Het is eigenlijk sisyfusarbeid: elke dag proberen eindredacteuren een foutloze krant te maken, en elke dag blijkt er toch minstens één foutje ingeslopen. ‘Ik weet zeker dat we nooit een foutloze krant hebben gemaakt’, zegt Teunissen. Bijna dertig jaar was ze onderdeel van de redactie, twee weken geleden ging ze met pensioen. De afgelopen jaren deed ze de eindredactie van de weekendkaternen Boeken en Wetenschap, Zaterdag en Opinie.

Heling: ‘Dat is ook onderzocht, hè? Waarom het onmogelijk is voor het menselijk brein om alle fouten te zien.’ Heling is eindredacteur voor de stukken die direct voor de site worden geschreven. ‘Je hersenen helpen je zo goed met lezen dat je zelfs als je ernaar zoekt over fouten heen leest.’

Teunissen lachend: ‘Wij hopen dat de hersenen van Volkskrant-lezers dat ook doen.’

Als lezers ergens veel over klagen, is het over taalfouten. Het is deel van de taak van de eindredactie om die onvrede zo laag mogelijk te houden. Daarnaast zijn zij de poortwachters voor publicatie, daarom controleren ze ook bij elke naam, elk jaartal en elke titel of die wel klopt. ‘Daarbij gaat veel fout’, zegt Teunissen. ‘Dan heb je negen namen die een auteur opnoemt opgezocht. Allemaal kloppen ze. Bij de tiende kun je dan denken: die zal dan vast ook goed zijn, deze auteur heeft alles gecheckt. Dan zul je net zien dat die laatste tóch fout is.’

Ten slotte controleren ze de tekst op helderheid en leesbaarheid, én schrijven ze de koppen en intro’s voor de artikelen, het uithangbord dat een lezer het artikel moet intrekken.

Teunissen: ‘Je moet als eindredacteur in het nieuws wónen, vind ik, je moet alles volgen. Dan kun je beter beoordelen wat het gewicht van een verhaal is en kun je een scherpe kop maken. Koppen maken is het moeilijkst aan het werk.’

Heling: ‘Koppen en intro’s. Je moet echt in een paar woorden vatten wat de essentie van het nieuws of het artikel is. Dat vergt veel achtergrondkennis. Je moet het zelf in de grotere lijn van het nieuws kunnen plaatsen. Als ik om 8 uur ’s ochtends moet beginnen, is het eerste wat ik doe de radio aanzetten. Dan weet je al wat er speelt en kun je je voorbereiden.’

Teunissen: ‘Dat is wel een verschil met vroeger. Destijds had je alleen gespecialiseerde eindredacteuren en hoefde je alleen binnenland, economie of buitenland te volgen. Nu moet je als eindredacteur van alle markten thuis zijn.’

Teunissen is eindredacteur, redacteur, verslaggever, en chef nacht geweest. Als chef nacht werkte ze van 5 uur ’s middags tot 2 uur ’s nachts om de krant klaar te krijgen voor de drukker. Soms kwam er groot nieuws binnen en moest ze delen van de krant omgooien. ‘De keer die ik me het beste kan herinneren was toen Saddam Hussein werd opgehangen. Dat was in de ‘nanacht’, zoals wij het noemden: tussen 12 uur en 2 uur ’s nachts. Toen hebben we met vier mensen snel een nieuwe voorpagina gemaakt. Met een foto van Saddam Hussein in betere tijden.’

Hoe reageerden jullie op het nieuws toen het binnenkwam?

Teunissen: ‘Het was niet zo dat we dingen naar elkaar riepen. Je volgt de persbureaus en als je zoiets ziet binnenkomen, ga je meteen aan het werk. De adrenaline giert wel door je lijf, maar dat is juist leuk.’

Heling: ‘Dat is sowieso een misvatting dat er chaos uitbreekt op het moment dat er groot nieuws binnenkomt. Het omgekeerde gebeurt: iedereen gaat vooral geconcentreerd aan het werk. Het wordt dan zo stil dat je een speld kunt horen vallen.’

Eindredacteuren Janne Heling en Anneke Teunissen. Voor het beeld wilden ze best poseren met papier en rode pen, maar eindredactie is hoofdzakelijk computerwerk.Beeld Io Cooman

Heling werkt bijna vijf jaar voor de krant, de laatste anderhalf jaar als eindredacteur voor de site. In die tijd is haar werk flink veranderd. ‘Toen ik begon, draaide alles nog om de papieren krant. Ik moest gewoon de stukken uit de papieren krant alvast online zetten. Nu moeten redacteuren juist eerst aan de site denken bij urgent nieuws.’ 

Bijna alles dat Heling binnenkrijgt, moet zo snel mogelijk online. Heling: ‘Over een stuk van vijfhonderd woorden doe ik ongeveer tien tot vijftien minuten, gok ik.’

Teunissen trekt haar wenkbrauwen op. ‘Dat is snel. Bij de weekendbijlagen zitten grote stukken, waarmee je soms wel twee of drie uur bezig bent. Je moet alles opzoeken; ik zit continu te googelen.’

Heling: ‘Ja, en dan nog een kop en intro maken. Het hangt ook van de auteur af. Soms is het heel goed geschreven, dat helpt met redigeren.’

Ik heb begrepen dat auteurs het niet altijd even makkelijk vinden als een eindredacteur kritiek heeft.

Heling: ‘Dat is zo en dat begrijp ik ook. Je maakt je kwetsbaar als je wat jij hebt geschreven aan iemand anders geeft – hier, zeg maar wat je ervan vindt. Als eindredacteur ga je het bewust met een kritisch oog lezen. Ik kom nog regelmatig bij ze terug met de vraag of ze ergens nog een keer naar kunnen kijken.’

Wat krijg je dan voor reacties?

Heling en Teunissen kijken elkaar even aan. Heling: ‘Dat hangt erg van de auteur af.’ Vervolgens lachen ze beiden.

Teunissen: ‘De verslaggever denkt natuurlijk dat het allemaal goed is. En de meesten leveren ook prima kopij, hoor.’

Heling: ‘Dat is zo. Maar ik ben er trots op als ik aan een stuk heb gewerkt en de auteur uiteindelijk zegt: je hebt gelijk, nu is het beter. Als je merkt dat jouw werk het werk van iemand anders beter heeft gemaakt, dat is prettig.’

Teunissen: ‘Maar het is me ook overkomen dat ik er flink aan heb gesleuteld en de auteur zegt: prima, ik zie niet wat er is veranderd.’

Heling: ‘Nou zeg…’

Wat zijn jullie grootste ergernissen?

Heling: ‘Passief schrijven. Dat gebeurt vaak als mensen snel iets moeten schrijven, alsof ze al schrijvend nog nadenken. ‘Het zou zo kunnen zijn geweest dat het zo is gegaan’, zoiets. Dat leest niet prettig. Dan maak ik al die zinnen actief.’

Teunissen: ‘Ik heb soms moeite met modewoorden. Ik kan me nog de eerste keer herinneren dat ik het woord ‘delen’ tegenkwam, ‘iets delen’. Ik moest er bijna van braken, gatsie. Ik heb het veranderd zonder overleg. Maar tegenwoordig deelt iedereen alles met iedereen. Net als het woord ‘impact’. Iedereen gebruikt het en er is geen houden aan.’

Jullie hebben soms veel invloed op een stuk, maar jullie naam staat er niet bij, die van de auteur wel. Vinden jullie dat weleens frustrerend?

Teunissen: ‘Ik zit er niet mee. Maar het is vaak moeilijk iemand voor de eindredactie te vinden vanuit de redactie. Je gaat de journalistiek in om zelf te schrijven, niet om het stuk van een ander in de krant te zetten. Ik vind het wel goed dat de hoofdredactie verslaggevers stimuleert een poosje eindredactie te doen.’

Heling: ‘Ik vind dat ook goed. Redacteuren vergeten soms hoeveel werk er nog in eindredactie gaat zitten. Soms zegt een redacteur: ik heb dit vijf minuten geleden gestuurd, waarom staat het nog niet op de site?’

Teunissen: ‘Ik heb het altijd leuk werk gevonden. Je naam staat er niet bij, maar je ziet toch veel terug van je werk in de krant. De koppen, de intro’s, de presentatie: je hebt elke dag resultaat.’

Heling: ‘Je werkt ook in een team naar het product toe en het is een spannende werkomgeving. Heerlijk om iedere keer op zo’n rijdende trein te stappen. Er is geen dag dat je een beetje voor je computerscherm zit te wachten tot het lunchtijd is.’

Teunissen: ‘Never ever, nee.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden