Eindelijk goed nieuws uit Congo

Het leek onmogelijk, maar de belangrijkste rebellengroep in Oost-Congo zegt de strijd te staken. Dankzij een unieke brigade van de Verenigde Naties ligt een vredesakkoord binnen handbereik.

GOMA - Niet iedereen komt even snel mee. Bij de tweede hardloopronde die Tanzaniaanse militairen maken over het glooiende terrein bij hun kamp, aan de rand van het Kivu-meer, haken sommigen hijgend en puffend af. De mannen in de kopgroep lijken juist te versnellen. Zingend en als in krijgsdans gaan ze over het zandpad.


Hun Zuid-Afrikaanse vakbroeders zien het vanachter hun rollen prikkeldraad goedkeurend aan. Zelf zijn ze het wel gewend, zo'n toitoitoi van martiale kreten en rituele lichaamsbewegingen, bedoeld om elke vijand te imponeren. Dat nu ook Tanzaniaanse soldaten, en straks die uit Malawi, laten zien hoe fit zij zijn, versterkt het gevoel van eenheid binnen hun brigade.


Het zijn mannen en vrouwen op een bijzondere missie. Drieduizend militairen uit drie Afrikaanse landen. Samen vormen zij de zogeheten Interventiebrigade ('FIB') voor de Verenigde Naties, in het al bijna twintig jaar door oorlog en ellende geteisterde oosten van Congo. Hun mandaat is uniek in de geschiedenis van VN-vredesmissies: de FIB mag zelf het besluit tot een aanval nemen.


Het initiatief is uit wanhoop geboren. Al sinds het begin van deze eeuw kent Congo een VN-missie. Zij is in de loop der jaren uitgegroeid tot een van de grootste, maar ook minst effectieve. Monusco, zoals de vredesmacht inmiddels heet, is met 17 duizend militairen niet in staat gebleken om de burgers in met name het oosten van het immense Afrikaanse land de bescherming te bieden die hun steeds is beloofd.


Mogelijk drie miljoen mensen verloren de afgelopen jaren het leven, door oorlogsgeweld, maar vooral door de enorme humanitaire nood die het geweld heeft veroorzaakt. De bevolking liet steeds luider haar ergernis horen over VN-soldaten uit Pakistan, Uruguay en andere landen, die weinig tot niets met Afrika ophebben en ook daarom nauwelijks hun kazernes verlaten om op te treden tegen de tientallen milities die het gebied onveilig maken.


Het dieptepunt kwam in november vorig jaar. De rebellengroep M23, geleid door Congolese Tutsi's en gesteund door het Tutsi-bewind van president Paul Kagame in het buurland Rwanda, nam gewapenderhand bezit van Goma, de belangrijkste stad in Oost-Congo. Van achter hun zandzakken keken de VN-militairen toe hoe de opstandelingen Goma binnentrokken. Ze vertrokken al snel weer, maar het failliet van Monusco was onmiskenbaar.


In maart dit jaar besloot de VN-veiligheidsraad tot de oprichting van de FIB, de speciale interventiebrigade. De Zuid-Afrikaanse kolonel Patrick Dube is de plaatsvervangend commandant ervan. Hij kent zijn klassiekers, zo blijkt als hij Von Clausewitz citeert: 'Oorlog is de voortzetting van politiek met andere middelen. Natuurlijk kan alleen een politieke oplossing blijvend vrede brengen in Congo. Drieduizend soldaten kunnen niet, wat eerder 17 duizend soldaten ook niet lukte. Ik ben een realist, maar wel degelijk optimistisch gestemd.'


Voor dat optimisme is zeker ook een krachtige Congolese regeringskrijgsmacht nodig. Die macht, de FARDC, gold lange tijd als ongedisciplineerd, ongemotiveerd en slecht uitgerust. Maar door training van experts uit onder meer België, de vroegere koloniale meester, en de Verenigde Staten is hierin een kentering gekomen. Onlangs startte de FARDC, geflankeerd door de interventiebrigade, een groot offensief tegen M23. Tegelijkertijd stond Rwanda onder grote diplomatieke druk om de rebellen niet, zoals eerder, te hulp te schieten.


M23 lijkt uitgespeeld. De FIB, zo is de verwachting, zal zich nu samen met het Congolese regeringsleger gaan richten op die andere grote rebellengroep, de FDLR. Deze bestaat voor een deel uit Hutu's, van wie velen verantwoordelijk zijn voor de genocide in Rwanda in 1994, die naar schatting 800 duizend Tutsi's en gematigde Hutu's het leven kostte. Volgens Mary Robinson, de VN-gezant voor het Grote Merengebied, begrijpt de FDLR nu reeds 'dat zij zich moeten overgeven, of anders zal tegen hen gewapende actie worden ondernomen.'


De tactiek bij het militaire optreden van de interventiebrigade, zo vertelt een westerse diplomaat in Congo, is om in het oosten van het land op de eerste plaats 'eilanden van stabiliteit' te creëren. Dat betekent dat rebellengroepen en -milities uitgeschakeld dienen te worden, dat vervolgens politie-eenheden de bescherming overnemen zodat burgers zich veilig genoeg voelen om naar hun oorspronkelijke woongebieden terug te keren.


Pas dan kan het strategische doel, duurzame vrede en sociaal-economische ontwikkeling, in zicht komen. Het is een proces dat zo'n zeven jaar geleden al noodzakelijk werd genoemd door de toenmalige VN-commandant voor het oosten van Congo, de Nederlandse generaal Patrick Cammaert. De interventiebrigade kan mogelijk bereiken wat 'gewone' VN-militairen nooit klaar hebben kunnen spelen.


Maar deskundigen waarschuwen voor een al te blijmoedig scenario. De regering in Kinshasa, de hoofdstad op zo'n 1.200 kilometer van Goma, is niet eerder in staat gebleken het enorme Congo centraal te besturen. Het oosten van het land, dat rijk is aan bodemschatten als goud, tin, coltan en andere grondstoffen, zal ook de komende tijd de economische achtertuin blijven voor buurlanden als Rwanda en Oeganda - zelfs nu de inkomsten uit de deels illegaal opererende mijnen naar schatting nog maar een kwart bedragen van wat zij tien jaar geleden waren. 'Congo is een land van vele landen', zegt een expert.


Maar toch kan de combinatie van het uiterst 'robuuste' mandaat van de VN-interventiebrigade samen met de steun van de internationale gemeenschap dit keer een belangrijk verschil maken. Het is in elk geval de hoop van FIB-militairen die in de heuvels rond Goma patrouilleren. Met blauwe helmen en witte voertuigen, net als bij 'klassieke' VN-vredesmissies. Maar ook met de vingers aan de trekkers van wapens die krachtiger zijn dan de Verenigde Naties ooit eerder inzetten.


Een Congolese burger, de 24-jarige Débora Munda, ziet vlak buiten Goma een FIB-patrouille voorbij komen. Op de rug draagt zij haar tien maanden oude baby. Wat de interventiebrigade precies betekent, weet zij niet uit te leggen. 'Maar ik hoop dat zij helpen', zegt zij. 'Ik hoop dat er op een dag vrede zal zijn in Congo.' Dan rent zij weg. Op de vlucht voor de regen. En het naderende onweer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden