Column

'Eindelijk een minister van Buitenlandse Zaken met verstand van buitenlandse zaken'

Nadat Uri Rosenthal er in verbluffend tempo in geslaagd was om iedereen tegen zich in het harnas te jagen, wordt Nederland ginds weer serieus genomen, schrijft Thomas von der Dunk.

Hillary Clinton en Frans Timmermans Beeld AFP

Hij is nog geen twee maanden weg, maar u bent hem vast al weer vergeten, en dat is volkomen terecht: Uri Rosenthal. Zelden zal een bewindsman zo met stille trom zijn vertrokken - in dit geval inderdaad letterlijk door de achterdeur. Ook dat was terecht, want hij was in 2010 eveneens door de achterdeur binnengesmokkeld. Zelden zal daarom nu een nieuwe minister zo juichend zijn binnengehaald.

Kunduzkomedie
Daartoe bestond alle reden. Rosenthal was er in een verbluffend tempo in geslaagd om iedereen tegen zich in het harnas te jagen - van zijn ambassadeurs in het buitenland, waar werk als 'rustiek tijdverdrijf' werd afgedaan, tot zijn ambtenaren in het binnenland, van wie hij zich zodanig vervreemde, dat hij met weinigen meer on speaking terms was. De secretaris-generaal schijnt zelfs niet eens meer de telefoon opgenomen te hebben, als de minister belde. Over de Kunduzkomedie zullen we maar zwijgen.

Die algemene onmin stond niet los van zijn beleid en zijn visie, of liever het gebrek daaraan. Buitenlandse politiek werd gereduceerd tot exportbevordering, en van de Europese Unie was, zo zei Rosenthal eens letterlijk tot een verbijsterd publiek, Nederland eigenlijk alleen om die redenen lid. Dat de EU voor Duitsland en Frankrijk ook nog heel andere doeleinden dient dan om anderen aardappelen te verkopen, ging hem volledig boven de pet.

In dat opzicht staat Rosenthal in Nederland overigens geenszins alleen. Ook de euro is ons indertijd met puur praktische, en daarmee sterk economische argumenten verkocht. Denk ook aan Pechtolds verkiezingscampagne afgelopen zomer onder jongeren: door de euro konden ze een stuk goedkoper bellen naar en van het buitenland.

Vakminister
Een van de weinigen die wèl beseft dat bij de invoering van de euro - gelijk indertijd bij de oprichting van de EGKS, de EEG en de EU - voor de belangrijkste initiatiefnemers allereerst politieke motieven een rol speelden (waardoor overigens wel wat al te luchtig over de economische basisvoor
waarden voor een goed functioneren ervan is heengestapt), is Rosenthals opvolger Frans Timmermans.

Hij haalde de afgelopen weken opvallend vaak met uitvoerige interviews en portretten de krant - misschien meer dan enige andere vakminister van dit kabinet, onze brokkenpremier hooguit uitgezonderd. Misschien heeft dat iets te maken met de opluchting die onderhuids ook op menige krantenredactie heerst: eindelijk weer een minister van Buitenlandse Zaken met verstand van buitenlandse zaken.

Dat we met Rutte II weer 'terug in Europa' zouden zijn - met hoeveel opluchting is dat niet alleen in Brussel, maar ook in diverse hoofdcommentaren geconstateerd? Nu alleen ook Rutte zelf nog, die immers herhaaldelijk verklaarde niets met Europa te hebben, en zeker niets met de Grieken.

Euroscepsis
Overigens heeft Timmermans zelf als eerste terecht wat op de vermeende nieuwe Europese gezindheid van Nederland afgedongen, door er op te wijzen dat de verkiezingsuitslag van 12 september zeker niet betekent dat de euroscepsis verdwenen is. De jongste opiniepeilingen, met groot verlies voor de regering en grote winst voor de randen, maken inderdaad duidelijk hoe volatiel de electorale stemming in dit opzicht bij ons is.

Als het op concrete standpunten aankomt, neemt het nieuwe kabinet op de belangrijkste dossiers ook met twee PvdA-vakministers als uithangbord geen diametraal tegenovergestelde posities in. Op enkele meer symbolische overigens wel: geen Bleker meer die de verhoudingen met Vlaanderen laat verzuren - de Hedwigepolder gaat gewoon onder water - en geen Leers meer die als Wilders' loopjongen voortdurend in de andere Europese hoofdsteden met zijn kop tegen een muur aanloopt.

Dat de eerste buitenlandse reis van Rutte II uitgerekend Ankara gold, was van een grote symboliek, omdat de Turkse president met zijn komst naar Limburg dit voorjaar mede de val van Rutte I bewerkstelligd had.
Wat vooral veranderd is, is de toon - maar c'est le ton qui fait la musique, ook al reageren de nodige rechtse politici en dito colum¬nisten altijd heel erg boos als je over de toon begint. Maar botheid moge boven de Moerdijk voor oprechtheid versleten worden, het credo van Kees de Jager - i am Dutch so i can be blunt - wordt bezuiden de Moerdijk niet altijd geapprecieerd. Dat geldt ook voor het 'geladen pistool' waarmee Rutte naar eigen zeggen steeds in zijn binnenzak naar Brussel vertrekt.

Realisme
Dat heeft ook Jeroen Dijsselbloem begrepen. Weliswaar hard in de inhoud, maar zacht in de verpakking: voor zijn buitenlandse collega's na zijn voorganger een verademing, omdat hij niet slechts in zijn eigen riedel is geïnteresseerd, maar zich tevens bereid toont met de anderen mee te denken. Ook legt hij publiekelijk meer realisme aan de dag: we krijgen niét elke cent uit Athene terug, maar we hebben weinig keus.

Zijn naam wordt inmiddels zelfs genoemd als opvolger van Juncker als voorzitter van de Eurogroep - andere goede kandidaten willen zelf niet, stuiten op een veto van Parijs c.q. Berlijn, of komen niet in aanmerking omdat landgenoten al belangrijke functies 'in de buurt' vervullen.

Of het er echt van komt, is natuurlijk even afwachten. Den Haag heeft zich vaker voorbarig rijk gerekend, en de rekensommen die het als 'logisch' opstelt, sporen niet steeds met de onlogische Brusselse werkelijkheid.

Maar dat Nederland in Brussel weer serieus in aanmerking komt voor een hoge functie, geeft wel aan dat Nederland ginds weer serieus genomen wordt. Dat was twee jaar lang meestal nadrukkelijk niet het geval. Voorwaarde zal wel zijn dat Nederland zijn diepgewortelde neiging tot angelsaksisme laat varen en ook inhoudelijk nauwer aansluiting bij Duitsland zoekt.

Thomas von der Dunk is publicist en columnist van Volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden