Eindelijk een profane Goethe

Johann Wolfgang von Goethe is zo monumentaal geworden, dat hij nauwelijks meer gelezen wordt. Maar nu is er dan de eerste Goethe-film. Ook het islamdebat 'maakt hem weer actueel'.

Het was geen Duitser, maar een Limburger die er het eerst over begon: over Goethe, de monumentale dichtervorst. Tijdens zijn redevoering in Berlijn op 2 oktober toonde Geert Wilders zich ineens gretig van zijn artistieke kant. Hij zei, met stemverheffing: 'Een land vol moskeeën is niet meer het land van Goethe, Schiller, Heine, Bach en Mendelssohn'.


Wild applaus natuurlijk, van de aanhangers. Dit was precies de tegenstelling waar het hen om ging: de 'cultuurstrijd' tussen islam en 'joods-christelijke Leitkultur', de strijd tussen barbarij en 'hun' kunstgrootheden.


Klein probleem voor de 'islamcritici': een dag later haalde het Duitse staatshoofd, Christian Wulff, ook Goethe aan, maar dan juist om diens verzoenende visie tussen de islam en het Westen te onderstrepen. Niet zonder geestdrift in de islamitische wereld overigens: in 1995 is Goethe zelfs tot moslim verklaard, door een imam in Weimar. Zijn nieuwe naam: Mohammed Johann Wolfgang von Goethe.


Dat krijg je er van: de realiteit rond Goethe (1749-1832) is net wat ingewikkelder. De beeldvorming rond dichter, denker, staatsman en wetenschapper Goethe is zo enorm, dat hij voor alles te gebruiken is. Voor buitenstaanders, maar ook voor Duitsers zelf. Al moet daarbij gezegd worden dat ze die status zelf hebben ontwikkeld, zoals de filosoof Herfried Münkler in zijn actuele bestseller Die Deutschen und ihre Mythen (2009) schrijft.


Als Hitler de ene kant is, is Goethe de andere kant van het Duitslandbeeld geworden. Goethe als de goede Duitser, de man die alles wist en alles kon, en wiens poëzie iedereen aan de oostkant van Bad Bentheim gloedvol uit het hoofd op kan zeggen. Een beeld dat eind 19de eeuw ontstond, toen Goethe actief tot vaandeldrager van de nationale 'Dichter und Denker-mythe' werd gekroond, en na 1945 van staatswege actief is doorgezet.


Maar wat zegt dat over de realiteit: welke rol speelt de man daadwerkelijk nog in het Duitsland van 2010?


Vorige week was Johann Wolfgang von Goethe in de Duitse media aanwezig zoals hij dat lang niet was. Dat had niets met Wilders of met Leitkultur te maken; er is een bioscoopfilm over Goethe gemaakt. Op zichzelf niets verwonderlijks, zou je zeggen, Mozart, Rembrandt en Shakespeare figureren al lang in hun eigen biopics. Maar Goethe, op een enkele uitzondering na, nog nooit. Dit is de eerste, benadrukken de makers, die volledig over hem alleen gaat.


Om de context te schetsten: regisseur Philipp Stölzl maakte eerder videoclips voor Rammstein en Madonna. Zijn film Goethe! gaat over Goethe als 23-jarige, er wordt gezopen, de liefde bedreven - 'Wein, Weib und Gesang' dus. De regisseur noemt het een 'coming of age'-film; en recensenten moeten denken aan college drama's uit Hollywood.


Als er iets uit alle macht geprobeerd wordt, is het de oude dichter jong en vlot te laten overkomen. De pr-tour voerde zelfs langs tv-showhost Stefan Raab, ontdekker van Lena en ongeveer het tegendeel van ieder Bildungsbürgertum. Hier mocht Moritz Bleibtreu (bijrol) zeggen dat Goethe 'helemaal niet stoffig' was, en Raab grinnikte erbij.


Het resultaat: de eerste Goethe-film aller tijden is niet diepzinnig, zelfs niet historisch correct, en dat zonder gêne. Dichtung en Wahrheit lopen er bewust in elkaar over. Het Werther-thema wordt vermengd met biografische en Sturm-und-Drang-motieven. Daar kun je over sputteren, zoals diverse recensenten deden, maar dit verlangen van Goethe een fictieve popster te maken is tekenend voor zijn huidige status.


Gedeeltelijk is het met Goethe namelijk gesteld zoals met Vondel in Nederland. De jonge generatie leert hem op school, maar voelt er niets meer bij, zoals de filmrecensent van Die Zeit verzucht. Goethe is onmenselijk monumentaal geworden, en dat is ook zijn probleem: 'Hoe meer een dichter tot de canon gaat behoren, hoe meer afstand er ontstaat', geeft Goethe-kenner Jonas Maatsch van de Klassik Stiftung Weimar toe.


Aan de andere kant: Goethe ís geen Vondel. Hij is beladener, politieker ook. Sinds 1871 is hij in extreme mate ingezet voor ideologische doeleinden. Kultur werd peiler van de Duitse identiteit eind 19de eeuw, als tegenhanger van de Franse wereldlijkheid: het nieuwe Duitsland werd uitgeroepen tot 'Land van dichters en denkers', en Goethes Faust werd, zoals een theaterkopstuk destijds zei, 'de tweede Bijbel van ons land'.


Die haast emotionele Goethe-cultus was na 1945 weliswaar voorbij, maar zowel de DDR als de Bondsrepubliek kon hem nog steeds goed gebruiken als staatsdichter. Goethe was bijna als enige geschikt om te worden ingezet om het beeld van het 'goede Duitsland' opnieuw op te poetsen, zoals Thomas Mann in 1949 opperde. De instituten die in het buitenland de Duitse cultuur moesten uitdragen, schrijft Münkler, werden niet voor niets 'Goethe-instituten' genoemd.


De realiteit veranderde ondertussen, zegt wetenschapper Maatsch; de jaren zestig betekende ook in Duitsland het einde van de verering van de klassieken. Anders gezegd: in de BRD werd Mercedes het nieuwe symbool van identiteit. En na 1990 wilde het 'land van dichters en denkers' zo graag 'gewoon' worden dat het nu het land van Idols en Heidi Klum is.


Die desinteresse, oppert Maatsch, kan ook een bevrijding zijn. Pas nu is de last verdwenen, zegt ook regisseur Stölzl, waardoor men een Goethe-film überhaupt aandurfde. En Tilman Krause, de literatuurcriticus van Die Welt schrijft: het maakt niet uit of de film goed of slecht is, het toont hoe er 'eindelijk onbevangenheid' tegenover 'de grootste dichter' is. 'Het eierenlopen is voorbij'. Goethe was zo heilig, schrijft Krause, dat niemand zich aan zoiets profaans als een biopic durfde te wagen.


Bij het Goethe Museum in Weimar hopen ze daarom dat er nieuwe tijden rond de oude dichter en denker aangebroken zijn. Het museum komt in 2012 voor het eerst sinds de DDR met een aparte Goethe-tentoonstelling. Goethe's behandeling van actuele thema's zal daarbij voorop staan. Zoals vrijheid, geweld, maar ook erotiek, zegt Maatsch: 'Hij was de grootste erotische schrijver van de Duitse literatuur, maar dat is met de nationale verering na 1870 allemaal weggepoetst.'


Wordt Goethe daarmee ook 'ontideologiseerd'? Daar is de reputatie van de dichter en denker dan weer net te groot voor. Een nieuwe ideologische strijd begint zich al af te tekenen. Tussen de Wilders-aanhangers, die Goethe als symbool van de christelijke Leitkultur tegenover de islam opwerpen. En het Wulff-kamp, die Goethe juist als tolerante 'bruggenbouwer' ziet.


De realiteit, schrijft de oud-diplomaat en bekende cultuurhistoricus Manfred Osten, is ingewikkelder. Hij hield deze zomer een lezing in München onder de titel 'Goethe en 11 september'. In 2003 schreef hij een boek over Goethe's gedachten over de globaliseringsproblematiek, 'Alles veloziferisch' oder Goethes Entdeckung der Langsamkeit.


Goethe zag, zoals hij in zijn West-östlicher Divan (1819) schreef, zeker voordelen in de islamitische cultuur, tegenover het materialistische Westen. Maar het is een misverstand, waarschuwt Osten, om de 'vrijzinnige' Goethe tot gelovige te verklaren. De Koran noemt Goethe 'groots', maar ook 'streng en vreeswekkend'. In Divan roept hij moslims op, de 'vreeswekkende' dogmatiek in de Koran te vermenselijken.


Het islamdebat toont in elk geval, vindt Osten, dat 'Goethe weer hoogst actueel' kan worden. Inderdaad is de oude dichter er anno 2010, uitgerekend op internet, een levendig gespreksonderwerp door geworden.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden