Einde van het Wuustwezel paradigma

KLOPT de corruptie al aan onze poorten bij Wuustwezel, moeten de kleine ontsporingen in Limburg en Brabant beschouwd worden als het begin van het einde, of kunnen we vertrouwen op de Hollandse Waterlinie om ons te behoeden voor Italiaanse toestanden?...

Twintig jaar geleden al verloor Nederland zijn onschuld. Leedvermaak over affaires in België, Frankrijk, Italië, Spanje, Griekenland en Duitsland getuigt daarom van weinig historisch besef. Of zoals Hans Magnus Enzensberger in zijn boek Ach Europa! al schreef: 'Het gaat niet om een ''typisch Italiaanse'', maar om een algemene problematiek, waarvoor tot op heden niemand een bruikbare theorie heeft.'

Acht jaar na het verschijnen van zijn boek, en vele schandalen later, tekenen zich wel duidelijke elementen af voor een verklaring. Zo is de tijd voorbij dat er aanzienlijke maatschappelijke consensus bestond over de oplosbaarheid van problemen - de maakbare samenleving. Daarvoor in de plaats gekomen is de mode om zich uitsluitend te richten op particuliere en/of groepsbelangen en het contract met de staat te negeren, ontkennen of eenzijdig en parasitair te interpreteren.

Intussen improviseert de staat van geval tot geval, van harde afspraak naar harde afspraak. Politici en politieke partijen trachten te redden wat er te redden valt. Ze zoeken hun heil in uiteenlopende strategieën, zoals bezinning op oude waarden, de stormloop op het politieke midden, profilering van personen en geflirt met de media. Partijlidmaatschap en rokerige zaaltjes zijn uit, opiniepeilingen en tv-shows zijn in. De zwevende kiezer maakt de dienst uit, de loyale partijganger bestaat niet meer. De klant is koning. Dat kost geld, terwijl de partijkassen leger raken en het ledenbestand kleiner wordt.

Tegen die achtergrond - economische recessie, groeiende werkloosheid, terugtredende overheid, privatisering en meer eigen verantwoordelijkheid van de burger - werd het vlees in de jaren tachtig zwak. In sommige landen nog zwakker dan het al was. Het failliet van het traditionele étatisme, gepaard gaand met nepotisme en clièntelisme in de zuidelijke landen van de Europese Unie, openbaarde zich begin jaren negentig in alle hevigheid.

Na jaren van lafheid, laksheid en doofpot, onthulden de media en onafhankelijke jonge onderzoeksrechters in Italië en Frankrijk reeksen schandalen. Steekpenningen, vriendendiensten, belastingontduiking en illegale giften van bedrijven aan politieke partijen en politici leidden tot geknakte carrières, processen, regeringscrises en zelfs enkele zelfmoorden.

Het Wuustwezel paradigma - dat komt in fatsoenlijke landen niet voor - sneuvelde voor de tweede keer. Want niet alleen de Zuideuropese landen, maar ook Groot-Brittannië en Duitsland bleken aangetast. De Flick-affaire hield Bonn vijf jaar gevangen en mondde uit in een veroordeling wegens belastingontduiking van één politicus, de liberale minister van Economische Zaken Otto Graf Lamsdorff. Van de tweede aanklacht, het aannemen van steekpenningen in ruil voor het geven van belastingvoordeel aan het Flick-concenrn, werd hij vrijgesproken. Politici van de grootste partijen, SPD en CDU-CSU, kwamen met de schrik vrij.

Terwijl ze zich veilig waanden in hun splendid isolation vielen ook de Britten ten prooi aan de kleptocratie. Eerder en radicaler dan op het vasteland werd vanaf 1979 gesnoeid in overheidstaken en werden staatsbedrijven geprivatiseerd. In haar weerzin tegen links, vakbonden en wets in haar Conservatieve partij beweerde premier Thatcher zelfs dat er 'niet zoiets als een samenleving bestaat'. Een boude bewering die door haar opvolger Major in 1993 enigszins werd geamendeerd door zijn programma 'Back to Basics'. Strekking: allerlei maatschappelijke problemen zijn te wijten aan moreel verval en onverantwoordelijke burgers, reken niet op de staat.

Moreel verval! Van wie dan wel? De media onthulden het ene na het andere schandaal. Dan ging het om erotische strapatsen van de heren politici, dan weer over declaraties, favours van een sjeik of gewoon contanten. Ernstiger en structureler was de ontdekking dat de privatisering gepaard was gegaan met het 'meeverkopen' van politici. Er was een klasse ontstaan van partijgebonden en politiek oncontroleerbare managers, de quango's.

'Wuustwezel' blijkt ten derde male achterhaald. Nu de cultuur van politieke benoemingen, smeergelden en illegale stortingen in partijkassen wordt aangepakt, verplaatsen de partijgangers van de privatisering hun macht naar de uitvoeringsorganen van de vrije markt. Naar het Fort Holland, voor het te laat is!

Joris Cammelbeeck

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.