Column

Eindelijk een opera die ergens over gaat

Wekelijks nemen de cultuurspecialisten van de Volkskrant stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst. Deze week: Rutger Pontzen.

Een opvoering van Lulu in Madrid, Spanje.Beeld EPA

Hysterisch gegil, een slap verhaal en zangers die als houten klazen met lemen voeten over het toneel sloffen. Nee, veel affiniteit had ik niet met opera. Enkel besteed aan wie niets anders met zijn vrije tijd wist te doen dan uren onder een stolp naar sentimenteel gezemel te luisteren.

Tot 1979.

Het bleek achteraf een gedenkwaardig moment, die 24ste februari, om een uur of acht. Toen ik in het ouderlijk huis de openingsklanken hoorde van de opera Lulu. Wat was dat?

Ik zat die avond een puzzel van 3.000 stukjes te leggen in de huiskamer. Vanuit de belendende eetkamer, die bij ons ook dienst deed als tv-kamer, klonken door de blauwe klapdeur de eerste orkestrale noten.

Ze maakten indruk.

Sommigen lezen het verzamelde dichtwerk van Piet Paaltjens en voelen zich herboren. Anderen eten Loup en croûte feuilletée bij Paul Bocuse in Lyon. Of drinken een dieprode Barolo Mascarello uit 2010. Ik hoorde de eerste oplopende klanken van Lulu - en was verkocht. Door de klapdeur spoedde ik me naar het tv-scherm, luisterde naar de knetterende trombones, violen, bekkens en de grote trom. De hele kakofonie van atonale geluiden (want dat waren het). Ik genoot. Totdat Teresa Stratas, alias Lulu, met haar hoge stem mijn trommelvlies probeerde te doorboren. Toen lonkte de puzzel weer.

Wat me het meest van die avond is bijgebleven: het constante op en neer lopen tussen de twee kamers. Afhankelijk van wat er te beluisteren was: het orkest of Lulu. Wat me ook is bijgebleven: dat Alban Berg de ene na de andere noot als kleine handgranaten in mijn oor liet exploderen. Dit was geen muziek; dit waren losse tonen die een verwoede poging deden een eenheid te vormen, met wisselend succes.

Geen kant-en-klaar muziekstuk dat gemoedsrust nastreefde, maar muziek in wording. Het zagen op een viool in de hoop dat er klank uitkwam. Een losse riedel op de piano. Een brute saxofoon. Messcherpe trompetten.

Het duurde niet lang voordat ik de drie platen van die gedenkwaardige opvoering kocht. En dat ik toch stapelverliefd raakte op Lulu (wat gezien haar rol als mannenverslindster dodelijk was). En op de Canadese sopraan die de rol zong. Een klein pittig vrouwtje met fikse bos donkere krullen die, gelijk Bianca Castafiore of Oskarchen uit Die Blechtrommel, kristal kapot kon zingen. Zo leek het althans. Wat een stem. En wat een verwoestende acceleratie zat daarin. Ze kon spreken, zingspreken, spreekzingen en zingen, en dat allemaal binnen de lengte van een paar noten en woorden. Van windkracht 0 tot 12 in 3,2 seconde.

En daarbij: eindelijk eens een opera die ergens over ging. Over onvoorwaardelijke, maar desastreuze liefde. Over de beurscrisis. Over vrouwelijke aantrekkingskracht én onafhankelijkheid. Over mannelijke stompzinnigheid en hebzucht.

De weerbarstigheid van de onderwerpen kwam overeen met de weerbarstigheid van de muziek en andersom. Een opera waarin een van de hoofdrolspelers zijn liefde bezingt voor het knokige lijf van zijn maîtresse. Gehuwden die zó aan elkaar verknocht zijn geraakt, dat een scheiding de helft van hun persoon zal kosten. Beurshandelaren die elkaar in staccato-Duits de waarheid vertellen.

Wat kijk en luister ik weer uit naar Lulu, komende week tijdens het Holland Festival. Geen sentimenteel gezwijmel. Het gaat stormen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden