Eigenlijk heten alle huizen Krek wat ik wou

Door hun huis een naam te geven, eigenen de bewoners zich hun bezit nóg iets meer toe. ‘Een kwestie van identiteit.’..

Vroeger kwam ik met de bus elke week langs een huis in Leersum dat Ge.To.Ke.Fra heette. De naam intrigeerde me elke keer. Woonden daar Gerard, Toos, Kees en Frans? Of Gerrit, Tonnie, Kevin en Francien? Op een dag heette het opeens Ge.To.Ke.Fra.Ni. Was er een Nico geboren? Of een Nicolien?

In het verleden hadden de namen van huizen een duidelijke functie. Huisnummers bestonden nog niet, de meeste straten hadden geen naam. Dan is het handig om je huis een naam te geven, zeker als je een middenstander bent die klandizie wil trekken. Daarom noemde een drogist zijn huis De Vergulde Gaper en bracht hij voor alle duidelijkheid een gevelbeeld aan. Tegenwoordig zijn namen niet meer nodig ter oriëntatie. Je kunt gewoon het adres intikken in de TomTom. Dat is een stuk handiger dan bij Carpe diem rechtsaf.

Toch blijft de behoefte bestaan om een huis een naam te geven. ‘Maar tegenwoordig is het vooral een kwestie van identiteit’, zegt directeur Ineke Strouken van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur. De eigenaar wil het bijzondere karakter van het huis benadrukken. Het is een huis met een verhaal. Soms zit het verhaal in de geschiedenis van het huis zelf, soms in de biografie van de eigenaar, die zijn best heeft gedaan om hier te mogen wonen: de klassiekers Nooitgedacht en Krek wat ik wou, ook wel gespeld als krekwakwou.

Het is niet bekend of het benoemen van huizen toeneemt of afneemt. ‘Ik heb ooit wel een mini-onderzoekje gedaan. In gewone nieuwbouwwijken worden huizen niet zo vaak benoemd’, zegt Strouken. ‘Maar in wijken waar bewoners zelf een huis kunnen bouwen, meestal een vrijstaand huis, gebeurt dat wel veel.’

Er is nooit systematisch onderzoek gedaan trends in huizennamen. Uit de inzendingen die de Volkskrant na een oproep binnen kreeg zijn wel enkele lijnen te destilleren. Sommige mensen noemen hun huis naar een geliefd buitenland. Twee gerepatrieerde ontwikkelingswerker die elkaar in Botswana hadden ontmoet, noemden hun huis Dibi Rako, ‘ik ga naar huis’ in het Nharo. Finlandliefhebbers noemden hun huis Tunturi, naar de bergruggen van Lapland, verstokte Engelandgangers kozen voor Hyndrangea House ofwel Huize Hortensia. Andere namen verwijzen naar de eigen streek: In ‘t Sunneke, De bosk, De tid sal it lieren.Of O nap, een huis in Almere Hout dat precies op Nieuw Amsterdams Peil ligt.

Sommige namen zijn geënt op literatuur: Ik ben van den buiten ik ben van den boer, naar 19de-eeuwse dichtregels van René De Clercq, De derde oever van de rivier naar een magisch-realistische roman uit Brazilië. Ook mooi: Caesaria Clementis.

Bij alle variëteit zijn er echter twee categorieën namen die er uit springen. De een verwijst naar de geschiedenis van het huis, de ander naar de naam van de bewoners. In de eerste categorie noemen mensen hun huis Jister, omdat het gebouwd is op een plek waar ooit een omheinde melkplaats was, een jister in het Fries. Een oud vissershuisje in de IJsseldelta heet De Rustende steur, het voormalige postkantoor van Rolde Poste restante.

Dat zijn simpele verwijzingen naar de vroegere functie van het huis. Maar sommige mensen hebben nader historisch onderzoek gedaan. Een oude visserswoning in het Friese Moddergat werd in de 19de eeuw bewoond door Tiete Post en Trijntje Foppen. Bij de geboorte van hun jongste kind overleed Trijntje. Zes jaar later kocht Tiete een schip dat hij De Vrouw Trijntje noemde. Ook het schip was geen gelukkig lot beschoren: na twee jaar verging het in zware storm. Tiete, zijn twee zoons en schoonzoon, kwamen om in de golven. Om de herinnering aan dit drama te bewaren schilderden de huidige bewoners De Vrouw Trijntje boven de voordeur.

De eigenaren van een huis in Wolfheze zagen een foto van hun huis in het Airborne Museum. Tijdens de slag om Arnhem bleek het als veldhospitaal te hebben gediend. Om de slag te memoreren noemden zij hun huis Het Oude Veldhospitaal.

Het talrijkst zijn echter de mensen die het huis naar zichzelf noemen. Iemand die Roos heet, doopt het huis om tot De Rozengaard. James Huddleston Salter noemt zijn huis Huddelstein. Ook populair zijn samenvoegingen van de namen van de heer en vrouw des huizes. Ten Cate en De Roode worden De Rode Cater, Valkenet en Van Laar ‘t Valkelaar. Of op zijn Frans: Groen en Van den Helder worden Vert de la Clair.

‘Het huis is belangrijk voor je identiteit’, zegt directeur Strouken van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur. ‘Dat geldt in toenemende mate ook voor de buitenkant. Met de voortuin kun je laten zien wie je bent. Een naam past bij deze trend’, zegt Strouken. ‘Bovendien: in de veelheid van huizen willen mensen toch laten zien dat ze uniek zijn. Ze zoeken een naam die niemand anders heeft, en die vaak iets over de eigenaren zegt.’

Natuurlijk geven mensen vooral een naam aan huizen waar ze trots op zijn. Slechts weinigen spijkeren een naamboordje op de deur van een galerijflat. Een van de inzenders noemde zijn huis Parbleu, naar de markies de Cantecleir uit de Bommelstrip. Ook andere inzenders geven blijk van een soort verwondering. Dat wij in zo’n mooi huis mogen wonen! Door het een naam te geven eigenen ze zich het huis nog een klein beetje meer toe, als aristocraten uit een ver verleden. Het droomhuis wordt nog iets meer een stukje van henzelf. In die zin zijn alle huizennnamen een variant van Krekwakwou.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden