Eigengereide burgemeester werd nooit echte Vlielander (Gerectificeerd)

Over ruim drie weken vertrekt de burgemeester van Vlieland, Rob van der Mark. Zijn twee ambstermijnen zijn omgeven door aardig wat incidenten....

Rob van der Mark heeft het niet gemakkelijk. Terwijl hij 'best goede dingen' deed tijdens zijn twaalfjarig burgemeesterschap van Vlieland, beleefde het eiland de ene affaire na de andere. Als er niet werd gesjoemeld met volmachten, dan sloegen museummedewerkers elkaar wel de hersens in, of er werd zilverwerk achterovergedrukt. Niet de schuld van de burgemeester, wel pijnlijk voor het eiland. En dan was er nog Van der Marks vermeende drankgebruik.

Op 1 juli vertrekt hij, en in zijn laatste weken werd het politiekorps overgeplaatst, ontstond er ruzie over de sluitingstijden van de kroegen en voelde de gemeenteraad zich gepasseerd bij een contract met Rijkswaterstaat. Van der Mark mag er dan burgemeester zijn, een Vlielander is hij nooit geworden.

De geboren Vlaardinger volgde een commerciële opleiding en werkte bij onder meer Unilever. Voor Vlieland was Van der Mark acht jaar wethouder ruimtelijke ordening in Lelystad, een gemeente met zestigduizend inwoners. Via het Zuiderzeelijn-overleg, waarin hij Flevoland vertegenwoordigde, ontmoette hij toenmalig commissaris Hans Wiegel, die hem polste voor de burgemeesterspost. Van der Mark wilde graag één op één besturen en solliciteerde. Dat Vlieland maar een dorp is met zo'n 1250 inwoners kon hem naar eigen zeggen niets schelen. Dat zijn vriendin en zijn toenmalige baas, de pas overleden oud-minister Hans Gruijters, destijds burgemeester in Lelystad, hem voor gek verklaarden, deerde hem ook niet. Wel leek de opdracht hem van begin af aan erg moeilijk. In een afscheidsinterview met het Friesch Dagblad noemt hij zijn taak op Vlieland 'de moeilijkste variant van het burgemeesterschap'.

Met opzet hield hij zich buiten het verenigingsleven. Voor je het weet, zit je vast aan de klaverjasclub of het zeemanskoor. Je klaverjasmaatje komt vervolgens klagen over een bouwvergunning. Om toch goodwill te tonen, schreef hij zich in bij de schaatsvereniging – schaatsen kan hij toch niet. Afspraken had hij nooit thuis, altijd in het dorp, 'want dan kun je zelf bepalen wanneer je weggaat'. Wel bezocht hij eilandbijeenkomsten. En dronk hij een borrel in de kroeg. Zijn alleen-zijn maakte het juist gemakkelijker om in zo'n functie te overleven, denkt hij. Want met een gezin zit je alsnog zo aan de voetbalclub en de turnvereniging vast.

Van der Mark ligt gevoelig. De media noemden de burgemeester eigengereid, drammerig, arrogant en intimiderend. Het begon al verkeerd. Als Van der Mark door de Dorpsstraat liep, de enige winkelstraat van het enige dorp op het eiland, zei hij boe noch ba. Groeten was hij niet gewend in Lelystad, waar hij eerder wethouder was. Maar Vlieland is Lelystad niet. Vlieland is een eiland, en een eiland is, op zijn zachtst gezegd, anders.

Zijn brommerige houding leverde Van der Mark een oudejaarsstunt op: een levensgrote pop met de tekst 'Rob, steek je klauw eens op'. En een paar weken geleden nog stapte hij boos op een verslaggever van de Leeuwarder Courant af omdat deze in het gemeentehuis de meningen over de burgemeester polste voor een artikel. 'Dat wil ik niet hebben.' 'Typerend voor hem', reageerde de loco-gemeentesecretaris die net ondervraagd werd.

Dat norse is een houding, vermoedt Freerk Westers, een van de twee wethouders in het Vlielander college. 'Volgens mij is hij heel verlegen en wil hij dat zo camoufleren.' Westers vindt dat Van der Mark goede dingen heeft gedaan. Zo maakte hij het ambtenarenapparaat weer adequaat en bracht hij alle bestemmingsplannen op orde. Op het gebied van ruimtelijke ordening is hij een kei, vindt de wethouder. 'Het afgelopen jaar is het eiland helemaal gerioleerd. De Dorpsstraat is heringericht. En er is een structuurplan gekomen.'

Van der Mark is trots dat hij afrekende met de 'dorpsstraat-democratie': de eigen regels van de vrijbuitende

Vlielanders. Toen hij kwam, was het een zootje, zegt hij. Dus haalde hij hoogopgeleide ambtenaren van de wal en voerde hij regeltjes in waardoor invloedrijke eilanders minder te zeggen kregen. Van der Marks voorganger John van de Langenberg herkent de vrijbuiterij niet. 'Ik heb nooit goed begrepen wat er later wél goed ging en daarvoor niet.'

Van de Langenberg woonde op het eiland met vrouw en kinderen, Van der Mark was gescheiden en alleen. Zeker, beaamt de voorganger, je moet niet te zeer ingebed raken in de samenleving. 'Maar wie alleen is, vereenzaamt snel. Ik benijd Van der Mark niet.'

De vroegere burgemeester is geheelonthouder; Van der Mark haalde geregeld het nieuws met zijn vermeende drankgebruik. Eilandbewoners verklaarden hem dronken te hebben aangetroffen in de duinen. 'Als ik hem was en ik had er kritiek op gekregen, had ik het anders ingevuld', zegt de voorganger. 'Verder hechtte ik zeer aan de natuur op het eiland, terwijl er onder Van der Mark veel is gemoderniseerd en bijgebouwd. Dat is goed voor de bedrijvigheid, maar of het de bevolking ten goede komt, vraag ik me af. En hij is veel te lang gebleven. Na één periode, zeker op een eiland, treedt slijtage op. In een grotere plaats kun je je blik verruimen, maar daar niet. En tsja, ik was wat minder uitgesproken, wat voorzichtiger.'

Voorzichtigheid ligt niet in Van der Marks aard, weet Tom Stroobach. Hij was wethouder in Lelystad, samen met Van der Mark. 'Zijn problemen op Vlieland passen bij het type bestuurder dat hij is: het type dat soms anderen schoffeert en andere standpunten vergeet. Hij gaat voor resultaat en gebruikt zijn ellebogen als het moet. Dat hoeft helemaal niet slecht te zijn. Bij goed beleid worden je eigenaardigheden eerder door de vingers gezien, maar in een grote stad gaat dat gemakkelijker dan op een eiland. Maar als je ergens niet functioneert, blijf je er geen twaalf jaar zitten.'

Dat laatste scheelde maar weinig. Kort voor zijn eerste termijn erop zat, doken er verhalen op uit Van der Marks verleden. Opponenten wilden hem weg hebben –– een archiefkast op het gemeentehuis werd geplunderd om een dossier aan te leggen. Over de keer dat Van der Mark dronken in de duinen werd aangetroffen, over zijn banden met de omstreden horecatycoon Harry Westers, die in 1994 betrokken was bij verkiezingsfraude. Over het Armenhuis, dat hij voor veel geld liet opknappen. Dat klopte allemaal, vertelde Van der Mark destijds. Dat de politie hem ontzag bij alcoholcontroles, dat hij Westers bevoordeelde en geld verkwanselde, klopte niet.

Een van zijn tegenstanders was Ton Pronker. Die had als voorzitter van de Cultuur Historische Vereniging mot met de burgemeester gehad over de restauratie van het Armenhuis en zag hem het liefst de boot nemen en nooit meer terugkeren. Hij verzocht zowel commissaris Hermans als diens opvolger Nijpels de man niet opnieuw te benoemen. De rijksrecherche onderzocht Van der Marks declaraties. 'Van de destijds zeven raadsleden heb ik er zes luidkeels op straat horen roepen dat de burgemeester weg moest', schampert Pronker. 'Maar toen het erop aan kwam, stemden ze toch voor een herbenoeming.' Waarom? Misschien waren ze bang hun raadszetel te verliezen, oppert Pronker. En Nijpels had harder moeten optreden. 'Maar ja, die was toen amper een dag commissaris.'

De raad stemde toe, de rijksrecherche kon niets verdachts vinden en Van der Mark bleef. De tijd voor zijn herbenoeming omschreef hij later als 'een uiterst zware, heel vernederende periode'.

Ondanks de steun bij de herbenoeming vlamde het soms tussen gemeenteraad en burgemeester. Laatst nog, toen de raad de sluitingstijden van de kroegen in de zomer wilde verruimen en het college niet. Volgens Van der Mark wees een enquête uit dat de bewoners overlast hadden van stapjeugd. Maar volgens PvdA-fractievoorzitter Wim Gieles had het college die enquête – tegen de afspraak – uitgevoerd zonder de raad daarbij te betrekken.

Ook bij de overdracht van Rijkswaterstaat schakelde Van der Mark de raad te laat in. Typerend, vindt Gieles. 'Hij weet heel goed zijn eigen gang te gaan. Hij dendert

soms door, de wethouders lopen achter hem aan en dan blijft de raad wel eens achter. Hij is een goede bestuurder, maar moet zijn kennis wat eerder delen. Het is zijn stijl om keihard te zeggen: zo moet het. Als iets hem niet zint, kan hij zich zomaar beroepen op het reglement van orde.'

Ondanks alles peinsde Van der Mark er nooit over om ermee te kappen, zegt hij. 'Mijn drive was te sterk, ik was nog niet klaar.' No g even, dan neemt Van der Mark een enkele reis naar de vaste wal.

Zijn plannen? Naar Flevoland verhuizen, waar zijn kinderen wonen. En lid worden van de raad van toezicht van een aantal woningbouwcorporaties. 'Hoe het ook zij, ik ga in elk geval minder werken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden