Eilandgasten

Morgenavond begint het tiende seizoen van de reality-tv-show Expeditie Robinson. De serie werd dit voorjaar opgenomen nabij de kust van Maleisië....

Wie komende maand op zondagavond rond negen uur z’n televisie aanzet, ziet misschien wel dit: Zes mensen op een strand. Ze lopen, zitten, liggen, vissen, verzamelen kokkels of bakken slakken. Soms kijken ze even in de camera. Dan vertellen ze wie ze hopen dat de anderen zullen wegstemmen, wie ze denken dat de anderen zullen wegstemmen, wie ze zelf al dan niet zullen wegstemmen en dat ze honger hebben.

RTL 5-logo. Reclame. RTL 5-logo.

Zes mensen voor een granieten tempel. Een voiceover vertelt dat het tijd is voor de eilandraad, de mensen stoppen briefjes in een pot van steen. Een man (niet een van de mensen) pakt de pot, pakt de briefjes en zegt:

‘Een stem voor X. En nog een stem voor jou, X. Een stem voor Y. En één voor X. Nog een stem voor Y. En de laatste stem, X, ook voor jou.’ Close-up van X, dan weer de man: ‘X heeft de meeste stemmen en moet het eiland nu verlaten.’ X staat op en pakt zijn of haar rugzak.

Split screen: rechts de aftiteling, links het hoofd van X. Hij of zij zegt dat hij of zij het jammer vindt dat hij of zij weg moet en graag nog even op het eiland had willen blijven maar so be it en hij of zij had het ook al wel een beetje verwacht, eigenlijk. RTL 5-logo. Reclame.

Twintig minuten reality-tv toont één dag uit het leven van de kandidaten uit Expeditie Robinson. 19 mei, om precies te zijn. Dáárover gaat dit verhaal: over de crew van Expeditie Robinson en wat zij die dag deden. Negen Nederlanders en een jongen uit Zweden. Het begint met: ‘Er was eens ...’, en het eindigt met: ‘... lang en gelukkig leven.’

Er was eens een eiland, 13 kilometer van de Maleisische kustplaats Mersing. En dat eiland is er nog steeds. Het heet Besar, maar de bewoners van Mersing noemen het ‘Robinsoneiland’. Ze vertellen toeristen dat ze daar ‘that surivorshow’ maken en bieden hen voor 20 RM (4 euro) een rondleiding aan. Langs stranden, loopbruggen, het decor van de eilandraad en een hindernisbaan.

Tussen maart en juli mogen er geen toeristen op Besar komen, omdat er dan honderdtachtig televisiemakers wonen. Noren, Denen, Belgen en Nederlanders, want Expeditie Robinson wordt voor meerdere landen tegelijk opgenomen; elk land een andere versie, Nederland en België een co-productie. De Noorse, Deense, Belgische en Nederlandse crewleden slapen in bungalows op het ‘productie-eiland’ Besar. De Noorse, Deense, Belgische en Nederlandse kandidatenteams slapen op de stranden van zes onbewoonde eilanden in de omgeving.

19 mei, zes uur ’s ochtends: vier Nederlandse crew leden staan op de steiger apparatuur in te laden. Twee cameramannen, twee geluidsmannen. Ze werken in duo’s en slapen met zijn tweeën op één kamer. Het ene duo heet Ruben & Arno. Het andere duo heet Sam & Cees. Sam & Cees vaart vandaag naar het kandidateneiland Tengah, Ruben & Arno gaat naar Rapang.

Op de kandidateneilanden gelden drie regels:

1. Niet met de kandidaten praten;

2. Hun ook geen eten geven;

3. Nóóit iets achterlaten dat ze zouden kunnen stelen.

Maar, zegt cameraman Sam, soms moet je die regels overtreden: ‘Laatst stond ik in zee te filmen, zag ik opeens een inktvis wegschieten. Toen heb ik kandidaat Y even gewenkt, zo van: hier zit wat. Heeft-ie die inktvis gevangen. Dankbaar dat-ie was! Zo houd je de kandi’s te vriend. Ik bedoel, vraag ik Y morgen of-ie nog even een keer wil komen aanlopen voor de camera, denkt-ie: doe ik, want die Sam is een goede gast.’

Er zijn meer uitzonderingen, ook qua dingen geven. Géén nieuwe bijl, wel nieuwe schoenen. Géén haarspeldjes, wel een NuvaRing. Maar als een deelnemer de crewleden iets aanbiedt (‘Kokkeltje proeven’?) zeggen ze ‘nee’. En als hij dingen vraagt (‘Wanneer is de volgende eilandraad?’, of: ‘Is er nog een proef vandaag?’) zeggen ze: ‘Weet niet’, ook al staat het antwoord in het callsheet.

Na de boottrip, op het kandidateneiland Rapang:

Arno filmt een rode zonsopgang (‘Even een beautyshot maken’), Ruben bladert door de briefing.

Ruben: ‘Vanmiddag eilandraadje, hè?’

Arno: ‘Wie gaat eruit?’

Ruben: ‘Y misschien.’

Arno: ‘Zou dom zijn, Y is fysiek sterk.’

Ruben: ‘Maar wel oud.’

Arno: ‘Wel oud, ja.’

Ruben: ‘En Y ligt niet goed in groep.’

Arno: ‘X dan?

Ruben: ‘Ook een optie. Is er vanavond nou echt een pizza party?’

Arno: ‘Kijk, sporen van een reuzenschildpad.’

Ruben reikt naar een pakje appelsap en sluit de koelbox af. Nog voor de lunch filmt Ruben & Arno drie disks vol. De disks gaan naar bungalow 312 op Besar, want daar wonen de line producers.

De line producers heten Koert en Vinnie.

Koert en Vinnie zitten op blote voeten in blauwe bureaustoelen achter eigen computers. Ze kennen elkaar nu tien jaar. Ze begonnen allebei bij Omroep Limburg in de montagekamer. ‘Daar komt heel veel talent vandaan.’ Daarna werkten ze voor De 100, Wie is de mol? en diverse documentaires. Vaak alleen, soms samen: ‘Er zijn in Nederland maar een stuk of vijftien mensen die dit goed kunnen, dus je komt elkaar altijd weer tegen.’

‘Dit’, is het maken van verhalen: lijntjes uitkiezen, kandidaten uitlichten, scènes selecteren en vooral veel anticiperen. Vinnie: ‘Zien we een conflict ontwikkelen, waarschuwen we de verslaggever dat-ie de kandidaten daar morgen naar moet vragen. Is een scène dan nog niet compleet, laten we de camerajongens extra beelden draaien.’ Koert: ‘We grijpen zo min mogelijk in, maar soms moet je een duwtje geven. Zijn kandidaten dagen apathisch, laten we ze bijvoorbeeld een visnet winnen.’

Maar daarvoor moeten Koert en Vinnie eerst de beelden bekijken. Álle beelden, soms zestien uur achter elkaar. ‘’t Is een verslaving, ja.’

Koert en Vinnie verlaten bungalow 312 alleen om te roken. En oké, ook voor het middageten. Kip, soms vlees of vis, altijd rijst, nooit brood of pizza, en vandaag: foe yong hai, ku lo yuk, watermeloen en komkommersalade. Gespreksonderwerp is altijd hetzelfde: de kandidaten.

Vinnie: ‘Onze helden.’

Koert: ‘Zíj zijn degenen die het programma maken.’

Vinnie: ‘Geen anonieme poppetjes op het scherm, we hebben respect voor ze.’ Koert: ‘Dat is waar het veel realityredacties aan ontbreekt: respect voor de kandidaten.’

Vinnie: ‘We vergroten eigenschappen uit, maar laten ze zien zoals ze zijn.’

Koert: ‘Je hebt altijd favorieten, meestal mensen op wie je zelf het meest lijkt.’

Vinnie: ‘Frans vorig jaar, zo lekker koppig en chagrijnig.’

Koert: ‘Ik hield van Maxime, die deed z’n eigen ding.’

Vinnie: ‘Soms kom je er eentje tegen op een finalefeestje.’

Koert: ‘Heb je de neiging amicaal te doen, je kent ’m zo goed.

Vinnie: ‘Maar die kandidaat denkt dan: wie ben jij?’

Koert: ‘Realiseert zich opeens dat -ie 24 uur per dag is bekeken.’

Vinnie: ‘Eigenlijk heel intiem.’

Koert: ‘Het schrikt af.’

Vinnie: ‘Daarom houden we nu wat meer afstand, gaan we niet meer met ze praten.’

Koert: ‘Dat is beter voor de kandidaten.’

Vinnie: ‘En voor onszelf.’

Vinnie en Koert typen elke dag een verslag. Dat verslag gaat naar de eindredacteur, die uiteindelijk alle grote beslissingen neemt. Maar ook naar de cameraduo’s, de productieleider en de presentator.

Die presentator heet Ernst-Paul.

Ernst-Paul zit op zijn veranda en denkt na. Over de komende eilandraad en wat hij de deelnemers daar zal vragen. Waarschijnlijk of ze al zichzelf zijn, dat gebeurt meestal pas na een paar dagen. Sommige crewleden noemen Ernst-Paul The Godfather, want hij is niet alleen presentator, maar houdt zich ook bezig met de ontwikkeling, de planning, de montage en de casting van de kandidaten. Dit is waar hij naar zoekt: ‘Paradijsvogels: wow-types met een eigen kijk op het leven. Een paar middenmoters voor de balans. Ten minste twee jongeren die bij het zenderprofiel passen. Eén obvious winner: een militair of een bouwvakker. En altijd iemand met een kleurtje.’

Dit is waar hij niet naar zoekt: ‘Rouwverwerkers: mensen die net een man of een kind verloren hebben. Er komen altijd wel een paar naar de audities; ze weten niet hoe ze verder moeten en willen op de Robinsoneilanden een nieuw leven beginnen. Mensen met jeugdtrauma’s willen we ook niet. Die hebben in het dagelijks leven een overlevingsmechanisme ontwikkeld, maar tijdens de expeditie krijgen ze nachtmerries.’

Dit is dan vaak het dilemma: ‘Bij de interessantste, paradijsvogelachtige kandidaten twijfelen we het langst. Zie ik ze al helemaal op het eiland staan – fantastische televisie maken – zeggen anderen: ‘Hmmm, ik weet niet, misschien is-ie toch een beetje labielig.’’

Dit is hoe dat wordt opgelost: ‘Psychologen zijn de afgelopen jaren een steeds grotere rol gaan spelen bij de casting. Van iedere kandidaat maken ze een psychologisch profiel, met twijfelgevallen voeren ze extra gesprekken. Zeggen ze: ‘Hier zit een jeugdtrauma.’ Helaas, dan doen we het dus niet.’ Tuurlijk, soms valt een gekozen kandidaat alsnog tegen. Doet-ie te weinig, of wil-ie het vroegtijdig opgeven. Soms gaat Ernst-Paul dan met ’m praten. ‘Ik weet hoe het is’, zegt hij dan, want hij spreekt uit ervaring. ‘Ik was net 13, woonde nog in Kenia en deed mee aan een trektocht. Slecht georganiseerd allemaal. Ik viel flauw, en het eindigde ermee dat ik in m’n eentje onder een boom lag en dacht: dit was het dan, dit is het einde. Zo heb ik daar een hele tijd gelegen. Midden in de woestijn, helemaal in m’n eentje. De meest vormende ervaring uit mijn leven. Ik heb honger meegemaakt. Ik weet wat het is, wat het doet. Dat vergeet je niet, dat vergeet je nooit.’ Ernst-Paul heeft een laptop, een Playstation 3 en een koelbox koude koffie op z’n bungalowkamer. Via zijn eigen laptop volgt hij de Amerikaanse verkiezingen, hij staat op de mailinglist van BarackObama.com. Op de Playstation speelt hij racespelletjes, met een plastic stuur en imitatiepedalen. Vanmiddag heeft hij een van de timmermannen met één punt verslagen.

Die timmerman heet Joakim.

Joakim is Zweeds en skileraar, maar een paar maanden per jaar bouwt hij sets voor realityprogramma’s. Een tijdje terug was hij in India, voor de serie Club Goa. Een groep Zweedse realitysterren (ex-kandidaten uit andere shows) moest samen een hotel opzetten. Joakim decoreerde de kamers: ‘Het was crazy, met een heleboel goede party’s.’ Ook op Besar zijn de feestjes oké: ‘Zit ik aan de bar, loopt er opeens een cameraploeg langs. ‘Oh oh, het is alweer ochtend’, denk ik dan. Ruil ik m’n bier snel voor jus d’orange.’ Joakim coördineert een team van dertig man: Zweden, Denen en Maleisiërs uit de omgeving. ‘Sommigen doen dit al tien jaar.’ Het meeste werk was de hindernisbaan. Tien timmermannen bouwden er vijf weken aan. Ook de bouw van de eilandraad duurde lang: 43 dagen met acht man. Resultaat: een granieten tempel met mos, varens en zitblokken. Het graniet is van hout, het mos komt uit het bos maar is groen geverfd want dat oogt natuurlijker. Eigenlijk is de set nog niet af. Joakim had graag nog bloemen en meer stenen willen plaatsen, maar daarvoor was geen tijd meer vóór de opnamen. Nu filmen ze de eilandraad om de drie dagen. ’s Ochtends de Noren, ’s middags de Nederlanders, ‘s avonds de Denen, steeds met dezelfde zeven camera’s.

Vandaag worden de Nederlandse kandidaten van Rapang om half vier naar de set van de eilandraad op Besar gevaren. Ze lopen langs de tempel via een bamboepad dat ze straks, voor de camera’s, weer zullen afdalen. Er branden fakkels langs het pad. Het is vanmiddag 35 graden in de schaduw. De kandidaten stoppen briefjes in een pot van steen. Ernst-Paul pakt de pot, pakt de briefjes en zegt: ‘Een stem voor X. En nog een stem voor jou, X. Een stem voor Y. En één voor X. Nog een stem voor Y. En de laatste stem, X, ook voor jou. X heeft de meeste stemmen en moet het eiland nu verlaten.’ In het callsheet staat: ‘15.30 – 17.00 opnamen eilandraad.’ En: ‘17.15 realitycrew en kandidaten terug naar Rapang, afvaller naar Besar.’ Die afvaller heet X, want RTL wil niet dat er vóór uitzending over de kandidaten wordt bericht. Tijdens de opnamen zegt Ernst-Paul dat X het eiland moet verlaten, maar dat gaat niet vanavond. Sinds het bootongeluk – twee Deense cameraploegen botsten op elkaar, de bestuurder raakte gewond en alle apparatuur zonk – wordt er ’s avonds niet meer gevaren, dus kandidaat X blijft een nacht op het productie-eiland Besar. Niet alleen, maar met een kandidatenbegeleider.

Die kandidatenbegeleider heet Marleen. Marleen geeft X een blikje Coca-Cola en een glas met ijs, dus X zegt: ‘Dat is geen straf.’ Drie jaar geleden deed Marleen mee aan Expeditie Robinson. Ze begon in team Tengah, doorstond elke eilandraad, werd tweede op de evenwichtsbalk, haalde de finale en eindige als derde doordat ze 17,5 procent van de stemmen behaalde. ‘Zeven fantastische weken, een superplezante ervaring.’ Marleen was destijds sportcoach, adviseerde atleten over hoe ze moesten trainen, plannen, eten. Toen Ernst-Paul haar vroeg of ze voortaan ook kandidaten wilde bijstaan, zei ze meteen: ‘Super, ja!’

Nu zit Marleen in de castingcommissie en begeleidt ze deelnemers voor, tijdens, en na de opnamen. Bij de casting let ze vooral op motivatie. ‘Ze moeten een verhaal hebben, en ze moeten kunnen praten. Dat voel ik al na een kwartier: intuïtie.’ Tijdens het spel spoort ze soms kandidaten aan. Zegt iemand: ‘Oh, oh, oh, ik heb zo’n honger’, antwoordt ze niet: ‘Och arme’, maar: ‘Dat hoort erbij, niet opgeven, doorgaan.’ En wanneer iemand is weggestemd, praat ze nog lang na. Dan geeft ze tips over weer beginnen met eten (‘In kleine stapjes, geen vette dingen, je niet overeten’), adviezen voor thuis (‘Vertel familie en vrienden voor de uitzendingen hoe je je op het eiland hebt gedragen’) en áltijd ‘Geef er een positieve draai aan.’

‘Veel mensen kennen zichzelf niet goed en ontdekken op het eiland pas hun vervelende eigenschappen. Dat ze geen doorzettingsvermogen hebben, niet sociaal zijn of fysiek zwak zijn. Ik wil dat ze zich realiseren dat ze iets van dat inzicht kunnen leren, zodat ze met een positieve gedachte het vliegtuig instappen.’ Sporters coacht Marleen niet meer, alleen nog televisiekandidaten, van diverse Belgische realityshows, op freelancebasis. Soms nodigen ze haar uit voor een reünie. Dan gaat ze niet. ‘Veel kandidaten willen ook na de opnamen contact met me houden, maar ik heb geen tijd om ze nog te zien. Ook geen behoefte trouwens. Ik bedoel: ze hechten zich aan me, maar moeten het niet met vriendschap verwarren.’ Vandaag is Marleen jarig. Ze wordt 47. De producenten geven een feestje. Een kok uit Mersing komt speciaal pizza’s maken.

Marleen, Ernst-Paul, Joakim, Sam & Cees, Ruben & Arno, Koert en Vinnie zitten om de bar en eten champignons, peperoni en gehakt, en drinken margarita’s. Kandidaat X niet. Die zit alleen op de veranda van zijn of haar bungalow en mag de bar niet zien, want dat ‘verpest de magie’.

Sam zegt: ‘Ik ben blij dat X eruit ligt. Ik bedoel, had ik X voor m’n camera gehad, zag ik dat altijd achteraf pas, zo van: hé, was die er ook bij?’

Cees zegt: ‘Liever X dan Y. Y maakt tv. X niet.’

Sam zegt: ‘Precies.’

Er vliegen twee vleermuizen over.

De volgende ochtend zeiden sommige Nederlanders en één jongen uit Zweden dat ze een kater hadden. Erg was dat niet, want ze hadden nog zeker zes weken een lang en gelukkig leven.

Tien seizoenen Expeditie Robinson

Het realityprogramma Expeditie Robinson, vanaf morgenavond wekelijks te zien op RTL 5, is van oorsprong Zweeds, maar wordt inmiddels door dertig landen opgenomen. Internationale productiebedrijven zijn vrij het format aan te passen, maar de basis blijft hetzelfde: zestien kandidaten (verdeeld over twee teams) strijden om de titel ‘Robinson’: degene die het 47 dagen lang op een ‘onbewoond’ eiland uithoudt. De potentiële Robinsons moeten zelf voor eten zorgen en bouwen hun eigen kamp. In elke aflevering wordt één kandidaat door z’n teamgenoten weggestemd tijdens de zogeheten eilandraad. Ook spelen de deelnemers iedere week twee ‘proeven’; hindernisparkoersen of puzzels waarmee ze voedsel, luxeproducten, extra stemmen of immuniteit kunnen winnen. Projectmanager Ernst-Paul Hasselbach (tevens co-presentator naast de Belgische Evi Hanssen): ‘De afgelopen jaren is de nadruk in het programma van survival naar soap verschoven; er is meer aandacht gekomen voor de sociale interactie. Toch is er aan de andere kant ook meer spektakel: helikopters, bombast, extreme kandidaten. Dit jaar willen we terug naar de basis. Kleine, persoonlijke verhalen, maar ook aandacht voor de basale survivaldingen. Hoe reageert je lichaam onder extreme omstandigheden? Wat doet honger met je? Hoe reageer je op isolatie? Ook de strijd tegen de verveling willen we laten zien. Sommige mensen gaan schelpjes verzamelen om kettingen van te maken, anderen liggen de hele dag apathisch onder een boom. Dat vonden we nooit zo interessant, maar eigenlijk is het dat wél.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden