Eigenlijk had Debby Teunis de wereld over willen gaan als reisleidster

Ja, als ze er zo aan terugdenkt, was d t haar grootste wens. Reisleider. Zo'n moeder eend, met een trits kleintjes erachteraan....

tekst Stijn Aerden ; fotografie Eddo Hartmann

Eigenlijk herinnert ze zich niet eens meer hoe het was, het leven voor haar twaalfde. Om te kunnen gaan en staan waar je wilt, zonder krukken, zonder rolstoel, zonder die vermoeidheid en vooral: zonder die pijn. De Debby in het fotoalbum die op straat badmintont of op een kermis in de botsautootjes zit en naar haar moeder zwaait, is een ander meisje.

Het is een wonderlijke aandoening: pd, posttraumatische dystrofie. Letterlijk betekent het 'verstoring van het weefsel na letsel'. Een soort spookaandoening. Het begint met een schrammetje en kan eindigen in een rolstoel; een wespensteek kan uitmonden in een beenamputatie.

In haar geval begon het met een ongelukje tijdens de gymnastiekles in de eerste klas van de mavo in Vriezenveen. Een klasgenootje wilde de touwen van haar eigen ringen losmaken om ze wat lager te stellen, maar had de verkeerde te pakken: die waar Debby Teunis net een enorme zwieperd aan maakte. Teunis viel, kwam terecht op haar onderrug. De aanstichtster stond er een beetje onhandig giechelend bij. En de les ging weer verder.

De pijn in haar rug, die later uitstraalde naar haar rechterbeen, was van een zeurderig soort. 'Dat heb je op jouw leeftijd', glimlachte de vrouwelijke huisarts. 'Groeihormonen. En kraakbeen dat over elkaar schuurt. Dat kan gemeen pijn doen. Hoe is het verder?'

Het tweede incident vond een jaar later plaats, op een schoolkamp. Ze sneed haar knie aan het deksel van een groot margarineblik. De knie werd in de weken erop dik, blauw en koud. Op een scan was niks te zien. De huisarts raakte al lichtjes geïrriteerd. En die irritatie zou alleen maar toenemen. 'Doe er buiten wat sneeuw op', zou ze een volgende keer zeggen, toen Teunis zich weer op het spreekuur meldde. Ditmaal met kramp in haar pols. En tegen de moeder van Debby: 'Wel een beetje een aandachttrekkertje, die dochter van u.' Een gedachte die overigens door veel klasgenootjes werd gedeeld. Debby liep inmiddels met een kruk. Ja, doei. Som mi ge mensen doen er ook alles voor om op te vallen.

Pas in 4-mavo werd door een orthopeed de diagnose gesteld: posttraumatische dystrofie. 'Posttraumatische wat?', vroeg Debby. Een ontstekingsreactie, gepaard gaand met hevige zenuwpijnen; verder was er weinig over bekend. Maar als ze binnen een jaar na de eerste symptomen met de goede behandeling waren begonnen, was het misschien wel (voor een deel) te genezen geweest.

De jaren op de meao en later op de heao, waren een zegen vergeleken bij de periode op de mavo. Ook al zat ze het grootste deel van de tijd in een rolstoel, nu hadden de pijnen tenminste een naam. En ook al mocht ze naast haar medicijnen niet roken of drinken, nu was ze tenminste 'gelegitimeerd' een buitenbeentje. En dat ze als puber nog nooit een discotheek van binnen had gezien. 'Ach', de schouders van Debby Teunis gaan omhoog 'daar was ik toch niet zo van.'

Die pijnen. 'Mensen kunnen zich er lastig iets bij voorstellen, en dat snap ik ook wel. ”Ver gelijk het met een wortelkanaalbehandeling of een kaakontsteking”, zeg ik dan, ”dat is ook zenuwpijn. En daar dan nog wat schepjes bovenop.”' Haar medicijnen zitten net onder het niveau van morfine. 'Ze halen het scherpe randje ervan af', zegt ze, 'zodat het net te doen is.'

Van de ledematen is alleen de linkerarm van Teunis nog pd-vrij en nu begint het een beetje op het sprookje van Doornroosje te lijken. In het hele kasteel mag zich geen voorwerp bevinden waaraan ze zich kan prikken. De aangepaste woning is vrij van scherpe hoeken, op straat heeft ze de bescherming van haar rolstoel, zodat ze zich niet kan stoten, en als het maar even kan vermijdt ze drukte. 'Hoewel ook weer niet te spastisch', zegt ze, 'anders gaat het júist mis.'

Voor haar is de graad van pd, zoals ze die nu heeft, net behapbaar. 'Zolang ik mijn onafhankelijkheid nog heb, is het goed. Maar als het straks ook in mijn linkerpols begint' Ze denkt even na. 'Dan ga ik gillen.' Ge volgd door haar favoriete eufemisme: 'Nee, dan wordt het niet wat.'

Met pd kun je geen plannen maken. Art sen doen niet aan prognoses, en zelf kijkt ze ook niet in de toekomst. Hoewel, soms, stiekem. Een goeie baan als marketingmanager. Een man die met de verschijnselen uit de voeten kan die erin berust dat aanraken pijn doet. En misschien zelfs een kind. Tenminste, als bewezen is dat pd niet erfelijk is. 'Want zoiets gun je niemand.' Maar de grootste droom is bescheidener. 'Dat er straks een pijnstiller op de markt komt die ook echt helpt.'

De huisarts van de groeihormonen, het schurend kraakbeen en de 'sneeuwtherapie' is ze enkele jaren geleden nog tegen het lijf gelopen. 'Hoe is het met jou?', vroeg de arts. 'Goed', zei Debby. 'Ik heb posttraumatische dystrofie in mijn rechterpols en in mijn twee benen. Daar wilde ik u nog voor bedanken.'

Als ze in Amerika had gewoond had ze de arts kunnen suen tot de laatste cent kunnen kaalplukken.

Maar ze woont niet in Ame rika. Boven dien heet ze Debby Teunis. En die is uit een ander hout gesneden.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden