Eigenbelang gaat in schaatsen voor nationaal belang

MARK VAN DRIEL

De Nederlandse schaatstop is in de greep van hoogmoed. Die instelling heeft Nederland al twee gouden medailles gekost op de ploegenachtervolging voor mannen. En het belooft bij de volgende Winterspelen (in 2014) niet beter te gaan.

De schaatsers en hun coaches zijn ervan overtuigd dat Nederland het ploegenonderdeel kan winnen. Geen land heeft meer sterke schaatsers op de middellange afstand. Het zou eenvoudig moeten zijn een onverslaanbare ploeg samen te stellen uit de vele specialisten op 1500 en 5000 meter.

Die pool met talent blijkt evenwel een groot nadeel te hebben. Veel schaatsers willen in aanmerking komen voor de ploegenachtervolging, vooral bij de Winterspelen. Iedereen beseft dat het op papier de snelste weg is naar olympisch goud, zeker als een uitzonderlijk talent als Sven Kramer deel uitmaakt van het team.

Op de ploegenachtervolging worden net zo veel gouden medailles uitgedeeld als op de vijf individuele afstanden. (Aan de olympische achtervolging kunnen in totaal vijf schaatsers meedoen, omdat de competitie meerdere ronden beslaat. Per ronde rijden er drie.)

Hoewel de gouden medaille lonkt, zijn weinig schaatsers bereid te kiezen voor de achtervolging. Sterke prestaties op individuele afstanden leveren meer prestige op. Bovendien loopt de selectie voor de Spelen meestal via de individuele afstanden. Er mogen maximaal tien Nederlandse mannen meedoen. Daaruit moet de achtervolgingsploeg worden samengesteld.

Na twee mislukte olympische campagnes besloot de schaatsbond werk te maken van de achtervolging. Het stelde in de zomer een werkgroep aan met oud-wielerploegleider Theo de Rooij, drievoudig wereldkampioen ploegenachtervolging Erben Wennemars en bewegingswetenschapper Jos de Koning.

Die opzet is binnen enkele maanden mislukt. De Rooij haakte onlangs af om meer tijd te besteden aan zijn fietsbedrijf. En de belangrijkste schaatscoaches, Gerard Kemkers, Jac Orie en Jan van Veen, lieten deze week weten dat ze niet langer willen samenwerken met overgebleven duo. Hun schaatsers blijven wel beschikbaar voor de achtervolging.

De geschiedenis wijst uit dat al dat overleg helemaal niet nodig is. Sinds de introductie van de ploe-genachtervolging in 2005 werd Nederland viermaal wereldkampioen. De laatste drie keer bestond de ploeg uit schaatsers met dezelfde werkgever: TVM. Ook drie van de vier snelste Nederlandse tijden, waaronder het wereldrecord, zijn gereden door drie schaatsers uit diezelfde ploeg.

Dat betekent niet dat TVM de nationale ploeg moet leveren. Het bewijst wel dat schaatsers die dagelijks met elkaar trainen betere ploegen vormen dan gelegenheidsformaties.

Het zou, kortom, heel nuttig zijn om een selectiewedstrijd tussen commerciële ploegen te houden, inclusief de marathonteams. De drie winnaars zouden verzekerd moeten zijn van een olympisch startbewijs. De resterende twee plaatsen zouden zijn voor schaatsers die zich individueel plaatsen voor de Spelen.

Maakt dat kans? Nee. Harde selectiemethodes zijn afgeschaft onder Arie Koops, de technisch directeur van de KNSB. Draagvlak is belangrijker dan duidelijkheid, ook voor coaches en schaatsers. Niemand wil op voorhand vrijwillig afstand doen van drie van de tien olympische startbewijzen op individuele afstanden, ook al is de kans op goud daar veel kleiner. Eigenbelang gaat voor nationaal belang.

En de ploegenachtervolging? Die is van later zorg. Nederland is immers de beste, ook als het niet zo is.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden