Eindelijk triomf voor dichter Perelesjin

Boekenweek

Laten we, oppert Arjan Peters na lezing van Senhor Valério, de Russische dichter Perelesjin postuum onderdak verlenen.

Beeld Rein Janssen

Intrigerender dan de kouwedruktemakers die naar aandacht hengelen, zijn de schrijvers die zonder enige respons nooit versagen. Een kras voorbeeld is de Russische dichter Valeri Perelesjin (1913-1992). Die schreef zijn romantische verzen in een volkstuinhuisje zonder ventilatie en met golfplatendak in een voorstadje van Rio de Janeiro, waar hij na Rusland en China was neergestreken.

In de jaren tachtig stelde de Leidse slavist Jan Paul Hinrichs een paar bundeltjes samen met zijn vertalingen van de Rus wiens poëzie hij in Moskou had ontdekt. Prompt kreeg hij een lading enthousiaste brieven uit Brazilië. Nu ging het dan eindelijk gebeuren, schreef de 70-jarige Perelesjin: het begin van internationale erkenning.

Op uitnodiging van Poetry International komt hij in juni 1989 naar Rotterdam. Zijn vertaler Hinrichs zoekt hem op in zijn hotel en schrikt: Perelesjin is bijna blind, doof, kreupel en incontinent. Vlug wordt hij opgelapt voor zijn optreden, dat goed verloopt, en even later in een rolstoel rondgereden door theater De Doelen. De grote dichter Joseph Brodsky is daar ook. De heren maken niet kennis, schrijft Hinrichs onderkoeld in zijn terugblik Senhor Valério (De Wilde Tomaat; euro 12,50): 'een kennismaking had van Brodsky moeten uitgaan, want Perelesjin zag niets'. De laatste vond Brodsky, die twee jaar tevoren de Nobelprijs had gekregen, trouwens erg overschat.

Het opstel van Hinrichs ademt een treurigheid die het ontzag voor Perelesjins stoïcisme alleen maar vergroot. Vijf maanden na zijn eenzame dood werd zijn bejaardenhuisje geopend. Perelesjins nalatenschap bestond uit zijn bril, een keukentje, een bed, kleren overdekt met schimmels, en verder de geur van verrotting en tabak.

Slechts de boeken ('mijn reservaat-/ een harem van ongelezen boeken'), de brieven en de manuscripten waren netjes geordend. Het Perelesjin-archief werd verdeeld tussen Moskou en Leiden.

In Afscheid dichtte hij:

'Wat is ons leven? Slechts het zweven van wolken.
Wat onze ontmoeting? Hun denkbeeldige vereniging.
Een kort ogenblik scheidt ons,
een gril van de storm, onenigheid der muzen.'

De uitgever heeft van Senhor Valério honderd exemplaren gedrukt. Dat lijkt voorzichtig. Maar het zou niet gering zijn als ze verkocht werden: een honderdvoudig onderdak in het enige land waar hij iets van triomf kende, een haven tussen zijn drie vaderlanden waar niemand Valeri Perelesjin kende.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.