Einde van een mythe

Jan Pronk werd gepasseerd voor een topfunctie bij de VN. Maar hij was toch een held in de Derde Wereld?...

HET MEEST verrassende aan de nederlaag van Jan Pronk was misschien de verrassing zelf. Pronk was toch de held van Afrika, de man die zo enorm goed lag bij de Verenigde Naties? De man die mindere functies bij de volkenbond luchtigjes kon afwijzen, omdat hij altijd in de race was voor een topbaan?

Deze week viel de mythische Jan Pronk van zijn voetstuk. Zijn imago in het buitenland bleek wonderwel overeen te komen met zijn imago in Nederland. Hij bleek geen held, maar een controversiële figuur, die zowel bewondering als weerzin oproept. Waar de een een bevlogen idealist waarneemt, ziet de andere een humorloze drammer.

'Ik geloof inderdaad dat de media niet kritisch genoeg over Pronk zijn geweest', vindt Roel Janssen, commentator van NRC Handelsblad. 'Er is absoluut respect voor Pronk. Het werd zeer gewaardeerd als hij weer een vluchtelingenkamp bezocht, zowel door de mensen zelf als de ontwikkelingswerkers ter plekke. Maar dat beeld is in de Nederlandse media veel te veel uitvergroot. Het feit dat je goede vrienden hebt in Senegal en Tanzania wil helemaal niet zeggen dat je in de hele Derde Wereld goed ligt.' Landen als China en India zijn überhaupt niet geïnteresseerd in de minister van een piepklein landje als Nederland, zegt Janssen, laat staan in een minister die ze fijntjes de les leest.

De wortels van de warme verhouding tussen Pronk en de media liggen in de jaren zeventig, toen het kabinet-Den Uyl aantrad. Een geest van vernieuwing waaide op alle fronten door de Nederlandse samenleving. Ministers waren plots geen plechtstatige figuren meer, maar jonge kerels waar je een borrel mee kon drinken in perscentrum Nieuwspoort. Jan Pronk was met 33 jaar de jongste minister aller tijden.

'Hij was altijd gemakkelijk benaderbaar, en niet bang voor ferme uitspraken', zegt Kees Tamboer van Het Parool, die destijds voor de Haagse Post werkte. Weliswaar was de bloedserieuze Pronk 'niet de gezelligste minister', zegt Tamboer, maar hij verzamelde wel een 'journalistieke clan' om zich heen. Daartoe behoorden onder meer Harry Lockefeer en Pieter Broertjes, die later allebei hoofdredacteur van de Volkskrant zouden worden. Pronk voerde ook een modern pr-beleid. Als hij weer eens afreisde naar een VN-conferentie, verschafte hij journalisten gratis vliegtickets.

Vooral de linkse media, de Volkskrant voorop, werden aangestoken door Pronks meeslepende visie. De Derde Wereld was destijds een betrekkelijk nieuw onderwerp. Door de opmars van de televisie kwamen beelden van uitgemergelde Biafranen en straatkinderen uit Calcutta bij iedereen de huiskamer in. Pronk wilde deze ellende bestrijden. Niet door krachteloze liefdadigheid, maar door keiharde actie tegen de onderliggende economische structuren.

Een nieuwe generatie zou de samenleving gaan veranderen. In eigen land, maar vooral ook daarbuiten. Nederland was daarbij een gidsland, aldus Pronk. 'Wij zijn niet zo'n klein land. Er wordt heus naar ons geluisterd. We kunnen iets doen. Het gaat om moreel gezag', vertelde hij in 1977 aan Hervormd Nederland.

Het politieke klimaat in die tijd was sterk gepolariseerd, memoreert Tamboer. Wie Pronk bekritiseerde of de effectiviteit van ontwikkelingshulp in twijfel trok, werd al snel verdacht van verraad aan de goede zaak. De Telegraaf voerde een 'rechtse hetze' tegen de man, en dat was al erg genoeg. Niet iedereen trok zich hier iets van aan. Zo schreef de Haagse Post al in 1973 een kritisch portret, waarin Pronk gebrek aan humor en 'regeergeilheid' werd aangewreven. Na zijn ministerschap werd Pronk adjunct-secretaris-generaal van de UNCTAD, een VN-organisatie die rechtvaardiger economische verhoudingen tussen rijke en arme landen moest bewerkstelligen. Het waren jaren van blauwdrukken, waarin de wereld per rapport opnieuw werd ingericht. Zo was Pronk in 1980 mede-auteur van het Wereldwerkgelegenheidsplan. Interviews uit die tijd krijgen allengs een wat surrealistisch karakter. Zij lijken zich af te spelen in een schijnwereld van initiatieven waarvan naderhand nooit meer ietsvernomen is. 'De Zeerechtenconferentie had samen met het Grondstoffenfonds van de UNCTAD een tweede belangrijke bijdrage kunnen zijn aan de Nieuwe Internationale Economische Orde', vertrouwt Pronk in 1981 NRC-verslaggever Kees Caljé toe.

In die gesprekken toonde Pronk zich overigens uiterst pessimistisch. Al in het begin van de jaren tachtig werd duidelijk dat alle grote plannen op niets zouden uitlopen. Kort daarop verschenen de neoliberalen op het toneel, met Reagan en Thatcher als internationale boegbeelden. De belangstelling voor ontwikkelingshulp daalde zienderogen, mede door aanhoudende berichten over de geringe effectiviteit van allerlei goed bedoelde projecten.

Deze teloorgang leek het imago van Jan Pronk echter nauwelijks te raken. Zelfs toen zijn opvolgster Herfkens in één jaar afbrak wat hij in een lange periode had opgebouwd, bleef Pronk 'Mister Ontwikkelingssamenwerking'. De glorietijd van zijn ideeën duurde slechts kort, maar zijn faam bleef overeind. Pronk is een sterk merk, zouden hedendaagse marketing specialisten zeggen.

'Pronk is een paus geworden', zegt Roel Janssen van NRC Handelsblad. Hij zweeft ver boven de zompige details van het Derde Wereldbeleid, die toch vrijwel niemand meer interesseren. Het imago van Afrika wordt bepaald door tv-beelden van aids, honger en oorlog, aldus Janssen. Pronk staat daar tegenover, als symbool van compassie, van een moreel oprecht Nederland dat het beste voorheeft met de rest van de wereld.

Sympathie met de Derde Wereld is een ijzersterke onderstroom binnen de Nederlandse samenleving. 'Pronk is een bevlogen dominee, die oog heeft voor de ellende in de wereld. Dat spreekt aan', zegt Janssen. Bovendien bleef hij trouw aan zijn idealen, anders dan menige generatiegenoot. 'De PvdA is een beetje doorgeslagen', zegt Kees Tamboer van Het Parool. 'Elke vorm van idealisme wordt verdacht gevonden. In die sfeer van verzakelijking kan Jan Pronk 40 duizend voorkeurstemmen trekken. Hij is een soort excuus-Truus geworden, die de uittocht naar Groen Links kan afremmen.'

Pronk appelleerde altijd aan een gedachte die al een eeuwenoude traditie heeft, die van Nederland gidsland. Al in de Tachtigjarige Oorlog beschouwden calvinistische Nederlanders zich als een 'uitverkoren volk Gods'. Pronk stak de aloude zendingsgedachte in een nieuw, anti-kapitalistisch jasje.

Deze week bleek echter dat de wereld buiten Nederland de voorkeur geeft aan een nuchtere technocraat. De thuisnederlaag van paus Pronk kan desastreuze gevolgen hebben voor zijn imago. De media zijn dol op etiketten. De bevlogen dominee kan heel snel plaats maken voor de man die te lang bleef zitten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden