Einde van het eigenbelang

Essay. Te lang leefden wij in onze veilige privéwereld, waardoor we de publieke wereld verwaarloosden. De kredietcrisis schudt ons wakker....

Een van de beste films die ik ooit zag was The Truman Show uit 1998. De hoofdpersoon ervan heet Truman; hij is gelukkig getrouwd, heeft een leuk gezinnetje en een aardige baan.

Maar het begint bij hem te knagen. Hij zou wel eens wat meer van de wereld willen zien dan het eiland waarop hij woont en waar hij nog nooit vanaf was. Bij de reisbureaus krijgt hij onveranderlijk nul op het rekest. Hij wordt wantrouwig en raakt gaandeweg met iedereen in conflict. De toestand wordt onhoudbaar. Hij besluit van zijn eiland te vluchten met een gestolen zeilboot. De nacht van zijn vlucht stormt het verschrikkelijk. Het scheelt maar een haar of hij was verdronken.

Maar ’s ochtends ligt de zee er weer kalm bij. Truman dobbert rustig voort met zijn boot en dan, ineens, boem! – tot zijn opperste verbijstering stoot hij met zijn boot tegen een kartonnen muur die beschilderd is in de kleuren van een mooie ochtendhemel.

Wat hij voor een ochtendhemel hield, blijkt een suggestief schilderwerk. Die muur strekt zich eindeloos naar alle kanten uit. Truman realiseert zich ineens dat hij aankijkt tegen een enorme, honderden kilometers grote koepel waaronder zijn hele leven zich heeft afgespeeld.

Maar in die kartonnen muur zit een deurtje. Hij gaat door dat deurtje en wordt begroet door een enorme mensenmassa, door reporters, journalisten. Het houdt niet op. Dan stapt een waardige oude heer naar voren. Die vertelt hem de waarheid: zonder het te weten, is hij levenslang het onderwerp geweest van een tv-soap die vanaf zijn geboorte jaar in jaar uit over de hele wereld werd uitgezonden door hem, de director van die soap. Iedereen wist dat, zijn vrouw, zijn kennissen en alle collega’s daar op dat eiland.

Voor Truman uiteraard de schok van zijn leven. Alles wat hij altijd tot zijn eigen privéwereld rekende, alles wat hij ooit gedacht, gedaan en misdaan had, had zijn hele leven lang in de volle publiciteit gestaan en was aan alle wereldbewoners bekend geweest. Zijn privéleven was, zonder dat hij dat ooit vermoed had, een publieke realiteit. Publiek en privaat waren nu binnenste buiten gekeerd, zoals je dat met een handschoen kan doen.

Met de kredietcrisis is ons iets dergelijks overkomen. De afgelopen jaren leefden we, net als Truman, rustig en nietsvermoedend in onze privésfeer. We dachten dat die sfeer, of liever de som van al die privésferen tezamen, heel de wereld was. Net als Truman wisten we niet dat er buiten die privésfeer nog een ‘echte’, publieke wereld was; we leefden ieder in ons eigen wereldje en waren druk bezig dat voor onszelf zo comfortabel mogelijk in te richten.

We bleven doof voor vage geruchten dat die ‘echte’ wereld wel eens op een vervelende manier in dat wereldje van ons zou kunnen inbreken. We lazen daar wel over in geschiedenisboeken of in krantenartikelen, over hoe de wereld er over honderd jaar misschien uit zou zien. Toch waren we er zeker van: dat was onze werkelijkheid niet. Dat waren alleen maar de nachtmerries van een ver verleden of een verre toekomst.

Maar met de kredietcrisis voeren we tegen de grenzen van onze privéwereld aan, net als Truman met zijn zeilbootje. Tot onze grote schrik bleek dat er ‘daarbuiten’ wel degelijk een publieke, een echte wereld bestaat; bovendien een zeer ongezellige realiteit die in het geheel geen boodschap heeft aan het comfort en de knusheid van dat privéwereldje.

Dat verklaart ook een merkwaardige constante in hoe mensen in vraaggesprekken met de krant vaak zeggen de kredietcrisis te ondergaan. Ze zeggen dat de kredietcrisis inderdaad iets heel verschrikkelijks is, maar dat die ook de knusse huiselijkheid van vroeger – kopje thee bij de potkachel, spelletjes halma en sjoelbak met heel het gezin – weer terug brengt. Die reactie ligt nog helemaal in het verlengde van onze blindheid voor een realiteit buiten de privésfeer. Die realiteit dient zich nu aan – en wij kruipen nog even iets dieper weg.

Zoals Truman zijn private wereld ineens moest verruilen voor een hem geheel nieuwe en verontrustende publieke wereld, zo vergaat het ons nu. Binnen de neoliberale Weltanschauung leefden wij allen als Leibniz’s ‘vensterloze monaden’ (als eenheden, beschreven in zijn Monadologie van 1714), met de blik strak naar binnen en gericht op de eigen navel. Het neoliberalisme prees die inwaarts gerichte blik aan in de vaste, maar nimmer als juist bewezen overtuiging dat die ons ‘de beste van alle mogelijke werelden’ garandeerde.

De wetenschap van de economie had de verheven taak de harmonie tussen alle vensterloze monaden te bewerkstelligen. De dunne en onzichtbare draden van het rationele eigenbelang verbonden al die in zichzelf verzonken eenheden tot een hecht netwerk en weefden die tezamen tot wat de beste van alle mogelijke werelden leek. Zoals Adam Smith het met zijn invisible hand al uitdrukte: het eigenbelang is de dienaar van de welvaart. Bernard de Mandeville zei het in 1724 zo: private vices zijn public benefits.

Harde realiteit
Met de kredietcrisis stootten wij op de grenzen van dat liberale wereldbeeld. We werden met de neus gedrukt op de harde realiteit dat voor public benefits meer nodig is dan die private vices. Het publieke domein houd je niet overeind met alleen het rationele eigenbelang en het winstbejag. De gezondheid van het publieke domein vereist de erkenning van een publiek of algemeen belang; een algemeen belang dat uitgaat boven, en nimmer geheel te reduceren is tot, het private eigenbelang. Willen we dat publieke belang dienen, dan zullen we dat zo verontrustende publieke domein moeten betreden. Pijnlijk, maar onvermijdelijk.

Dat publieke domein is er allereerst in zijn zuiver fysieke vorm: de planeet waarop wij allen leven. We moeten dat fysieke publieke domein zeker niet beperken tot straten, pleinen en overheidsgebouwen, zoals men gewoonlijk doet. Want met wat zich daarbuiten afspeelt, in de natuur, is ook een publiek belang gemoeid. Misschien wel het grootste publieke belang dat er is. Dat is de voorwaarde voor al het overige.

Bij uitstek dát fysieke publieke belang werd meedogenloos ondergeschikt gemaakt aan het eigenbelang; want we zagen van dat publieke belang slechts wat paste binnen de vensterloze monaden van het eigenbelang.

Het is een verhaal dat al miljoenen malen verteld werd, maar nog lang niet vaak genoeg. Wanneer het gaat om onze medemensen laten we ons nog wel eens uit onze vensterloze monaden trekken. Maar we herkennen ons te weinig in de natuur om die dat ook te gunnen. De natuur gaat ons dus straks hardhandig aan haar bestaan herinneren.

Vervolgens is er het publieke domein in politieke zin: de wereld van de staat, van de politiek en de politieke partijen, van het recht. Ook hier werd de laatste decennia de monadische vensterloosheid geïntroduceerd. Het bedrijfsleven, de normen, de waarden en de logica van de private sector (en die daar inderdaad uitstekend en onmisbaar zijn!) werden ook het publieke domein binnengehaald.

Dat wezensvreemde element werkte daar als een bijtend zuur, waardoor van de bouwwerken van dat publieke domein nu nog slechts de aangevreten resten overeind staan. De beperkte blik van het rationele eigenbelang leidde tot algehele blindheid voor het publieke domein.

Geen beter voorbeeld zijn hier de lobby’s in de VS. Wanneer er verkiezingen geweest zijn in de VS, wanneer de kiezer gesproken heeft en wanneer de gekozene zijn beslissingen moet gaan nemen over wetten en maatregelen, dan wordt hij besprongen door een in Washington wonende horde van lobbyisten. Die worden er door allerlei instanties – meestal grote bedrijven – gefinancierd om de politieke besluitvorming in aan die instanties welgevallige richting om te buigen. Vrijwel steeds met succes. Private partijen kregen daarmee een illegitieme greep op publieke beslissingen. In de VS is het lobbyisme volstrekt geaccepteerd – het is alsof men de corruptie in het politieke systeem inbouwde. Het publieke domein werd zo opgedoekt en verkocht aan het private domein.

De gemiddelde West-Europeaan beziet dit spektakel met evenveel ongeloof als verontrusting. Wat blijft er van een democratie over als dit soort praktijken algemeen aanvaard worden?

Maar de bittere waarheid is dat wij in West-Europa weinig beter af zijn. Met de neoliberale privatiserings- en verzelfstandigingsgolf werd bij ons het grootste gedeelte van de overheid aan (half of heel) geprivatiseerde partijen overgedragen. Hier werd uitverkoop gehouden van ons collectieve recht tot zelfbeslissing. Onze regeringen die dat deden verkochten dus iets wat niet van henzelf was, maar van ons als staatsburgers. Goed bezien was dat pure diefstal.

Maar niemand die er iets aan deed. Ook het parlement niet, terwijl het diens absoluut eerste taak had moeten zijn juist dit te voorkomen. De wijze waarop de Tweede Kamer de parlementaire controle verwaarloost, houdt al niet over; maar geen kik geven wanneer de regering zaken die onder die parlementaire controle vallen aan derden uitbesteedt, is dan nog een graadje erger.

Zeker wanneer de regering dat alles ook nog bepleitte onder het motto dat bestuurlijke efficiency beter is dan de rompslomp van democratische verantwoording. Overigens bleek van die beloofde efficiencywinst door het opgeven van democratische controle in de praktijk weinig terecht te komen.

Republicanisme
In 1998 publiceerde de belangrijkste hedendaagse politieke theoreticus Quentin Skinner een boek met de verrassende titel Liberty before Liberalism. Zoals deze titel aangeeft, is er volgens Skinner een vrijheid van voor het liberalisme, een vrijheid dus die we met het liberalisme kwijtraakten. Dat is de vrijheid van het zogenoemde republicanisme. Dat heeft niets van doen met het afschaffen van het koningsschap, maar alles met de noodzaak om het publieke belang (‘res publica’ betekent ‘de publieke zaak’) tot gids te kiezen voor het politieke beleid. Die gids moet zich niet laten desoriënteren door private belangen. Uiteraard moeten die een belangrijke, zelfs heel belangrijke rol spelen; maar ze moeten altijd ondergeschikt blijven aan overwegingen van algemeen, publiek belang. De kredietcrisis heeft ons getoond wat er gebeurt wanneer men deze ‘republikeinse’ les uit het oog verliest. De exclusieve focus op het private belang bewerkte uiteindelijk chaos, armoede en werkloosheid in plaats van rijkdom.

Laten we daarom kiezen voor de ‘vrije staat’ van het republicanisme; een staat die vrij is van de corruptie van het publieke belang door het private belang. Dat is een staat waarin de politiek boven de economie staat en niet omgekeerd, zoals nu in vrijwel alle westerse democratieën het geval is.

Wat uiteraard in het geheel niet betekent dat men het belang van de economie zou moeten bagatelliseren. Maar er zijn zwaarwegender belangen dan de economie. Beter relatieve armoede in een vrije samenleving dan welvaart in onvrijheid en een vernietigd milieu, als er al sprake zou zijn van een of/of. Wie het anders ziet, heeft zijn prioriteiten niet goed op orde. Pas dan is er niet alleen vrijheid voor het liberalisme, maar ook erna.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden