Eindeloos knagen aan het hofprotocol

Evenementen rond het koningshuis vormen zijn specialiteit. Maar het hof is geen gemakkelijke klant. Lars Andersson, hoofd van NOS Actueel: 'Ik lever een eindeloze strijd voor maximale journalistieke openheid.'..

Op zondagmiddag 6 oktober vorig jaar stond Lars Andersson, hoofd actuele programma's van de NOS, te schilderen in het nieuwe huis van zijn jongste dochter. 'Om vier uur belde Kees Boonman van Netwerk. Hij wist zeker dat prins Claus was overleden. Ik heb van alles geprobeerd, maar kreeg geen bevestiging van het bericht. De Rijksvoorlichtingsdienst hield vol dat zich geen wijzigingen in de toestand van de prins hadden voorgedaan. Dat is in een communiqué aan het einde van de middag ook nog eens meegedeeld.'

Andersson (56) reed naar zijn huis in Noord-Holland. 'Ik heb gegeten, zelfs een wijntje gedronken. Om kwart voor acht kreeg ik telefoon: of de Haagse studio die avond gebruikt kon worden. Toen wist ik genoeg. Ik ben in de taxi gesprongen en naar Hilversum gereden. Tijdens de rit heb ik iedereen gewaarschuwd, natuurlijk met het risico dat we voor niets naar de studio kwamen. Dat zou overigens niet voor het eerst zijn geweest. Het officiële bericht dat de prins om zeven uur was overleden, kwam om vijf over half negen. Meteen daarna was de NOS in de lucht. Toen ik binnenkwam was de uitzending al begonnen.'

Het was een historisch moment. Voor het eerst in veertig jaar (prinses Wilhelmina, 1962) overleed een lid van het Koninklijk Huis. Ook voor Andersson persoonlijk was het een beladen moment. Vanaf de dag dat hij bij de NOS-televisie verantwoordelijk werd voor de live-uitzendingen van nationale herdenkingen en evenementen waarbij leden van het koningshuis zijn betrokken - een in de Mediawet vastgelegde taak - wist hij dat ooit het ogenblik zou komen waarop de drie publieke netten gelijkgeschakeld worden en een programma begint volgens een jarenlang voorbereid draaiboek dat in Hilversum 'het gele dossier' heet.

'Vroeger, als redacteur bij Het Journaal, hoorde ik al over dat geheime, gele dossier. Die woorden hadden een mythische betekenis. In januari 1995 werd ik er zelf verantwoordelijk voor. Op mijn eerste werkdag sloeg ik het verwachtingsvol open, maar ik schrok me te pletter. Het bestond uit een lijstje wie-belt-wie, een overzicht van cameraposities langs de uitvaartroute en een verwijzing naar bandjes met biografieën, gemaakt door de aparte afdeling die daar toen nog voor was. Maar niets over journalistieke vragen als: welke betekenis heeft iemand gehad, hoe bouw je een uitzending rond zo'n persoon op?'

Andersson zette onder de oude naam een nieuw draaiboek op en liet items maken over aspecten uit de levens van met name prinses Juliana en prins Bernhard. Hij had daarbij heel wat schroom te overwinnen, want intimi ten behoeve van een necrologie laten praten over een nog levend lid van de koninklijke familie vergt een flinke overredingskunst.

'Zulk voorwerk is nodig wil je een goede actuele uitzending kunnen maken. Helaas is de tragiek van mijn vak dat veel dingen over moeten. Uiteindelijk is prins Claus eerder overleden dan zijn schoonouders, terwijl aanvankelijk niets daarop wees. Alle items over prinses Juliana en prins Bernhard zijn het afgelopen jaar opnieuw bekeken en waar nodig aangepast. Ook om andere redenen, van heel uiteenlopende aard. Gemonteerde banden uit de jaren negentig hebben een ander ritme. Televisie en de perceptie van de kijker veranderen voortdurend. Ik heb alle oud-premiers laten opnemen over Juliana, maar de prinses leeft nog terwijl Zijlstra en Biesheuvel zijn overleden. Kan ik dat materiaal nog gebruiken? Of neem het beeld van Bernhard, dat is aanzienlijk gekanteld de laatste jaren, positiever geworden. Soms gaan we op eigen initiatief naar mensen terug, soms bellen zij ons omdat ze behoefte hebben hun woorden bij te stellen.'

Onderhandelen met de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) is een vast bestanddeel van Anderssons werk. Dat komt hem soms op het verwijt te staan dat de NOS niet journalistiek opereert, maar als 'een uitzendbedrijf dat interimmanagement levert aan het hof en de RVD', zoals Harry van Wijnen het ooit formuleerde. Andersson vindt die kritiek niet billijk. 'Koninginnedag verslaan bijvoorbeeld is een aparte tak van sport, die ik service-tv noem. Geen journalistieke gebeurtenis van de eerste orde, wel een televisie-evenement dat anderhalf miljoen mensen boeit. Dédain daarvoor is ongepast. Ik lever een eindeloze strijd voor maximale journalistieke openheid, onzichtbaar wellicht, maar het is een gevecht dat mij door de andere partij vaak niet in dank wordt afgenomen. De reeks interviews die we de afgelopen jaren hebben gemaakt, met de koningin, met Laurentien en Constantijn, met Willem-Alexander en Máxima, komt niet zomaar tot stand. Dat geldt ook voor het verkrijgen van de beste beelden. Zo worstel ik al jaren met een verbod op bewegende camera's. Een loopcamera naast de Gouden Koets zou de verslaggeving van Prinsjesdag veel attractiever maken. Het mag niet, maar ik houd vol.'

Daarnaast heeft Andersson de afgelopen jaren een parallel spoor bewandeld: het faciliteren van documentairemakers. 'Tijdens de live-registraties en de voorbereiding daarvan zie ik vaak dingen waarvan ik denk: als je er met een ander oog naar kijkt, kan dat óók waardevolle televisie opleveren.' De film van Michiel van Erp over de tien dagen na de dood van prins Claus, die maandagavond wordt uitgezonden, is de zesde in een rij (eerdere documentaires bij jubilea van Beatrix en Claus waren van onder anderen Tonko Dop, Jan Eikelboom en Hetty Nietsch van NOVA) en de tweede van Van Erp. In 2000 filmde hij onder de titel De koningin komt eraan de voorbereiding van de Oranjevereniging in Katwijk op de komst van de koninklijke familie op 30 april dat jaar.

'Een half jaar voor de dood van prins Claus hebben Van Erp en ik afspraken gemaakt, waarin ook de RVD is betrokken. Wij de liveregistraties tussen overlijden en uitvaart, hij een jaar na dato een film over de rouw in Nederland. Het zijn uiteindelijk persoonlijke rouwgeschiedenissen geworden, want de algemene rouw bleek mee te vallen. Zeker de eerste dagen. Dat wisten we natuurlijk niet, na Pim Fortuyn kon je alles verwachten. Maar je ziet het heel onthullend in de fim, de maandag na het overlijden zijn er bij Huis ten Bosch meer camaraploegen en fotografen op de been dan rouwende Nederlanders. Ze storten zich allemaal op het ene meisje dat bloemen legt. De omslag is gekomen toen het stoffelijk overschot van de prins werd overgebracht naar paleis Noordeinde. De rouw kreeg een gezicht dankzij, en dat is interessant, de televisie, die de drie tegen hun tranen vechtende prinsen toonde.'

De uitvaart zelf, daarover was iedereen het indertijd eens, was zeer indrukwekkend. Vol emotie, toch waardig, door Van Erp goed gebruikt om de verschillende verhaallijnen in zijn film samen te voegen. Met de afdaling in de grafkelder als dramatisch hoogtepunt, waarbij de koningin en haar zoons eerst minutenlang in volle kwetsbaarheid naar het gesloten gordijn onder aan de trap keken. 'Dat was een regiefout in het hofprotocol. De familie had langer zullen blijven zitten. Ik heb daarover wel vragen gekregen, maar ik denk dat wij dat goed hebben opgevangen. Er is niet ingezoomd, het beeld is getoond zoals het was.'

Terugkijkend op de tien dagen vindt Andersson dat hij 'te lang op zender' is geweest. 'Niemand wist hoe vergaand de rouw zou zijn. Voor mezelf concludeer ik dat we een volgende keer de dagelijkse uitzendingen korter zullen maken. Bij Juliana zal ook gelden dat inmiddels een hele generatie is opgegroeid die haar niet kent. We hebben nu geanticipeerd op situaties als in België na het overlijden van Boudewijn of Engeland na de dood van Diana, begrafenissen waarbij we ook zijn gaan kijken en waar de opkomst massaal was. Van dit eerste overlijden in veertig jaar heb ik geleerd dat het allemaal iets nuchterder kan.'

Voor de komende twee jaar is de agenda al weer aardig gevuld. De geboorte van een troonopvolger, het voorgenomen huwelijk van Friso en Mabel, met eventueel een interview, en in 2005 het 25-jarig regeringsjubileum van koningin Beatrix.

'Het moeilijkste in de koninklijke berichtgeving blijft de spagaat waarin je moet opereren. Het Koninklijk Huis bestempelt familiekwesties snel als privézaken, maar ze zijn voor de Nederlandse bevolking belangrijk. Bij een huwelijk, geboorte of overlijden heb ik begrip voor de familiale aspecten van de gebeurtenissen, maar die mogen niet tot te veel beperkingen leiden. Ik blijf daarover een permanente discussie voeren. Waarom mochten we bij de zestigste verjaardag van koningin Beatrix niet over een uitgebreide gastenlijst beschikken? Waarom mochten we bij het huwelijk van de kroonprins niet het aansnijden van de bruidstaart filmen? Wij dienen een wettelijke taak uit te voeren, en natuurlijk, daar halen we hoge kijkcijfers mee. Maar de RVD en het hof zouden wel eens beter mogen beseffen hoe belangrijk tv-uitzendingen zijn voor het draagvlak voor de monarchie.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden