Eigenlijk was Charlotte Besijn nog lang niet uitgedanst

Voor haar gevoel was het nog maar net begonnen. Wat een wonderlijke gedachte is, voor een balletdanseres van 33. Maar de carrière van Charlotte Besijn (1962) kent dan ook een wonderlijk verloop....

Het begon voortvarend, dat kan niemand ontkennen. Als zesjarige tussen andere meisjes aan de bar, op de Rotterdamse dansschool aan het Haringvliet. Een leerlingetje met uitstraling, wilskracht, muzikaliteit, en een groot gevoel voor improvisatie. Een talentje kortom een kind dat alles mee had, en dat stapelverliefd was op dans en alles wat daarmee samenhing. Mensen ontroeren, als ze d t later eens kon. Mensen laten huilen, zoals ze zelf huilde als ze naar modern ballet keek.

Haar moeder was de eerste die de onheilstijding bracht. Ze zag haar twaalfjarige dochter staan, in een zwart zwempakje, keek nog eens goed en zei: 'Lotje, kind, je staat helemaal scheef.'

Scoliose, een lichte S-bocht in de wervelkolom. En dat aan het begin van de groeispurt van de puberteit. Ze werd in een Milwaulkee-brace gehesen, een ingenieus kor set van tuigleer en metaal. Moeder naaide wijde rokken, zocht mee naar kleren om de prothese zo veel mogelijk te camoufleren. Maar tegen de chromen hijskraan die ver boven haar kraag uitstak, met steunkouskleurige flapjes eraan, viel niet op te naaien. Het balletten werd teruggebracht tot een uurtje per week de brace lag dan in een vuilniszak in de kleedkamer.

Kracht, houding, souplesse wat is er beter voor een zwakke rug dan dat? Dat dacht de chirurg. Dat dacht zij ook. En zo zwijnde ze op haar achttiende door de medische keuring van de Rotterdamse dansacademie. Want haar droom was in al die jaren dezelfde gebleven. En er lag geen noodplan. Maar eenmaal bevrijd van het korset, dat ze met een vriendje van een brug in de Maas gooide, waren er wél een paar dingen in te halen. Haar puberteit bijvoorbeeld.

'Zou show en musical niks voor je zijn?', zeiden ze op de opleiding, waar ze haar steeds minder zagen. 'Je heb er de uitstraling voor, de lange benen, je bent lenig' Een vloek in de kerk: show en ballet. Dus begon ze aan een inhaalslag op allerlei amateurballetscholen en meldde zich op haar twintigste aan op de docentenopleiding, de Hogeschool voor de kunsten, in Arnhem.

Ook daar zwijnde ze door de medische keuring, en 's avonds in het theater laafde ze zich aan voorstelling van Intro Dans, waar haar idool Mirjam Diedrich de sterren van de hemel danste. Intro Dans, het was een Arnhems gezelschap met een bijzonder, modern repertoire en choreografen van naam: Ed Wubbe, Nils Christe, Christopher Bru ce Bovendien stonden er 'echte wijven op het toneel,' zoals ze zegt, 'niet van die magere ballettrutjes'.

Toen het gerucht ging dat Intro leerlingen zocht voor stageplaatsen, stond ze vooraan. En ze werd uitgekozen. Het was het begin van een periode die negen jaar zou duren, en waarin het gezelschap de middelgrote theaters zou ontgroeien. Hoewel het een hechte groep beroepsgekken bleef, die op weg naar een voorstelling in het gangpad van de bus nog de laatste pasjes doornam.

'Een moeilijk lichaam, maar je leert compenseren.' Dat was het adagium waarmee ze zich al die jaren, 'geweldige jaren', staande hield. 'Ik kon goed tegen pijn, alle dansers kunnen dat.' Maar het werd wel erger. Uit stralings pijnen. 'Je bent overbelast', stelde een orthopedisch-chirurg vast. 'Kun je het niet wat rustiger aandoen?' 'Nee meneer', dacht ze, 'niet in ons bedrijf.'

Bovendien was er eind 1995 het heerlijkste gebeurd wat ze zich kon indenken. Tra di tie bij Intro Dans was de jaarlijkse kerst premire van de Messiah, een groot ballet van Ed Wubbe. Op een lijst op het prikbord kon je zien voor welke rol je was inge roosterd. In haar geval een hoofdrol, en wel een heel eervolle, naast Mirjam Diedrich.

Maar in de reprise van het stuk Pub, dat ze nog aan het dansen was, voelde ze op een avond de onderkant van haar linkervoet niet meer. Uitval, dat betekende dat er een zenuw beklemd zat, of erger. Op een mri-scan werd die laatste zorg bewaarheid: kanaalstenose. Botwaanwas in het wervelkanaal waar de zenuwen doorheen lopen. Eigenlijk een aandoening voor oudere mensen. En ze hoorde de chirurg wel, maar ze begreep hem niet of ze wílde hem niet begrijpen. Acuut stoppen met dansen.

Maar de Messiah dan? Haar droomrol? Ze kwam met de chirurg overeen dat ze twee voorstellingen mocht spelen. Haar allerlaatste. Hij zou voor stevige pijnstillers zorgen.

Die heeft ze niet gebruikt. Ze keek wel uit. Ze wilde het voor honderd procent meemaken. En dat is ook gelukt. 'Elke stap herinner ik me, als in een film. Alles klopte. Dat soort voorstellingen heb je sowieso niet vaak misschien een, twee keer per jaar. Daar doe je het voor. Ik voelde me zo gelukkig, voor de eerste keer helemaal ”los” van alles. Alsof ik de lucht kon bewegen. En tegelijkertijd was het zo wrang. Ik had de absolute vrijheid ontdekt waar ik zolang naar had gezocht. En dat in m'n allerlaatste voorstelling.'

De zaal zat vol vrienden en bekenden; haar eerste balletleraar was er, en de chirurg die door zijn vingers heenkeek. Want op de bühne ging het er niet bepaald zachtzinnig aan toe. En wat Besijn niet wist: in het programmaboekje stond vermeld dat dit haar laatste optreden was. Toen ze applaus kwam halen, barste het publiek los in een donderende ovatie.

Wakker worden in een huis vol bloemen, kaarten en cadeautjes. En daarna de depressie. 'Het zwartste halfjaar denkbaar', noemt ze het, om tot een stap te komen die eigenlijk heel erg voor de hand lag. Want de rug wilde misschien niet meer, maar haar uitstraling was er nog wel. Op de Amsterdamse toneelopleiding De Trap bekwaamde ze zich in een andere kunst; een andere vorm van expressie. Weer wat aan de late kant, weer als oudste van de groep, maar Charlotte Besijn loopt nu eenmaal altijd een paar stapjes achter. En wie maalt erom? Zij in ieder geval niet niet meer, nu ze al een jaar of vijf, vijf dagen per week, de rol van Barbara speelt in Goede tijden, slechte tijden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.