Eindeloos herschikken

Nederland heeft niet alleen in de architectuur een naam hoog te houden, ook in de mode, de fotografie en de vormgeving gelden 'the Dutch' sinds de jaren negentig als voorbeeldig....

Vergeet de Dutch treat, double Dutch, Dutch comfort, of al die kruidenierswoorden waarmee het woord Hollands in het buitenland werd geassocieerd. Dutch staat vandaag de dag voor iets geheel anders. Het zindert, het is geestig, het is mooi, het is verrassend en het is werelds. Het is de Dutch Posse.

Toen Viktor & Rolf nog maar net heel beroemd waren, zocht een Britse modejournaliste ze op in hun atelier in de rosse buurt in Amsterdam. Ze was verbaasd over de bescheiden huisvesting van het duo dat met extravagante ontwerpen de modewereld op zijn kop had gezet. En ze was teleurgesteld door de doodnormale spijkerbroeken die ze droegen en een 'sweater waarin je eerder de Britse cabaretier Ronnie Corbett zou verwachten'. Toen legde Viktor (of was het Rolf) haar een bekende, oer-Hollandse wijsheid voor:

'Just be normal, it's crazy enough'.

Reality Machines, een tentoonstelling in het Nederlands Architectuurinstituut (NAi), is het eerste overzicht waar architectuur, mode, design en grafische vormgeving van eigen bodem samen is gebracht. En dat poogt het opmerkelijke, internationale succes van de Nederlanders te verklaren.

Gebroederlijk hangen in de grote zaal van het Rotterdamse museum bijeen het gestapeld Nederlandse landschap van architectenbureau MVRDV (Expo-paviljoen voor de wereldtentoonstelling 2000 in Hannover), de Adidasschoen van modeontwerpster Saskia van Drimmelen, een herinterpretatie van Delftsblauw porselein van ontwerpster Hella Jongerius, een Comme de Garçon-campagne van de fotografen Anuschka Blommers en Niels Schumm, en de driepotige fauteuil (en een boekenstapeltje als vierde poot) van vormgever Jurgen Bey.

Dit alles bij elkaar roept de vraag op: bestaat er een verband tussen de architect, de fotograaf, de vormgever en de modeontwerper?

(Het juiste antwoord is: nee; leuker is het toch op zoek te gaan naar een algemene noemer )

Rem Koolhaas, Droog Design, Viktor & Rolf, Inez van Lamsweerde: ze behoren wereldwijd tot de topvijf in de architectuur, de vormgeving, de mode en de (mode)fotografie. Je kunt je afvragen waarom landen van eenzelfde omvang niet in de verste verte een vergelijkbare status hebben. Waar komt het vandaan? Is het iets in het Hollandse water? Is het de calvinistische volksaard, is het het licht, de polderconsensus, of inderdaad een kwestie van gewoon is gek genoeg?

Ruim honderd voorwerpen, foto's en kledingstukken zijn verzameld voor Reality Machines. Alles is opgehangen aan onzichtbaar draad en zweeft enkele centimeters boven de grond. Een geruisloos mechaniek trekt de objecten via een rails in het plafond traag langs een slingerparcours door de tentoonstellingsruimte.

Een van die rondcirkelende objecten is een schutting, Share Fence, van Next Architects - een mooi voorbeeld voor die Hollandse mix van functionaliteit en een geestrijk idee. De schutting is niet louter een begrenzing van twee tuinen, hij functioneert ook als tweezijdig gereedschapsrek, waaruit beide buren gieter, snoeischaar, zaag en hamer kunnen wegnemen en na gebruik terughangen. De ontwerpers hebben zowel aan de in dit volle land zo gekoesterde privacy gedacht (de erfafscheiding) als aan de functionaliteit (gemeenschappelijk gereedschap is goedkoper); bovendien herinnert het ons aan een sociaal grondpatroon: we willen op onszelf zijn, maar mogen niet vergeten dat we niet zonder elkaar kunnen.

Het zijn dit soort ideeën waar Nederlanders in het buitenland furore mee hebben gemaakt. Nederlandse vormgevers excelleren in een pragmatische ontwerphouding, maar het is altijd gemengd met conceptueel denken. Ze roeren lichte ironie in één potje met hard polderrealisme. Functionaliteit wordt altijd gecombineerd met humor.

Er zijn etiketten opgeplakt als Dutch Pragmatism (voor vormgeving), Dutch Renaissance (fotografie), Dutch Wave (mode) en Superdutch (architectuur). Onafhankelijk van elkaar krijgen die disciplines internationaal steeds de handen op elkaar, maar tot nu toe heeft het thuisland verzuimd een gemeenschappelijk noemer voor die successen te zoeken.

Precies dat wil de tentoonstelling Reality Machines doen, en alleen dat is al verdienstelijk - al relativeert gastauteur Pauline Terreehorst, directeur van het Amsterdam Fashion Instituut, die pretentie onmiddellijk. Het is toch appels met peren vergelijken als je het werk van architectenbureau MVRDV afzet tegen de fotografie van Anuschka Blommers & Niels Schumm. Terreehorst neemt desalniettemin drie gemeenschappelijke pijlers waar, die de Nederlandse ontwerpcultuur zo uitzonderlijk maken. Eén: een goed en toegankelijk kunstonderwijs. Twee: de net afgestudeerde ontwerper is niet meteen overgeleverd aan de hardvochtige werking der vrije markt (de overheid heeft via verschillende fondsen jaarlijks 35 miljoen euro aan beurzen in petto). En, heel verrassend, drie: het Nederlandse tv-stelsel.

De invloed van het verzuilde omroepsysteem is volgens Terreehorst 'een witte vlek in alle verklaringen voor een gemeenschappelijke context van het recente Nederlands ontwerp, wellicht omdat hij zo banaal en vanzelfsprekend is voor Nederlanders'. Ze schrijft dat dankzij het uitzonderlijke Nederlandse medialandschap een omroep als de VPRO zich vanaf de jaren zestig heeft kunnen ontwikkelen tot 'een ijkpunt' in de Nederlandse beeldcultuur. De VPRO-stijl met zijn voorkeur voor 'uitvergroting, ironisering, relativering, omkering en vervreemding', heeft onze blik op alledaagse verschijnselen sterk beïnvloed. En die VPRO-blik, zo vol van ironie, die reikt van documentaires tot aan Van Kooten en de Bie en Jiskefet, zit in diep in de genen van deze generatie succesvolle ontwerpers.

Het is nogal een denkoefening om via Van Kooten en De Bie te geraken tot het ontwerp Paid Parking van NL Architects voor het Museumplein in Amsterdam. Maar ja, wel een typisch geval van totale omkering. In de hoogtijdagen van het geruzie over de inrichting van dat plein kwam NL Architects met een luchtfoto waarop je het logo van Mazda afgebeeld ziet op het plein. De letters worden gevormd door geparkeerde auto's. Op die manier heeft NL Architects een tournure van 180 graden gemaakt, het probleem is in dit geval ook de oplossing: namelijk, wat moet je met het plein, en waar laten we die auto's, is vertaald in: we maken een reuzenparkeerterrein waar de parkeerders betaald worden door Mazda om hun auto in het logo te parkeren.

Het is die omkering, of kanteling van de ontwerpvraag die Nederlandse ontwerpers vrijer en bedrevener maakt dan buitenlandse collega's. Hou het probleem tegen het licht, bekijk het van een andere kant, en kom met een spiritueel idee. Liefst een groot gebaar, liefst niet doe-maar-gewoon-dat-is-gek-genoeg. Nee, verbaas de wereld. Zoals West 8, een architectenbureau dat veertig meter hoge palmen plaatst bovenop 26 meter hoge lantaarnpalen langs Route '66: titel: All-American roadshape. Humor, geestverruimende oplossingen, het is een rode draad die door de expositie loopt. Slimme oplossingen met bestaande voorwerpen of situaties, dat is waar Nederlanders goed in zijn, herbestemming, hervormgeving van de alledaagse werkelijkheid.

Aaron Betsky, directeur van het NAi , maakte vorig jaar een analyse voor tijdschrift Archis, maar dan vooral beperkt tot de Nederlandse architectuur; zijn visie kun je vrij simpel op het hele terrein van de toegepaste kunst betrekken. Betsky, half Amerikaan/half Nederlander, verbaast zich in het geheel niet over de vormgevingstalent in dit land. Hij ziet Nederland als het meest kunstmatige landschap ter wereld. Niet alleen zijn we zo vermetel geweest het land op de natuur te winnen, in de tjokvolle Randstad zijn we verplicht onze dagelijkse omgeving zorgvuldig te bestemmen en vorm te geven, om elkaar zo min mogelijk in de weg te zitten en zo veel mogelijk privacy te creeëren.

Die noodzaak de omgeving naar onze hand te zetten, gaat zo ver dat we het land niet alleen inpolderen, we laten het ook weer vol water lopen als we de natuur een handje willen helpen. We bouwen niet alleen compleet nieuwe steden, zoals Almere, maar breken binnen een kwart eeuw net zo lief het stadshart weer af als het concept niet meer voldoet. Dat onafgebroken schikken en herschikken maakt van het ontwerpen als het ware een tweede natuur; niets is voor de eeuwigheid geschapen, de omgeving is hoe dan ookvatbaar voor herinterpretatie.

Het werk van kunstenares Pascale Gatzen, dat deel uitmaakt van Reality Machines, is daarvan een mooi voorbeeld. Ze bestudeert foto's van modeshows van de grote couturiers in modebladen en maakt vervolgens nauwgezet de jurkjes en pakjes na, inclusief de plooien die alleen op de foto's zijn te zien. Ze fotografeert haar ontwerp opnieuw en plaatst haar model naast de foto van het oorspronkelijke. Het lijkt een zinloze exercitie, tot je beseft dat zo'n modecollectie niet als geheel tot je komt, maar in fragmenten, via die paar foto's die het publiek bereiken, zodat dat ene model, dat ene kledingstuk, eigenlijk een heel modebeeld representeert.

Herscheppen is de essentie van wat al die Nederlandse ontwerpers ons hebben te vertellen. Gewóón doen is in Nederland niet meer aan de orde. We hebben architecten, modeontwerpers en vormgevers nodig om ons te onderscheiden, en om onze ruimte en identiteit veilig te stellen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden