Eindeloze horizon wijkt voor windmolens

Spanningen in de Drentse veenkoloniën. Boeren verwelkomen windmolens als bron van inkomsten, provincie en bewoners verzetten zich tegen de inbreuk op de verlatenheid van het voormalige turfstekersgebied.

Wind wordt straks zijn vijfde gewas. Harbert ten Have, akkerbouwer in Eerste Exloërmond, beperkt zich nu nog tot aardappelen, witlof, suikerbieten en uien. Dat laatste was dit jaar geen succes. 300 ton uien moest hij onlangs naar de vergister rijden, om te laten vernietigen.


Maar over twee jaar wordt alles anders. Ten Have is oprichter van de B.V. Duurzame Energieproductie Eerste Exloërmond, een van de vier bedrijven die hier in de Drentse veenkoloniën windmolens willen gaan exploiteren. De boeren in de regio hebben zich massaal aangemeld. Met molens op het land zijn ze veel minder afhankelijk van het onzekere gedoe met zaaien en oogsten.


70 duizend euro per jaar, dat hou je dankzij overheidssubsidie al snel over aan die witte staketsels. 'Meer zou ook kunnen', zegt Ten Have. Pin hem er niet op vast; het hangt af van hoe hard het waait en ook het soort molens dat ze nemen. Dat komt later allemaal wel. Voorlopig zijn de initiatiefnemers hun aandacht nog kwijt aan omwonenden die zich kwaad maken over de nieuwe akkerbeplanting.


De boeren kan het allemaal niet snel genoeg gaan. Nu verdienen ze nog een groot deel van hun inkomen via aardappelzetmeelcoöperatie Avebe. Haar fabrieken in Gasselternijveen, Foxhol en Ter Apelkanaal fungeren sinds jaar en dag als motor van de plaatselijke economie, dankzij steun uit Brussel. Maar in augustus stopt deze subsidie. Per boerenbedrijf betekent dat een aderlating van zomaar tienduizenden euro's per jaar.


Het zou mooi zijn als de windopbrengst straks het verlies van de Avebe-gelden kan compenseren. De molens vormen mogelijk de redding van hun onderneming en ze bieden ook nog eens duurzame energie, een opsteker voor Nederland. 'Het wijkt af van aardappels verbouwen en koeien melken, maar het biedt een kans', zegt Ten Have. 'Veel meer kansen dan dit gebied nu heeft.'


Het Rijk wil tien dunbevolkte gebieden opofferen om daar samen met boeren en energiebedrijven grootschalige windmolenparken te creëren. De parken moeten verspreid door het land komen, van Oost-Groningen en de Friese kust tot de Rotterdamse haven en de provincie Zeeland.


Daar, ver van grote steden als Amsterdam of waardevolle natuur zoals het Gooi, veroorzaken windmolens weinig overlast, staat in een ambtelijke notitie uit 2010 die geldt als hoeksteen van het overheidsbeleid. Moderne windmolens halen soms bijna 200 meter, die zijn hoger dan de Euromast.


In de veenkoloniën zullen windmolens niet detoneren, schrijft de ambtelijke stuurgroep. Volmaakt passen ze in de 'geometrische structuur' van dit landschap. Dit is namelijk een gebied met 'lage natuurwaarden', onafzienbare akkers, eindeloze lintdorpen. Windmolens zouden trouwens ook fraai staan op de 30 kilometer lange Semslinie, de oude grens tussen Groningen en Drenthe. 'Op die manier wordt de linie nieuw leven ingeblazen.'


Maar in Drenthe groeit de weerzin. Rob Rietveld van Tegenwind Veenkoloniën, een consortium van vier actiegroepen, woont in Annerveenschekanaal, een van de mooiste plaatsen die de Drentse veenontginning heeft voortgebracht. Beschermd dorpsgezicht. Door de geometrische, open indeling van de veenkoloniën biedt het land eromheen een eindeloos uitzicht. Vanuit de westkant van het dorp kijkt Rietveld straks mogelijk naar Drentse windmolens, in het oosten heeft hij vrij uitzicht op Groningse molens. 'Dit gebied wordt onbewoonbaar. Als ze echt zoveel windmolens willen, kunnen ze beter een hek om het gebied plaatsen en de inwoners wegsturen.'


Rietveld is een echte ondernemer, had zelf jarenlang een grote meubelzaak. Maar boeren die geld verdienen over de rug van een grote groep bewoners, daarvoor kan hij geen begrip opbrengen.


Het provinciebestuur in Drenthe heeft zich inmiddels ook bij het verzet aangesloten. De provincie wil best een bijdrage leveren aan windenergie: maximaal 280 megawatt, verspreid over de provincie. Maar de maximaal 600 megawatt die in de veenkoloniën moet verrijzen, dat is 'buitensporig', schreef het provinciebestuur onlangs in een brief aan minister Verhagen (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie). Bewoners raken 'ingeklemd' tussen slagformaties van windmolens. Straks wonen zij in een 'industrieel windpark'.


Omdat het Rijk uiteindelijk beslist over grote windmolenparken, verloopt het weerwerk van de provincie soms ondergronds. Onlangs overhandigde de Drentse gedeputeerde Rein Munniksma een nog vertrouwelijk computerbestand aan de actievoerders. Het programma toont in 3D hoe de windmolenformaties eruit zouden kunnen gaan zien. 'Kunnen ze er alvast mee experimenteren', zegt Munniksma.


De gedeputeerde voelt zich voor het blok gezet door het Rijk. 'Dit doet denken aan het oude Sovjetmodel. Alles wordt volledig top-down geregeld. Daarmee bereik je dat mensen met hun rug naar groene energie gaan staan.'


Het verzet van de lokale bevolking wordt direct zichtbaar als je een afslag neemt vanaf de Kielsterachterweg, een van de tweebaans verkeersaders die de veenkoloniën doorkruisen. 'Nee, niet hier', melden posters voor de ramen, even verderop ook spandoeken, wel een meter hoog, in de tuin van monumentale Drentse boerderijen.


De afgebeelde windmolens zijn omgeven door een onheilspellende stralencirkel, ongeveer zoals de fallout van een kerncentrale werd gesymboliseerd in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Hier dreigt gevaar, is de boodschap. Begeleidende teksten waarschuwen voor slagschaduw, verjaagde dieren, lichthinder, geluidsoverlast en dorpen die leeglopen.


In het nog geen duizend inwoners tellende Gieterveen werden afgelopen najaar spandoeken van tegenstanders vernield. De daders zijn nooit gepakt. Maar dat was een eenmalig incident, zegt Arjan Klaassens, secretaris van de vereniging dorpsbelangen. 'Hier zijn geen tegenstellingen tussen bewoners. U moet niet vergeten: het zijn nu alleen nog maar plannen. Als het echt doorgaat, wordt het mogelijk anders.'


'Dag en nacht op 1,5 km hoorbaar', meldt een spandoek voor een huis in Eexterveen. Het verzet in dit dorp is heftig. Pas afgelopen zomer hoorden ze hier van de plannen. Even verderop worden borden 'Nee, niet hier' in de tuinen afgewisseld met bordjes 'Te koop', want deze regio wordt geteisterd door stevige bevolkingskrimp.


Met de komst van een industrieel windpark loopt het hier pas echt leeg, vreest de provincie Drenthe. 'Huizen worden zeker minder waard', zegt Jaap ten Hoor, makelaar in Emmen. Hij verkoopt woningen in de veenkoloniën. 'Mensen komen hier wonen voor de rust en ruimte. Het hangt af van de afstand waarop ze komen, maar als je uitkijkt op een draaiende windmolen met 's nachts rode verlichting, dan worden sommige huizen onverkoopbaar.'


Voor de inwoners van de dorpen is het knap lastig. Iedereen kent de boeren, soms zijn het de buren, of is het zelfs familie. Dit is een kleine wereld. Op zichzelf zijn het ook 'hartstikke aardige boeren', zegt een inwoonster van Eexterveen. Maar tegelijkertijd willen ze windmolens op het land, worden ze daar misschien wel rijk van. Kun je nog wel met zulke lui omgaan?


De boeren zelf voelen het aan. Ze gedragen zich ook al anders, minder enthousiast, staat te lezen in een van de duizenden klachten die bewoners tegen de plannen hebben ingediend. 'Schuchter gaat er soms nog een hand omhoog bij wijze van groet.'


'Zijn er spanningen?', vraagt initiatiefnemer Harbert ten Have verbaasd. Hij ervaart dat zelf niet zo, maar hij woont dan ook niet in de veenkoloniën. In Eerste Exloërmond bezit hij weliswaar het agrarische bedrijf van zijn familie, maar zijn huis staat in het Gelderse Epe. Hij zegt dat hij wil verhuizen, maar door problemen met een bouwvergunning laat dat op zich wachten.


Ten Have is eigenlijk ook geen boer zoals alle anderen. Hij was 33 jaar lang werkzaam als ambtenaar bij het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, weet welke wegen hij in Den Haag moet bewandelen. Maar in de dorpen helpt zoiets niet mee. Op inspraakavonden krijgt hij nauwelijks gehoor als hij vertelt over plannen voor een steunfonds om alle inwoners in de streek financieel te laten profiteren van de windmolens.


De bewoners moeten niet zeuren over de horizonvervuiling, oordeelt Hans Mentink, de man achter windenergieplan Oostermoer, aan de noordkant van veenkoloniën. Ze hadden het namelijk kunnen weten. Hij wijst naar een kaart van Drenthe, vastgesteld door de provincie in 2010. De kleuren op deze kaart duiden op een waardevol landschap: groen voor natuur, blauw voor een stiltereservaat, roodbruin voor archeologische vondsten.


Maar de veenkoloniën, dat is een witte vlek. Dit landschap heeft van zichzelf namelijk geen waarde. 'Het is een dynamisch landbouwproductiegebied', legt Mentink uit. Hij is melkveehouder, ondernemer in duurzame energie en ook plaatselijk voorzitter van landbouworganisatie LTO. De LTO juicht de windmolens toe, staat pal achter boeren die hun nek uitsteken voor groene stroom.


In een landbouwproductiegebied zijn de boeren aan zet. Ze mogen kiezen voor aardappelen op hun land, maar ook voor biogasinstallaties of windmolens. Geen nood: over twintig jaar zijn die afgeschreven, dan komt er vast weer iets anders. Wie het nu desondanks bezwaarlijk vindt, had in een gebied met een kleurtje moeten gaan wonen. 'Maar mensen kozen voor de veenkoloniën omdat de huizen hier goedkoop zijn.'


Het veenkoloniale landschap is niet zomaar voor iedereen weggelegd. Je moet ertegen bestand zijn. 'Er is hier niks', zegt schrijver Herman Sandman, 'en juist dat niks is heel erg leuk.' Vorig jaar publiceerde hij verhalenbundel De lange leegte, over zijn jeugd in deze streek. De verlatenheid van de Kielsterachterweg, daar voelt hij zich thuis. Een rauwe wereld, zeker geen vindplaats van levensgeluk. En juist daarom is het prachtig.


Haagse ambtenaren die de lege akkers willen omtoveren tot een soort machinekamer, miskennen de cultuurhistorische waarde van dit gebied, waar de turf tot begin 20ste eeuw meter voor meter handmatig is afgegraven. Dit karakteristieke landschap heeft z'n energie aan de wereld allang geleverd, hoort nu thuis op de UNESCO-werelderfgoedlijst, vindt Sandman 'Dat hier windmolens komen, verknalt alles. Dat is drie keer niks.'


Sandman wil de veenkoloniën liever geen calimerocomplex aanpraten. Maar toch. Deze regio lijkt door politici en bestuurders uit het westen soms onmiskenbaar als een afvoerputje te worden gezien. 'Dit is echt de rand van Nederland. Alles wat niet leuk is, wordt onze kant opgeschoven. Kijk maar naar de CO2-opslag. Waarom zetten ze die windmolens eigenlijk niet in Amsterdam? Het landschap is daar toch al verpest door industrie.'


AANTAL WINDMOLENS MOET IN 2020 ZIJN VERDRIEVOUDIGD

Nederland is met een aandeel van slechts 4,4 procent windenergie een middenmoter in Europa. In 2020 moet het aandeel windenergie zijn gestegen tot 14 procent. Omdat windparken in zee nauwelijks rendabel zijn, zet minister Verhagen zwaar in op windmolens op land. Drie keer zoveel als nu moeten er komen. Samen produceren ze in 2020 maximaal 6000 megawatt, in theorie genoeg om miljoenen huishoudens van stroom te voorzien.


Windmolens op land gelden als een goede investering, omdat ze relatief rendabel zijn en vanwege de gunstige subsidieregeling. Om lokaal verzet in de kiem te smoren, is bij grootschalige energieparken (meer dan 100 megawatt) de crisis- en herstelwet van toepassing. Het Rijk is daarin aan zet, de provincie en de gemeente moeten accepteren dat zij met windmolens worden geconfronteerd.


Onlangs won de overheid de eerste slag in deze strijd, bij Urk in de Noordoostpolder. Vorige maand gaf de Raad van State na jarenlange procedures toestemming voor de bouw van wat voorlopig het grootste windmolenpark van Nederland zal gaan worden: 86 windmolens, die samen circa 450 megawatt gaan produceren. Inmiddels is de aanleg begonnen.


Maar Urk was slechts een oefenpartijtje voor een grotere krachtmeting. Het windmolenpark in de Drentse veenkoloniën moet met 600 megawatt nog omvangrijker worden. Vlakbij, in de Groningse veenkoloniën langs snelweg N33, moet bovendien nog eens 120 megawatt windenergie worden opgewekt.


Drenthe, Friesland en Groningen worden geconfronteerd met energie-ondernemers die bij het Rijk een aanvraag doen voor een windmolenpark op een locatie die volgens de provincie ongeschikt is. Groningen is voor liefst 1300 megawatt overtekend, in Drenthe gaat het om 320 megawatt en in Friesland om 150 megawatt.


In Groningen is de markt voor windenergie vrijwel volledig in handen van grote energiebedrijven zoals Nuon, RWE en KDE. Zij sluiten contracten af met boeren in ruil voor het gebruik van hun grond. In Drenthe en Friesland houden veel agrariërs de boel op slot voor deze energiegiganten. Zij denken meer winst te behalen als ze zelf de windmolens exploiteren.


Om te ontsnappen aan de beslissingsmacht van de provincie fuseren deze windboeren vaak voordat ze een aanvraag doen. Zo komen ze aan de 100 megawatt die vereist is om hun plan in te dienen bij het Rijk. In de Drentse veenkoloniën waren oorspronkelijk vier windproducenten actief. Die werken nu samen in twee grote organisaties: windpark De Drentse Monden (450 megawatt aan de zuidkant) en windpark Oostermoer (150 megawatt aan de noordkant).


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden