reportage

Eindelijk kan weer aan paspoppen worden gesjord. ‘Fysiek onderwijs is zo belangrijk’

Het mbo ging, net als het hoger onderwijs, maandag weer van start. Op het Nova College in Hoofddorp klinkt een zucht van verlichting. ‘Het afgelopen jaar was vreselijk.’

Leerlingen van het Nova College in Hoofddorp krijgen weer fysiek praktijkles. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Leerlingen van het Nova College in Hoofddorp krijgen weer fysiek praktijkles.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

‘Meneer Kolmus’, staat op een briefje dat op het oefenbed in het zorglokaal is geplakt. Onder de lakens ligt een breed grijnzende studente met een blonde paardenstaart, die vandaag voor patiënt speelt. Ze wordt door haar medestudenten van de mbo-opleiding tot Verzorgende rechtop in bed gezet. Althans, dat is de bedoeling.

‘Er is ook nog een afstandsbediening hè’, herinnert docent Sonja Verlinden een student die zojuist heeft voorgesteld ‘meneer Kolmus’ onder de oksels te pakken en op die manier omhoog te sjorren. ‘Middelste knop’, dirigeert Verlinden. ‘Kijk, zo kun je iemand veel makkelijker omhoog schuiven zonder dat je grip verliest.’

Bijzondere dag

Voor de studenten die op deze maandagochtend een lesje ‘tiltechnieken’ krijgen bijgebracht op het Nova College in Hoofddorp (zeventien vestigingen verspreid over het land, twaalfduizend leerlingen) is het een bijzondere dag. Het is de eerste keer in lange tijd dat ze weer fysiek onderwijs krijgen, nadat het kabinet ruim drie weken geleden had aangekondigd dat het mbo en het hoger onderwijs onder voorwaarden weer open mochten.

Juist voor een school die haar studenten met praktijklessen bijbrengt hoe je haren knipt, taarten bakt of een infuus aanbrengt is fysiek onderwijs een onmisbaar onderdeel van het curriculum. De wegvallende anderhalvemeterregel werd dan ook warm onthaald, de mondkapjesplicht in de gangen voor lief genomen.

Vraag studenten en docenten hoe ze het afgelopen jaar hebben ervaren en één woord valt opvallend vaak: ‘Vreselijk!’ Het is klaarblijkelijk de beste samenvatting van een jaar waarin studenten elkaar niet of nauwelijks hebben gezien. Een jaar waarin geen diploma-uitreikingen waren, waarin een stage geen vanzelfsprekendheid was, waarin klassen werden opgesplitst tot minimale groottes en het beeldscherm een prominente plaats in de slaapkamer innam.

De studenten uit de verzorgingsklas, bestaande uit tien jonge meiden, zijn deze maandag begonnen aan hun tweede jaar. Maar de meesten hebben elkaar nog nooit gezien. ‘Ik ken niemand’, zegt Rachel (18). ‘De eerste les van van mijn opleiding was meteen online.’ ‘Ik raakte heel gedemotiveerd’, vult Selma (20) aan. ‘Je zat de hele dag maar achter je scherm.’

Lekker ventje

Ook voor docenten waren de onlinelessen verre van zaligmakend. ‘Wij kappers zijn visueel ingesteld’, zegt Renate Snijders, docent haarverzorging. Ze kijkt tevreden toe hoe haar studenten hun zojuist aangereikte lesmateriaal in de vorm van een paspop met weelderig bruin haar uit een kartonnen doos trekken. ‘Wat een lekker ventje!’, roept een van hen.

In het kappersvak draait alles om interactie, om het sparren met elkaar, onderstreept Snijders. ‘De informatie komt online gewoon niet binnen.’ Het was bovendien nog maar de vraag of de studenten daadwerkelijk achter hun beeldscherm zaten. ‘Ik heb wel eens een vraag gesteld en dan hoorde ik op de achtergrond water lopen. Stond de persoon onder de douche.’

Het was een jaar van improviseren, beaamt directeur Harrie Bemelmans. ‘Maar we hebben het gered en daar ben ik ontzettend trots op.’ Dat is volgens hem vooral te danken aan de inzet van de medewerkers, die met de nodige vindingrijkheid zo goed mogelijk onderwijs bleven aanbieden. ‘Leerlingen van niveau 2 hebben bijvoorbeeld onder begeleiding van de docent een plantjesmarkt georganiseerd’, zegt hij.

Ook volgens de directeur gaat er niets boven fysiek onderwijs. Neem de nieuwe kapsalon waaraan de laatste hand wordt gelegd. ‘Zo’n praktijkruimte is zo belangrijk om leerlingen mee te nemen in het professionele werkveld.’

Online-onderwijs

Het komende studiejaar is het geven van onlineonderwijs op het Nova College optioneel, maar het wordt niet van hogerhand opgelegd. Daarmee volgt de school niet het voorbeeld van de mbo-instellingen die de Volkskrant lieten weten dat ze sommige vakken permanent online zullen blijven aanbieden. Bemelmans: ‘Ik ben juist blij dat we in een fase zitten dat de school de menselijke aard weer terugkrijgt.’

Al kun je je afvragen hoelang dit zal duren. Het Outbreak Management Team (OMT) sprak eerder dit jaar de verwachting uit dat onderwijsinstellingen komend najaar de belangrijkste besmettingsbron van corona zullen vormen. De vaccinatiegraad onder jongeren is laag: 52 procent onder de 18- tot 25-jarigen, volgens de laatste cijfers van het RIVM.

Voor Marlou Moonen, docent verpleegkundige, is dit een beangstigende gedachte. Ze raakte eerder via een leerling besmet en was negen weken uit de running. ‘Ook een groot deel van mijn team raakte besmet’, zegt ze, terwijl ze in de lerarenkamer een kop koffie uit de automaat trekt. ‘Ik ben twee keer gevaccineerd en kan rationeel wel bedenken dat een nieuwe besmetting dit keer waarschijnlijk minder grote gevolgen heeft. Maar toch hoor ik telkens dat angststemmetje in mijn achterhoofd.’

Ook conciërge Hassan Elmoussaoui, die met een rinkelende sleutelbos aan zijn broek door de gangen paradeert, werd geveld door corona. Hij is aan het re-integreren en werkt halve dagen. Met een ferme tik op zijn eigen mondkapje herinnert hij studenten aan de mondkapjesplicht. Sommigen dragen hun kapje op half zeven, anderen hebben er helemaal geen op. ‘De meesten luisteren best goed’, zegt hij. ‘Er zat er tot nu toe maar eentje bij die weigerde. De opleidingsmanager heeft de student erop aangesproken. Die zei: als je wil blijven, dan moet je een mondkapje op.’

Aandacht

In de les van Sonja Verlinden heeft ‘meneer Kolmus’ het bed verlaten. De aandacht is gericht op een PowerPointpresentatie over de BIG-registratie, een onderwerp dat twee van de studenten duidelijk minder interesseert. Smoezend bespreken ze een hit die zojuist via Google op hun laptop is verschenen.

‘Ja, sorry hoor’, klinkt het verontschuldigend. ‘Ik zie net een functie die vet veel verdient. Medisch specialist! Daar kan ik echt rijk mee worden.’ Verlinden lacht. ‘Word eerst maar eens verzorgende’, raadt ze aan.

Het laat zien hoe snel de aandacht is afgeleid, vertelt Verlinden als ze even later plaatsneemt in een leeg praktijklokaal, waar ze snel een poedelnaakte paspop in bed toedekt met een dekentje. Tijdens de onlinelessen was dit probleem groter dan ooit. De komende tijd zal ze er alles aan doen om de achterstanden met extra lessen weg te werken. ‘Uiteindelijk wil je iemand leveren die net zo goed voor je oma kan zorgen als studenten die vóór de pandemie zijn opgeleid.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden