Column

Eindelijk, eindelijk komt er luid protest op de UvA

IJs&Weder

Boeken liggen er voor de ingang van het Bungehuis, vier rijen dik. Symbolen van alles waaraan de moderne universiteit een hekel heeft: inefficiëntie, bedachtzaamheid en verdieping. Omslachtig, onrendabel onderwijs. De universiteit is een bedrijf dat moet draaien. Daarbij kunnen ze veeleisende studenten en eigenzinnige hoogleraren niet gebruiken. Hopeloze kostenverslindende vakjes als Slavische talen en Middelnederlands kunnen ook beter weg.

Eindelijk, eindelijk, komt er luid protest. Nu, vrijdagmiddag, is het de achtste dag van de bezetting. Ze moeten eruit, zei de rechter gisteren, maar dat verdommen ze. Ze blijven onverschrokken op hun fort, tot iemand ze eraf slaat.

Acht dagen je niet wassen, geen schone kleren, elke dag afhaalpizza. Het gaat actiegroep De Nieuwe Universiteit niet alleen om de ontbladering van de geesteswetenschappen. De actievoerders - studenten, docenten, onderzoekers - willen ook een democratische verkiezing van het universiteitsbestuur, de afschaffing van financiering op basis van rendement, en een einde aan de vele tijdelijke aanstellingen.

Rector magnificus Dymph van den Boom heeft al jaren de mond vol van de 'competente rebellen' die ze wil opleiden. Jonge mensen die je niks kunt wijsmaken, die inzien 'dat de huidige staat van de wereld een knoeiboel is'. Nou, hier zijn ze, haar rebellen. Maar zo rebels is kennelijk niet de bedoeling; over de knoeiboel die de universiteit ervan maakt, valt niet te twisten.

Een student beklimt het bezette Bungehuis. Beeld ANP / Remko de Waal

Het College van Bestuur van de UvA toonde zich niet bereid te komen praten met de bezetters; eerst moesten die eruit. Het kwam met een raar dreigement: een dwangsom van 100.000 euro per dag wanneer de bezetters na vrijdag nog in het pand waren. De rechter bracht dit terug tot 1.000 euro per dag. Maar toen was de beer al los: honderd wetenschappers, ook van andere en buitenlandse universiteiten, sloten zich bij de actievoerders aan. 'Deze verregaande vorm van chantage tegen een geweldloze protestactie is onacceptabel', vonden ze. Als zíj het pand betreden, mag het CvB ook een dwangsom eisen.

De opwinding die heerst, lijkt op die van die meidagen van 1969, toen boze studenten het Maagdenhuis bezetten. Niet dat ik me die bezetting kan herinneren, ik was dertien en las thuis de Tina, maar mijn oudere, studerende broers vertelden er ademloos over. Net als over het Wittefietsenplan, Kabouter, hi-ha-happening en 'Johnson molenaar'. Dit was hún tijd. De verbeelding aan de macht.

Ach die schattige foto's uit mei '69, van keurige jongens met halflang haar, terlenka broeken en zwarte brillen en een enkel braaf meisje in twinset. Niks ongewassen baardapen, dat kwam later. Mijn broers zaten niet ín het Maagdenhuis en hoorden evenmin bij de 660 door de politie hardhandig uit het pand geknuppelde arrestanten, maar ze waren erbij. De universiteit moest, ook toen, democratischer worden.

Toen ik zes jaar later Nederlands ging studeren was de strijd gestreden. Ik heb er ongetwijfeld plezier van gehad. We kregen les van jonge, aantrekkelijke docenten die de oudjes met succes hadden weggepest. Het tentamen Gotisch was afgeschaft, grammatica was Chomsky-linguïstiek geworden en we analyseerden ernstig de taal van de machthebber en de onderdrukte.

Na zes jaar doodvermoeiend lummelen, blowen en baltsen op het gymnasium had ik besloten mijn nerdy aard niet langer te verbloemen. Ik leerde keihard voor mijn tentamen transformationele taalkunde. Maar een mevrouw van de studentenvakbond ASVA versperde de ingang van de tentamenzaal. Dit tentamen was schandelijk en mocht niet worden afgenomen; het was se-lec-tief! Mijn mond viel open. Waren niet alle tentamens selectief? Toch heb ik veel geleerd daar. Je mocht, zeven jaar lang, zoveel vakken kiezen als je wilde, en honderden boeken lezen. Niemand zanikte over efficiëntie, rendement of arbeidsmarkt en de studiebeurs was vorstelijk.

In 1969 ging de strijd tussen de jongeren en de oude garde, nu tussen mensen die van hun vak houden en het management. Sommige Maagdenhuisbezetters, die streden voor vrijheid en autonomie, werden bestuurders. Ze zijn nu aan hun pensioen toe. Ze hebben gouden universitaire tijden meegemaakt. Waarom zouden ze anderen dat geluk niet gunnen? Dat zoveel docenten en onderzoekers zich nu aansluiten zou hen moeten alarmeren. Ik hoop dat de UvA-bestuurders zo verstandig zijn dit protest serieus te nemen.

Aleid Truijens is schrijfster, literatuurrecensente en biografe. Reageren? opinie@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.