Eilliam Dalrymple

Meeslepend relaas van de smadelijke nederlaag van de Britten tegen de Afghanen in 1843.

Eilliam Dalrymple: Return of a king. The Battle for Afghanistan

Bloomsbury; 568 pagina's; € 30,-.


De lezer weet wat hem te wachten staat. En toch slaat hij de pagina's om met ingehouden adem. Het was negen uur in de morgen, op 6 januari 1843. Het restant van het Britse bezettingsleger verlaat Kabul. Twee jaar daarvoor waren de Britten de stad triomfantelijk binnen getrokken. Nu zijn ze verslagen, uitgehongerd, uitgeput - en het is bitter koud. De sneeuw reikt tot aan de knieën. De Afghaanse leider Akhbar Khan had beloofd voor bescherming te zorgen, maar de duizenden mannen, vrouwen en kinderen die de bergen in strompelen worden daar opgewacht door Afghaanse strijders. De vluchtelingen weten van niets. De lezer weet dat ze over een paar dagen allemaal dood zullen zijn. Hij leest over geruzie onderweg, over militaire blunders en gruwelijke wreedheden; over heldendaden aan Britse zijde en grootmoedigheid aan Afghaanse kant. William Dalrymple voert de lezer meedogenloos mee tot het bittere einde. Tot in de bergpassen richting Pakistan, bezaaid met Britse lijken. Tot de grootste vernedering van het Britse imperium is voltooid. Slechts één Brit zou de uittocht overleven.


'Afghanistan 1843' zegt Nederlanders niets, maar voor de Britten is het de grootste militaire nederlaag van de 19de eeuw. De historische parallellen dringen zich op, en Dalrymple gaat ze niet uit de weg. Hij kan ook niet anders. De manier waarop de Britten in 1839 in Afghanistan verzeild raakten, en vier jaar later vernietigend werden verslagen, lijkt als twee druppels water op de huidige strijd in dat land.


Het Britse bestuur in India (dat wil zeggen, de regenten van de East India Company, die het land bestuurden en over een eigen leger beschikten) vreesde dat de Russen hun begerige ogen hadden laten vallen op Afghanistan, en daarna India zélf zouden bedreigen. Dus werd er een leger uitgezonden. Dat handjevol achterlijke bandieten aldaar kon toch geen problemen geven. Daarna stapelden de Britten fout op fout. De voorbereiding was pure chaos; de opmars werd een ramp en eenmaal in Kabul maakten ze zichzelf in de kortste keren gehaat, terwijl elke voorbereiding op verdediging ontbrak. In de eerste dagen van het anti-Britse oproer vielen cruciale forten en enorme voorraden wapens en voedsel zonder slag of stoot in Afghaanse handen. De Britten sloten zichzelf op in een tijdelijk opgeworpen, onverdedigbare basis. En daarna kwam de zelfs voor Afghaanse begrippen uiterst strenge winter van 1842-1843. In die bitterste kou besloten de Britten te vertrekken.


Niet alleen de Britten, ook de Afghanen zijn de Afghaanse oorlog nooit vergeten. Het was hun tachtigjarige oorlog, de geboorte van de Afghaanse natie én het begin van hun internationale faam als onverslaanbare vechtjassen. Sinds 1843 weten de Afghanen dat geen enkele buitenlandse bezetter het land zal kunnen beheersen. Aan het slot van zijn indrukwekkende boek beschrijft Dalrymple een recent bezoek aan het land, en een gesprek met enkele stamoudsten die kort daarvoor een aantal Amerikaanse militairen hadden uitgelegd dat ze het land maar zo snel mogelijk moesten verlaten. 'Dit zijn de laatste dagen van de Amerikanen', zegt een van hen zelfverzekerd. Om daar aan toe te voegen: 'Straks komen de Chinezen.' De Afghanen zijn er klaar voor.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden