Eigenheimers nog steeds massaal de grens over

Reizen, eten en drinken beïnvloeden elkaar. Toen bijvoorbeeld Nederlanders in de jaren zestig massaal de Spaanse kust ontdekten, kwam de paella mee terug....

Theo Nijenhuis

Rare eters, die Nederlanders. In bijna elk filiaal van Albert Heijn kunnen ze een culinaire wereldreis maken. Yorkham ligt naast mediterraan gehakt. Dozen Tex-Mex Salsa vernauwen de doorgang bij de Malzkornbrötchen. Noord-Afrikaanse couscous en Spaanse paella staan in de schappen en in de koeling ligt zalm in pestomarinade.

Maar gaan Nederlanders naar het buitenland, dan wordt er heel wat eten weggestouwd in auto en caravan, heel gewoon Nederlands eten. Het NIPO heeft vorig najaar vijfduizend vakantiegangers gevraagd wat ze meenemen. Om te beginnen zijn dat typisch Nederlandse producten als hagelslag, drop en potten pindakaas. Maar ook koffie. Tienduizenden pakken verhuizen in de vakantie mee. En kaas.

'We kunnen niet buiten onze eigen kaas', zegt Ad Schalekamp, directeur Onderzoek bij het NIPO. 1 op de 5 huishoudens slaat het in. Net als chocola en frisdrank.

En nog steeds steken Hollandse aardappels massaal de grens over. 1 op de 14 huishoudens neemt ze mee, onder aanvoering van de België- en Zwitserland-gangers: 1 op de 5 neemt zijn eigen afkokers mee.

Het is traditie. Vijftig jaar geleden was het gemiddelde gezin net niet straatarm, maar het kon zich heel weinig permitteren. Nederland werkte aan zijn wederopbouw. De lonen waren laag. Als Nederlanders al een auto hadden, ging er zo veel eten mee dat de vering bijna bezweek.

Het was niet alleen een kwestie van zuinigheid. De vijf jaren van de Duitse bezetting, met de hongerwinter als bitter sluitstuk, deden Nederland terugkeren tot eenvoudig eten. Dat was goed genoeg. Een opbloeiende culinaire cultuur was weggevaagd.

'Door de oorlog zijn we weer een hoop vergeten', zegt Janny de Moor (62). Zij is trendwatcher. Ze schrijft sinds 1980 kookboeken - het zijn er intussen twaalf - geeft lezingen over eten en drinken, volgt tendensen en adviseert bedrijven.

Toen ze in de jaren vijftig in Amsterdam studeerde, zag ze de geleidelijke 'wederopbouw' op het gebied van eten en drinken. De eerste landwijn arriveerde in Nederland. 'Goedkoop, maar wijn drinken had iets chics.' Op de Albert Cuypmarkt keerden de paprika's terug. En in een delicatessenwinkel hoorde ze de bekakte vraag: 'Hoe is de camembert vandaag?'

Tot die tijd was het aantal buitenlandse ingrediënten beperkt. 'In de jaren vijftig, maar ook nog in de jaren zestig kenden we bijvoorbeeld de macaronischotel', zegt De Moor. Ze loopt naar een van de boekenkasten in haar werkkamer. 'In Het Haagse Kookboek staat het recept. Macaroni werd klaargemaakt met melk en rozijnen, of met suiker. Dan had je ook nog vermicelli met rozijnen en custardpoeder. Vies hè?'

Het imago van de Nederlandse keuken is altijd gewoontjes geweest, hoewel het eten soms verrassend goed was. 'Maar het protestantisme', zegt De Moor, 'heeft een slechte invloed gehad op onze eetcultuur.' Calvijn vond dat de mens zich niet moest gedragen als 'een varken aan de trog'. Die opmerking gold vooral het eten. In 1556 vertrok zijn koets met krakende veren uit Frankfurt. Hij had van zijn Duitse geloofsgenoten 'een anker' wijn meegekregen: 44 liter.

Reizen, eten en drinken beïnvloeden elkaar. Met de massa's Nederlanders die in de jaren zestig de Spaanse costa's ontdekten, kwam de paella - de nationale Spaanse rijstschotel - naar Nederland.

De opkomende reislust in die jaren leidde ook tot de ontdekking van de Italiaanse keuken. In haar contacten met Albert Heijn - het supermarktconcern is altijd nieuwsgierig naar de opvatting van trendwatchers - hoorde De Moor dat in Nederland nu meer spaghetti en andere pasta wordt gegeten dan aardappelen.

Maar het is volgens haar te simpel om te zeggen dat alleen het toerisme leidt tot verruiming van de eetcultuur. Er zijn volgens De Moor veel meer spelers. 'De Noord-Afrikaanse couscous begint in trek te raken in Nederland sinds het gerecht is ontdekt door de Fransen. Zij hebben jaren gefulmineerd tegen Arabisch eten en nergens wordt nu meer couscous gegeten dan in Frankrijk.'

Een heel ander soort reizen bracht de Turkse en Griekse keuken naar Nederland. Turkse en Griekse gastarbeiders begonnen een restaurant. Het staat voor De Moor vast dat zuidelijke culturen een grote invloed hebben op de Nederlandse keuken. Uit de koelere landen in Europa is vrij weinig doorgedrongen. 'Het zijn vooral gerechten uit zuidelijke landen, omdat de Nederlander nu eenmaal graag zijn buikje wil bruinen.'

Met andere Europese vakantielanden is ze snel klaar: de Engelse sandwich, het Zweede knäckebrot, de Belgische frites en de Zwitserse kaasfondue. De kaasfondue is een van de gerechten die niet is ontdekt door toeristen. 'Het lag ineens in de winkel, ongevraagd. We hadden het zomaar.'

Want zoals de gastarbeiders de Nederlandse eetgewoonten hebben verrijkt, zijn ook de multinationals bezig nieuwe gerechten te vinden. Ze scannen voortdurend de culinaire wereld. Soms lukt het om als eerste een product 'in de markt te zetten'. Beroemd is de uitspraak van de inmiddels gepensioneerde Albert Heijn: 'Wij hebben Nederland aan de sherry gebracht.'

'Dat is waar', zegt Janny de Noor. 'Toen het op de markt kwam, wist Nederland nog helemaal niet wat sherry was.' De sherry heeft intussen terrein moeten prijsgeven aan de Franse kir. De opkomst van kir (witte wijn of champagne met een scheutje crème de cassis) is volgens De Moor wél veroorzaakt door het toerisme.

Maar marktleider Albert Heijn zit nooit stil en introduceerde in 1970 de kiwi. De multinationals zijn nu gefixeerd op de Verenigde Staten. Vandaar de Texaans-Mexicaanse Salsa bij Albert Heijn. Maar volgens De Moor zijn de Europese keuken en die in het Midden-Oosten bepalend voor de ontwikkeling.

'Zonder dat er veel gereisd wordt naar het Midden-Oosten, zal die keuken populair worden in Europa', voorspelt ze. 'Veel groente, weinig vlees. En ze hebben daar een drieduizend jaar lange traditie met kruiden.' Zelden heeft ze met meer genoegen rondgekeken dan bijvoorbeeld in Oman.

De globalisering van de eetcultuur maakt haar soms bezorgd. Ze is na enig aarzelen lid geworden van de Slow Food-beweging, een kleine, bijna religieuze tegenhanger van de hamburgercultuur. De organisatie belijdt een extreme hang naar lekker eten, publiceert 'vergeten' gerechten, onder meer op Internet (www.slowfood.com) en heeft zelfs 'een Ark' gebouwd waarin al die gerechten worden genoteerd die dreigen te verdwijnen in de vloedgolf van kant-en-klaar gerechten.

Zelf houdt Janny de Moor niet van de verheerlijking van eten, maar bezorgd is ze wel over het verdwijnen van regionale specialiteiten. Ze zal op het eerstvolgende congres het Nederlandse rauwmelkse kaasje voordragen voor the Ark of Taste, als een product dat wordt 'bedreigd', door de verscherpte en soms wat lachwekkende bereidingsvoorschriften die oprukken in Europa.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden