Eindelijk rust in het hoofd

Na een aanloop met horten en stoten heeft Timme Hoyng (29) eindelijk een vaste plaats veroverd in de Nederlandse hockeyselectie....

Door Ronald ten Brink

Blijmoedig somt hij de mankementen op die hij aan twaalf jaar tophockey heeft overgehouden. Oogkas ingeslagen, neus gebroken, kapotte meniscus en natuurlijk een gebit dat dringend aan renovatie toe is. 'Mijn tanden zitten er allemaal weer in, maar ze staan scheef of zijn afgebroken. Zoals bij vrijwel alle hockeyers.'

Alleen al in het afgelopen seizoen vloog twee keer zijn linkerschouder uit de kom en in de succesvolle Europa Cup-finale met Amsterdam moest Timme Hoyng voortijdig naar de kant, nadat hij een scheurtje in het kapsel van zijn sleutelbeen had opgelopen. 'En verder zien mijn schenen eruit als een maanlandschap.' Met een grijns: 'Ja, hockey verminkt je.'

Een gevaarlijke sport? Volgens Hoyng valt dat wel mee. Het is minder een contactsport dan het voetbal met z'n tackles en slidings. 'Met je benen kun je iemand zwaarder blesseren dan met een stick. Hockey is in principe een gecontroleerde sport.'

Oppassen is het wel voor de Pakistani en de Indiërs. 'Die zijn gemeen. Dat zal de cultuur zijn. Als je even niet oplet, douwen ze een stick in je gezicht. Dan speel ik liever tegen Australiërs of Engelsen. Die rammen je gewoon doormidden, maar spelen altijd fair. Hard maar eerlijk. Daar moet je alleen mee leren omgaan.'

Natuurlijk gebeuren wel eens ongelukken op het veld. Met afschuw denkt Hoyng terug aan het ongeluk van Karel Klaver, die drie jaar geleden een verdwaalde bal op zijn slaap kreeg en vervolgens enkele dagen in coma lag. 'Die hockeybal is keihard. Als je goed blijft kijken, kun je veel voorkomen, maar er zit altijd een risico aan.'

Bang is hij nooit. Toch zette ook hij zijn handtekening onder de brandbrief die de Nederlandse internationals vorige maand op initiatief van Klaver aan de Internationale Hockey Federatie stuurde. Daarin wordt aangedrongen op een verbod van de zogenaamde Argentijnse forehand, een lage slag waarbij de bal met de smalle kant van de stick wordt geraakt.

'Die slag is oncontroleerbaar', vindt Hoyng. 'Bij de lage backhand heb je altijd nog je haakje als oriëntatiepunt. Als je met die lage forehand de bal verkeerd raakt, heb je er geen enkele grip meer op. In de training heb ik het wel eens geprobeerd en toen vloog de bal meteen het stadion uit. In Nederland is er niemand die die slag beheerst, terwijl we toch heel veel technisch uitstekende hockeyers hebben.'

Hoyng is daar een van. Hij is inmiddels 29 jaar en speelde pas 25 interlands, waarvan negen in de laatste vier weken. Het Europees kampioenschap, dat morgen in Leipzig begint, wordt zijn eerste grote toernooi.

'Een laatbloeier', noemt hij zichzelf. 'Dat ben ik altijd geweest, in alles. Ik was lang onrustig, wist niet goed wat ik wilde. Zoekende op en buiten het veld. Sinds een jaar heb ik mijn balans gevonden. Rust in het hoofd, daar gaat het om. Anderen zijn daar sneller mee. Ik had tijd nodig.'

Zijn eerste interland speelde Hoyng, van beroep fotograaf, vijf jaar geleden al. De toenmalige bondscoach Maurits Hendriks riep hem in de aanloop naar de Olympische Spelen van Sydney op voor een vierlandentoernooi in Edinburgh. Hij debuteerde samen met Karel Klaver (inmiddels 99 interlands) tegen Spanje. 'We speelden drie wedstrijden en ineens was ik olympisch kandidaat. Maar ik was er gewoon nog niet aan toe, al was ik al 23.'

Zijn vierde interland volgde pas twee jaar later. Inmiddels was Joost Bellaart coach en het perspectief was het wereldkampioenschap in Kuala Lumpur. 'Daar wilde ik echt naar toe. Ik was ervan overtuigd dat ik bij de selectie zou blijven, maar ik werd er onterecht uitgezet. Ze kwamen met lullige redenen. Toen had ik het even helemaal gehad met het Nederlandse hockeywereldje .'

Met een vriend vertrok Hoyng naar Italië, waar hij een jaar met HC Roma competitie speelde. Voor een voetballer misschien het beloofde land, voor een hockeyer zeker niet. Toch viel het niveau mee, zegt hij. 'Er speelden redelijk wat Duitsers en Argentijnen, ook internationals. Ik vond het een verrijkende ervaring. In Rome heb ik mijn balans gevonden.'

In de zomer van 2003 keerde Hoyng terug bij Amsterdam. Het was een jaar voor de de Spelen in Athene. Hij wist wat hem te doen stond. 'Ik wilde iedereen laten zien dat ik het jaar daarvoor ten onrechte was gepasseerd.' In een turbulent seizoen, waarin Terry Walsh de door een groep kritische spelers weggestuurde Bellaart opvolgde als bondscoach, viel Hoyng echter opnieuw buiten de boot.

'Ik vond dat ik goed genoeg was, hij kennelijk niet. Vervolgens selecteerde Walsh mij wel voor de Champions Trophy aan het eind van het jaar. Een beetje scheef naar mijn gevoel. Maar toen was al bekend dat Roelant Oltmans vanaf januari de nieuwe bondscoach zou zijn. Misschien heeft hij er wel bij Walsh op aangedrongen mij bij de selectie te halen. Ik heb het hem nooit gevraagd.'

In januari, tijdens een trainingskamp in China, had Hoyng een functioneringsgesprek met Oltmans en diens assistent Hans Streeder. Hij kreeg daar duidelijkheid over zijn positie. Had Walsh hem nog wel eens als spits ingezet, Oltmans verzekerde hem dat hij was geselecteerd voor de links- en rechtsmiddenpositie .

'Ik ben begonnen als aanvaller en in tests ben ik nog altijd de snelste van allemaal, ook bij het Nederlands elftal. Maar op het middenveld voel ik me het prettigst. Het liefst kom ik via de buitenkanten, dat is mijn kracht. Op die manier kan ik het tempo opvoeren, of juist eruit halen.'

Pas twee keer begon hij bij Oranje in de basis, het laatst tegen Australië in het achtlandentoernooi van Amstelveen. Oltmans noemde dat een beloning voor zijn spel in de voorgaande wedstrijden. Toch komt Hoyng liever in het veld als de wedstrijd al een beetje op gang is.

'Vaak is het in het begin een beetje aftasten, dan kom ik niet lekker in mijn spel. Een balletje stoppen en terugleggen, daar hebben ze mij niet echt voor nodig. Ik ben geselecteerd om wat ik goed kan: lopen en acties maken.

'Vol druk zetten, bal afpakken en dan snel in de cirkel staan, daar houd ik van. En veel schreeuwen, want daar wordt de tegenstander nerveus van. Wij moeten dominant hockeyen, zoals Van Basten dat met het Nederlands voetbalelftal probeert. De tegenstander vastzetten op eigen helft.'

Hij erkent dat die aantrekkelijke speelstijl ook risico's inhoudt. 'Ik ben aanvallend ingesteld en dan overkomt het me nog wel eens dat een tegenstander uit mijn rug wegloopt. Daar moet ik scherper op letten. In Amstelveen hebben we te veel van dat soort fouten gemaakt.'

Hoyng mist grote persoonlijkheden in het veld. 'Ik heb veel respect voor jongens als De Nooijer en Delmee, die alles hebben gehaald wat er te halen valt. Maar spelers als Stephan Veen, Jacques Brinkman, Marc Delissen en Floris Jan Bovelander zie je niet meer. Dat waren gangmakers, die konden een ploeg over een dood punt helpen.'

In het gesprek met Oltmans in China roerde hij dit aspect aan. 'Roelant zei: je bent nu zelf ouder, je bent nu zelf zo'n figuur. Probeer het maar in te vullen. Dat klinkt makkelijker dan het is, want het blijft een hele omschakeling van clubnaar interlandhockey. Het tempo in de wedstrijden ligt zoveel hoger.

'Geleidelijk aan heb ik ontdekt dat ik op dit niveau hetzelfde kan als bij mijn club. Dat ik ook tegen Australië, Pakistan en Duitsland iemand kan uitspelen. Daar heb je zelfvertrouwen voor nodig, dat moet je durven. Dat is een belangrijke stap die ik heb gemaakt in de naar het EK.'

Zijn grote voorbeeld was Taco van den Honert, met wie hij landskampioen werd in 1994 en '95.

'Ik was 17, 18 jaar. Ik wilwat hij kon, maar dat kan niemand. Nog steeds niet trouwens. Hij kon een tegenstander op een meter afstand laten omvallen met die beweging van hem. Ik leer nog steeds veel van hem, bij Amsterdam is hij nu mijn trainer.'

Bij zijn club speelt Hoyng komend seizoen samen met Taeke Taekema, die van Klein Zwitserland overkomt, en de Spaanse international Pol Amat. Nu al staat vast dat Floris Evers het seizoen daarop het team komt versterken. De beide Nederlanders lieten zich voor vijf jaar contracteren.

'Ik vind dat de club goed bezig is. Het afgelopen seizoen was onze selectie te klein. Ook met de andere spelers zijn nu meerjarige contracten afgesloten. Met Roderick Huber wordt zelfs gesproken over een verbintenis van tien jaar, maar die jongen is pas 20.'

Volgens Timme Hoyng worden bij Amsterdam geen grote bedragen neergeteld. 'Het zijn leuke vergoedingen, maar belangrijker is dat de club je helpt bij het vinden van een baan, zodat je je toekomst kunt veiligstellen. Daarbij schakelt Amsterdam zijn sponsors en zakenpartners in. De club heeft veel connecties.'

Een beetje geld is meegenomen en als de randvoorwaarden goed verzorgd zijn, is Hoyng al snel tevreden. 'Ik ben misschien uit een andere tijd. Ik speel in de eerste plaats voor mijn plezier. Tot mijn 21ste heb ik nog gewoon contributie betaald, terwijl ik in het eerste elftal speelde.

'Soms wordt er op de training bij Amsterdam over geld gesproken waar Taco van den Honert bij is. Dan schaam ik me eigenlijk een beetje. Hij was de beste hockeyer aller tijden en speelde voor niks.'

Zelf mikt hij op een overeenkomst voor drie jaar. 'Ze vroegen hoelang ik nog wilde doorgaan. Het antwoord was simpel, tot en met de Spelen in Peking, want nu wil ik ook echt álles meemaken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden