Column

Eindelijk iets gewonnen

Grote schrik. De prijs wordt niet bezorgd, maar moet door de winnaar worden opgehaald.

Nico Dijkshoorn
null Beeld anp
Beeld anp

Ik heb een prijs gewonnen. Geen literaire, maar een prijs van de Postcodeloterij. Alle mensen in mijn wijk hebben een Oud-Hollandse ontbijtkoekdoos gewonnen.

Ik ben dol op ontbijtkoek. Tot nu toe scheurde ik hem gewoon uit de verpakking en die frommelde ik weer dicht, maar ik begreep eigenlijk heel goed dat dat niet kon. Zo'n koek moest in zijn eigen doos. Ik fantaseerde er, met het winnende lot in mijn hand, flink op los. Het viel niet uit te sluiten dat vrienden mij in de toekomst zouden gaan complimenteren met mijn ontbijtkoekdoos.

'Wat zet jij nou op tafel? Ik vroeg ontbijtkoek.' En dan de verbaasde blikken als ik het deksel openklapte. 'Kijk eens aan, meneertje. Ontbijtkoek, in zijn eigen doos.' Daarna hoefde ik alleen maar te wachten op die heerlijke vraag: 'Waar kan je die kopen?' Mijn snuivende lach. 'Die zijn niet te koop, lulletje. Exclusief voor winnaars in de Postcodeloterij. Kijk, hij sluit heel mooi. Nu zie je die ontbijtkoek nog liggen en pang, dekseltje erop, ontbijtkoek weg. Ik denk dat ik hem nog even op tafel laat staan, dan kan je er naar kijken. 'Nergens te koop', jammer dat ze dat er niet op hebben gezet.'

Ik zag mijzelf al gezellig aan tafel zitten, midden op de dag, zielsgelukkig met een ontbijtkoekdoos. Eindelijk eens iets gewonnen. De laatste keer was veertig jaar geleden. Ik moest van mijn moeder Elvis Presley nadoen door de telefoon. Ik zong op de wijs van Heartbreak Hotel de volgende tekst: 'Raider, de chocoladereep, lekker krokant. Yeah!' Een maand later kreeg mijn moeder een brief. We hadden een jaarabonnement op Avenue gewonnen.

Ik heb mijn moeder twee keer vloekend een recept van Wina Born zien koken en zag mijn vader hoofdschuddend een stuk van Cees Nooteboom lezen. Er kwam geen naakt wijf in voor. Het ging over een dichter ergens in Nepal. Dat had hij weer.

Maar nu had ik iets gewonnen waar ik mij op verheugde. Ik las het papier nog eens. Ik mocht de doos houden. Het was geen wissel-ontbijtkoekdoos. Dat zou vreselijk zijn, als ik na een jaar mijn doos aan een oud wijfje met een nierziekte moest geven. Volgens mij mochten die ook helemaal geen ontbijtkoek eten.

Benieuwd wanneer ze de doos kwamen bezorgen. Ik zocht naar de bezorgdatum. Grote schrik. Ik moest hem zelf ophalen, bij de supermarkt om de hoek. Ik moest, in de supermarkt waar ik dagelijks het viriele, gevatte haantje liep uit te hangen, een ontbijtkoekdoos ophalen. Alleen al het idee dat dat ene leuke meisje met die ogen, achter kassa drie, mij het woord 'onbijtkoekdoos' zou horen uitspreken, verlamde mij.

Alles wat ik in al die jaren in deze supermarkt aan imago had opgebouwd, dat was in één keer weg als ze mij met een Oud-Hollandse doos onder mijn arm de winkel uit zagen lopen. Ik vroeg mijn vriendin of ze hem wilde ophalen. 'Zeg anders gewoon dat ik die Braziliaanse ziekte heb, dat mijn hoofd opeens te klein is om boodschappen te doen. Verzin maar iets. Zeg dat ik met een zoon van Ron Brandsteder meedoe aan iets in de jungle en dat we samen een kokosnoot in tweeën moeten slaan.'

Ze verdomde het. Het was mijn doos. Tot maandag kon ik hem ophalen. Hij had van mij kunnen zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden