'Eindelijk ben ik van het gelazer af'

Actrice Josée Ruiter brengt Couperus in een soloprogramma. 'Nu pas ben ik van de zwaarte af die altijd aan mij kleefde'..

Haar rechteroog draait telkens eigenzinnig naar binnen. 'Probeert u me maar eens recht aan te kijken', zegt actrice Josée Ruiter een uur later op het toneel tegen iemand uit het publiek. En lachend: 'Nee, dat lukt niet'. Zelfspot en humor zijn haar niet vreemd. Een uur eerder in de kleedkamer van de Rijswijkse schouwburg: 'Er zijn meer actrices van mijn leeftijd die goed zijn en die toch achter de geraniums zitten. Daar is geen werk voor.'

Ze is nu 55. Een actrice waar je niet omheen kan, maar die niet langer gevraagd wordt door de gezelschappen. Haar laatste grote rol was in Rouw past Elektra bij het Noord Nederlands Toneel in 1999 en vorig jaar in Tiny Alice in de regie van Victor Löw.

Sinds een aantal jaren is ze op de solotoer. Zes jaar geleden met Wilhelmina, lang voor de grote gelijknamige schouwburgproductie. Nu bereist ze het land met Couperus, een grote ziel, een solo die het midden houdt tussen cabaret en literair theater. Ze heeft het stuk zelf geschreven en speelt in haar eentje zeven personages. Moeiteloos stapt ze van de ene in de andere rol en als een volleerd entertainer richt ze zich regelmatig tot het publiek. Sprongsgewijs schiet ze door het leven van de Haagse schrijver en maakt glashelder wat die man beroerde en wie hij was. Luchtig, vol humor en relativering.

'Eindelijk ben ik van de zwaarte af die altijd aan mij kleefde. Ik was die actrice met die snik in haar stem. Nu zien ze dat ik ook wat anders kan. Het heeft succes, de mensen komen en ze vinden het mooi.' Nooit heeft ze gedacht aan een solocarrière. 'Maar ik ben wel van het gelazer af. Al die schijnheiligheid: dag schat, terwijl je denkt: wat een etter. En niet langer repeteren aan een stuk dat ik over zes weken in première moet laten gaan en waarvan ik denk: waarom moet dit eigenlijk gespeeld worden?'

Ze heeft vaak geleden onder regisseurs die dingen van haar wilden, maar haar niet begrepen. 'Als iemand van zijn santé niet afweet en mij niet kan regisseren, maar alleen telkens herhaalt waar die scène over gaat, word ik ongelukkig. Dat weet ik zelf ook wel. Ze moeten aanwijzingen kunnen geven waar je als acteur iets mee kan.'

Nu geeft ze zichzelf steeds opdrachten. Minder stembuigingen, weg die handen. 'Ik weet niet hoe ik al die rollen doe. Ik kruip in de huid van al die personages. Maar dat moet je subtiel doen zodat het niet op een truc lijkt.'

Haar vorige solo, Wilhelmina speelde ze aanvankelijk met een tegenspeler. 'Na er twee versleten te hebben, ben ik die twee rollen alleen gaan spelen. Ik kreeg een staande ovatie. Ik kan dat kennelijk. Ik wás Wilhelmina, maar veranderde telkens in die man. Het werd er veel suggestiever door. Dat stuk heb ik 120 keer gespeeld. In Paleis het Lange Voorhout, de balzaal van Des Indes, op de residentie in Tokyo, op de residentie in Zuid-Afrika.'

Een paar jaar geleden zag ze Van oude mensen en dingen die voorbij gaan. 'Ik vond het mooi. En ineens dacht ik: Couperus! Ik heb Bastet, zijn biograaf, een brief geschreven. Kreeg een handgeschreven brief terug, hij vond het prima. Ik ben gaan lezen en een jaar later had ik het programma. Een eigen productie, zelf geschreven, zelf de geluidsband gemaakt, zelf de vorm bedacht. Meubilair bij elkaar gescharreld dat achterin de auto kan. Een hoed, een jas, schoenen, een dasje. Het is een bij elkaar geraapt zootje. Maar het werkt.'

In een zwarte regenjas, hoed op, komt ze het toneel op. In de gedaante van Couperus die terugkeert uit het hiernamaals om zijn levensverhaal te vertellen. Een tragisch leven waarin hij vooral van de zijlijn toekeek. Geen geluk in de liefde, als homoseksueel viel hij totaal buiten de orde, en geen geluk in het schrijverschap. Zijn Berg van licht werd in die tijd beoordeeld als puur obsceen. Maar je voelt wel dat hier sprake is van een grote ziel.

'Het is een intieme voorstelling, maar in Leeuwarden stond ik in een grote zaal, driehonderd man. Heerlijk, hoe zwaar het ook is in je eentje.

'Vooral de druk dat er weer een nieuw programma moet komen, is zwaar. Waar zet ik mijn tanden in? Het moet weer een heel andere vorm krijgen. Maar ik zal het wel zelf moeten doen.

'Mocht ik een tegenspeler ontmoeten die ik vertrouw, zo iemand als Guido de Moor waarbij het meteen gebeurt, tingtingting, en je speelt samen de sterren van de hemel, dan is dat prima. Zolang dat niet gebeurt en ik niet gevraagd word, moet ik mijn brood verdienen. Tenslotte wist ik niet dat ik zo creatief was.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden