Eindelijk te zien: een reeks meesterwerken, ooit 'geroofd' door een nazi-handelaar

Kunstverzameling-Gurlitt tentoongesteld in Bonn en Bern

Het bestaan van de Gurlitt-collectie is wereldnieuws in 2013. Een reeks meesterwerken 'geroofd' door een handelaar in nazi-dienst. Een deel van de collectie is nu te zien in Bonn en Bern.

Eugène Delacroix (1798-1863), Cavalier oriental avec un turban, (zonder jaar). Foto Gurlitt-kunst

Eindelijk is zij te zien, de vermaledijde collectie-Gurlitt, en zelfs op twee plaatsen tegelijk. Vier jaar na de onthulling van het bestaan van deze verzameling - nieuws dat wereldwijd de aandacht had getrokken - tonen de Bundeskunsthalle in het Duitse Bonn en Kunstmuseum Bern in Zwitserland een selectie uit de verzameling.

Zo'n 400 werken zijn daar te bewonderen, van kunstenaars als Monet, Cézanne, Rodin, Munch, Kirchner, Beckmann. Veel is werk op papier, in oplage gemaakt en dus minder waard dan bijvoorbeeld schilderijen. 'Het is een collectie van een handelaar', taxeert Rein Wolfs (57), de Nederlander die de Bundeskunsthalle leidt. 'Er zitten goede dingen in en minder goede dingen. Het is niet een conceptueel kloppende collectie zoals verzamelaars die aanleggen.'

Wolfs heeft met de opening vandaag van de tentoonstelling in Duitsland een 'gevoelige opdracht' achter de rug. Zijn enorme kunsthal aan de rand van Bonn is het enige museum in Duitsland dat volledig wordt gefinancierd door de regering - dezelfde regering die in november 2013 ernstig in verlegenheid was gebracht door de primeur over de collectie-Gurlitt.

Tekst gaat door onder de afbeelding.

Auguste Rodin (1840-1917), La Femme accroupie, ca. 1882. Foto rv
Max Beckman (1884-1950), Zandvoort Strandcafé, 1934. Foto's door David Ertl en Mick Vincenz, Kunst -und Ausstellungshalle der Bundesrepublik Deutschland GmbH.

Toen had het Duitse tijdschrift Focus bericht dat een kleine twee jaar eerder bij een justitie-inval in een appartement in München een 'nazi-schat' was gevonden: een kunstverzameling met een waarde van een miljard euro of misschien zelfs wel meer. Die was bijeengebracht door Hildebrand Gurlitt (1895-1956), een voormalige kunsthandelaar in nazi-dienst.

Zijn zoon, de in 1932 geboren Cornelius Gurlitt, had de collectie decennia geheimgehouden. Uit het enige interview dat hij na de onthulling gaf, rees het beeld op van een vereenzaamde zonderling die de verantwoordelijkheid voor de verzameling nauwelijks leek aan te kunnen. Een deel lag op dat moment nog ergens te schimmelen, zo werd later ontdekt.

De publicatie in Focus was vooral explosief omdat de autoriteiten sinds de inbeslagname in februari 2012 nauwelijks onderzoek naar de collectie hadden gedaan. Dat was het definitieve bewijs, zo betoogden velen, dat het in Duitsland beroerd is gesteld met de teruggave van kunst die tijdens het nazi-bewind bij Joden is gestolen of tegen veel te lage prijzen is gekocht. De affaire liep zo hoog op dat de Duitse regering zich gedwongen zag in actie te komen. Dankzij de zaak-Gurlitt werd het teruggavebeleid van roofkunst in Duitsland ingrijpend gemoderniseerd.

Henri de Toulouse-Lautrec (1864-1901), Programme pour L'Argent, 1895. Foto Gurlitt-kunst

Doembeeld

Niettemin moet het nieuws van toen flink worden bijgesteld, meent Wolfs. Een nazi-schat is het volgens hem beslist niet. In twee woningen van Cornelius Gurlitt zijn uiteindelijk 1.843 kunstwerken gevonden. Na jarenlang onderzoek zijn er zes stukken teruggegeven: aantoonbare roofkunst waarvan de oorspronkelijke eigenaar (of diens nabestaanden) kon worden getraceerd. Een miljard euro of meer is de collectie ook niet waard: 'Ik denk eerder aan 200 miljoen', zegt Wolfs. 'Er is toen een heel groot doembeeld geschapen.'

Wel illustreert de levensloop van Hildebrand Gurlitt, stelt hij, goed het verhaal dat hij en zijn team ook in de tentoonstelling wilden belichten: 'Dat de nazi-kunstroof een geweldig groot systeem was, net als de Holocaust, en dat die met elkaar hadden te maken'. Door middel van foto's, brieven en andere historische voorwerpen wordt getoond hoe, in de woorden van Wolfs, een 'eerzame museumdirecteur in de netten van de nationaal-socialisten verstrikt is geraakt. Hij is deel van de intrige geworden.'

Otto Griebl (1895-1972), Hippodrom in St. Pauli, 1923. Foto Gurlitt-kunst

Hildebrand Gurlitt was een voorvechter van avant-gardistische kunst, die door het nazi-bewind juist werd verafschuwd en om die reden in 1938 massaal uit musea werd verwijderd. Deze 'Entartete Kunst' (ontaarde kunst) werd daarna stiekem in het buitenland te koop aangeboden. 'Wij hopen nog geld te verdienen aan deze troep', schreef kopstuk Joseph Goebbels in zijn dagboek.

Gurlitt was een van de vier kunsthandelaren die met deze delicate handelsmissie werden belast. Een opmerkelijke keuze, omdat de voormalige museumdirecteur al twee keer zijn baan had verloren door bezwaren uit nazi-hoek en ook nog eens als kwart-Jood stond geregistreerd - zijn in 1909 gestorven grootmoeder was Joods. Het is onduidelijk waarom beide partijen met elkaar in zee zijn gegaan. Mogelijk zocht Gurlitt langs deze weg bescherming voor zichzelf en zijn gezin, zo wordt in de catalogus bij de tentoonstellingen geopperd, en zag het nazi-bewind de bruikbaarheid in van zijn kennis.

Tekst gaat door onder de afbeelding.

Hildebrand Gurlitt Foto EPA
Cornelius Gurlitt Foto epa
Édouard Manet (1832-1883), Marine, temps d'orage, 1873. Foto Gurlitt-kunst

In de oorlog schopte Gurlitt het tot een van de inkopers voor het Führermuseum, dat in opdracht van Adolf Hitler in Oostenrijk moest verrijzen (maar nooit werd gerealiseerd). In het bezette Frankrijk, waar heel wat kunst goedkoop kon worden weggesleept dankzij gemanipuleerde wisselkoersen, verdiende Gurlitt een fortuin. Aan een omvangrijke transactie in 1944 hield hij bijvoorbeeld omgerekend 2,25 miljoen euro over.

Na de oorlog werd hij gearresteerd door de geallieerden. Hij wist zich vrij te pleiten door op zijn Joodse afstamming te wijzen en op zijn rol als redder van de Entartete Kunst - als bewijs daarvan kon hij een grote privécollectie laten zien. In 1948 was hij alweer directeur van een museum. Acht jaar later kwam hij om bij een verkeersongeluk. 'Hij heeft een hoop verzwegen', oordeelt Wolfs. 'In Duitsland is men zich ervan bewust van dat te veel mensen te makkelijk zijn gerehabiliteerd en denazificeerd.'

Tekst gaat door onder de afbeelding.

Conrad Felixmüller (1897-1977), Paar in Landschaft, 1921. Foto Gurlitt-kunst
Claude Monet (1840-1926), Le Pont de Waterloo, 1903.

De Nederlandse directeur is blij dat de twee musea eindelijk hun gelijknamige tentoonstelling Bestandsaufname Gurlitt (Dossier Gurlitt) hebben kunnen openen. 'Het is een lang proces geweest.' De ongetrouwde en kinderloze Cornelius Gurlitt stierf, 81 jaar oud, op 6 mei 2014, waarna bleek dat hij al zijn bezittingen had vermaakt aan Kunstmuseum Bern. Die verrassende wending leidde tot felle kritiek van onder meer Joodse organisaties: Zwitserland staat bekend als een land waar het helemaal moeilijk is om roofkunst terug te claimen. Na veel hoofdbrekens besloot het museum de nalatenschap te aanvaarden, maar het sprak wel met Duitsland af dat het mogelijk geroofde werk daar zou blijven.

Juridische strijd

Ook werd uitgemaakt dat het Zwitserse museum en een Duitse instelling de collectie tegelijkertijd zouden tentoonstellen; de eerste zou vooral de Entartete Kunst laten zien, de tweede de roofkunst. De exposities konden evenwel lange tijd niet worden georganiseerd doordat onduidelijk was of Kunstmuseum Bern wel de erfenis zou krijgen: een nicht van Cornelius Gurlitt vocht diens testament aan. Eind vorig jaar verloor ze ook het hoger beroep. Wolfs: 'Dat was een spannende uitspraak voor ons.' Toen konden de musea echt aan de slag, al zou de familie nog een civiel proces kunnen aanspannen. 'Maar daarover heb ik niets gehoord', zegt de kunsthaldirecteur.

Wel is er woensdag, tegelijk met de opening in Bern, een boek verschenen van een documentairemaker 'die dicht tegen de familie aanhangt'. Daarin wordt betoogd dat de collectie nooit in beslag had mogen worden genomen. Wolfs is het niet met hem eens. 'Als je die gedachtegang volgt, had je geen tentoonstelling kunnen maken. Er is een publiek belang gemoeid met het laten zien van deze collectie, juist nu ook in Duitsland het populisme opkomt.'

Edvard Munch (1863-1944), Asche II, 1899.

Angst voor ontdekking

Twee familieleden komen volgens de museumdirecteur in de Bundeskunsthalle bekijken wat de vereenzaamde Cornelius Gurlitt zo lang verborgen heeft gehouden. Uit bewondering voor zijn vader, had hij beweerd, maar het staat ook vast dat hij stukken heeft verkocht om in zijn levensonderhoud te voorzien.

Benita Gurlitt, de zus van Cornelius die twee jaar voor hem zou overlijden, had al vroeg door wat voor een last de collectie voor de familie betekende. In 1964, acht jaar na de onverwachte dood van haar vader, stuurde zij een brief aan haar broer, waarin zij de permanente angst voor ontdekking beschreef. Kan je nog wel van de collectie genieten, vroeg ze hem, want die is in kasten en achter gordijnen opgesloten. 'Niemand ziet het, niemand wordt er blij van.' De verzameling doet haar denken aan 'fiscaal onderzoek, oorlogsgevaar, familieruzies', niet aan het levenswerk van hun vader en zijn trots dat de collectie bij elkaar was gebracht. 'Dat is als het ware allemaal gelijktijdig met hem begraven.'

Bestandsaufname Gurlitt, tot en met 11 maart 2018 in de Bundeskunsthalle in Bonn en tot en met 4 maart 2018 in Kunstmuseum Bern.

Lucas Cranach de Jongere (1472-1553), werkplaats, Das Christuskind mit dem Johannesknaben, 1540 (?). Foto Gurlitt-kunst

Gegrepen door de Bundeskunsthalle

Rein Wolfs is in 1960 in Hoorn geboren, maar moet niettemin geregeld naar Nederlandse woorden zoeken. Hij werkte vijf jaar in het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen - en is nog steeds een groot fan van Feyenoord - maar heeft vooral in Duitsland en Zwitserland carrière gemaakt. In 2013 werd hij artistiek directeur van Die Kunst- und Ausstellungshalle der Bundesrepublik Deutschland, zoals de Bundeskunsthalle in de voormalige regeringsstad Bonn officieel heet. Deze kunsthal trekt 570 duizend bezoekers per jaar en organiseert allerhande exposities, niet alleen over kunst.

Wolfs is een van namen die worden genoemd voor de vacature bij het Stedelijk Museum Amsterdam, waar directeur Beatrix Ruf onlangs opstapte na het verzwijgen van een bijbaan. Wolfs zegt niet geïnteresseerd te zijn: 'Ik heb hier vorig jaar bijgetekend tot 2023.'