Eigen kavel eerst

De Belg wordt met een baksteen in de maag geboren. Zelf een huis bouwen is het ideaal. Fermettes en de 'Spaanse stijl' zijn passé, de pastorijwoning rukt op....

Het Kempisch Klompje is dé verkoophit van de steenfabriek Olivier uit Rumbeke. De roodoranje steen met nuanceringen in grijs en oker zit met 910 stuks in de verpakking. 'Een nieuwe steen die er als oud uitziet', zegt Dirk Samaey van de steenfabriek uit West-Vlaanderen. 'Een klompje is altijd module vijf, ofwel vijftig millimeter hoog. Een geschikte maat voor kleine gevels.'

Ook in trek is de Brugse Abdijhoef, een gele steen met grijze tinten. 'Een hoef is altijd zes centimeter hoog. De Brugse Abdijhoef wordt getrommeld. Daardoor zien ze er oud uit. Zeer geschikt in combinatie met blauwsteen. Met die natuursteen omlijst je ramen en deuren. Prachtig voor een pastorijwoning dus.'

Na de fermette, ofwel de hoevewoning met kleine ramen die weer in ruitjes zijn onderverdeeld, en de 'Spaanse stijl', de kasteelachtige woningen met overhangende daken en afgeronde dakpannen, heeft België nu de pastorijwoning omarmd. Ze is gemodelleerd naar de robuuste woning waar vroeger mijnheer pastoor woonde.

Een logische trend, zegt Dirk Samaey van Olivier. Bouwkavels worden schaarser, duurder en dus kleiner. Een pastorijwoning heeft twee verdiepingen, dus je kunt hetzelfde woonoppervlak kwijt op een kleiner lapje grond. 'Oudere huizen waren vaak gelijkvloers, in een U- of L-vorm. Dat wordt te duur. Met een pastorijwoning ga je de hoogte in.'

Die mode is de scheidende Vlaamse bouwmeester, architect en hoogleraar Bob van Reeth niet ontgaan. Toen hij laatst een lezing moest geven in Zoersel, ten oosten van Antwerpen, reed hij een uurtje door het dorp om de smaak en de stijl van de inwoners te peilen. 'Die avond zei ik tegen mijn gehoor: er moeten onvoorstelbaar veel roepingen zijn in uw dorp, want het staat vol met pastorijen.'

Het gezegde dat de Belg 'met een steen in de maag' wordt geboren, doet nog steeds opgeld. Het ideaal is een stukje grond te erven of te kopen, en daar geheel naar eigen inzicht een huis te bouwen. Menig Belg neemt de Britse uitdrukking my home is my castle letterlijk.

'Als je een geliefde hebt en je gaat trouwen, heb je idealiter al grond', legt Van Reeth uit. 'Liefst is de bouw al bezig voordat in de kerk het jawoord klinkt. En je hebt de hoofdprijs als je vader en schoonvader er al hun energie in steken. Ik ken heel wat mannen die in elk vrij uurtje vier woningen hebben gebouwd, een voor elke dochter.'

De vorige week gehouden Batibouw, de jaarbeurs op de Heizel in Brussel voor bouwen, verbouwen en interieurs, trok bijna 350 duizend bezoekers. De snel stijgende prijzen van grond en bouw kunnen The Belgian Dream niet verstoren. Opvallend veel jonge stellen lopen rond bij de stands van dakpannen, gevelstenen en isolatiemateriaal.

Zoals Guy van Cotthem (34) en Ann De Witte (32). Ze kochten vier jaar geleden 917 vierkante meter grond in Sint Niklaas. Volgend jaar hopen ze te gaan bouwen.

Guy: 'Het probleem is dat we heel verschillende ideeën hebben. Zij wil modern, ik wil klassiek.'

Ann: 'Guy denkt aan pastorijstijl met een dubbele garage. Bij al onze vrienden die in het stadium zijn van kinderen krijgen en huizen bouwen, is de eerste wens een dubbele garage.'

Guy: 'De huizen die Ann mooi vindt, noem ik bunkerstijl: aan de straatkant alleen muur, aan de tuinkant alleen glas.'

Ann: 'Een huis bouwen zit ons Belgen in de genen. Nu wonen we in een rijtjeswoning zonder tuin met twee kamers. Als er een tweede kindje komt, is er geen aparte kamer voor hem of haar.'

Guy: 'We doen hier ideeën op. Voor je naar een architect stapt, moet je toch een duidelijk idee hebben.'

Die architecten worden soms tureluurs van de particuliere opdrachtgevers. 'Ik zou weleens willen dat ze een iets meer gestandaardiseerd product afnamen', zegt Nico Slegers, van Desmet Architecten in Leuven. 'Maar ze willen altijd hun eigen stempel zetten. Ze hebben uitgesproken ideeën, maar niet de kennis. Dat is continu schipperen.'

Op elke uitgave wordt beknibbeld, merkt Slegers, zeker nu de bouwgrond duurder wordt. 'Als men moet kiezen, bezuinigt men liever op materialen dan op oppervlakte van de woning.'

Qua stijl en vorm mag alles. 'Het enige wat de overheid voorschrijft, is hoe ver je van de rooilijn moet blijven, hoe hoog en hoe diep je mag bouwen. Het verklaart de typisch Belgische lintbebouwing waar alle smaken door elkaar staan.'

In Wallonië zijn de regels beknottender dan in Vlaanderen. De uitstraling van de huizen moet er 'regionaler' en 'nostalgischer' zijn. Materiaalgebruik en kleur van baksteen en dakpannen zijn doorgaans streng voorgeschreven.

'Men heeft er de keuze tussen roodbruine baksteen of grijs natuursteen', zegt Rolande Donné van Vandesanden, de grootste Belgische producent van handvormgevelstenen. In Wallonië verkoopt Van Vandesanden vooral de Brique Baroque, de Barok-gevelsteen. 'Jammer dat het zo wordt ingeperkt. Laat de mensen toch zelf beslissen wat ze met hun spaargeld doen. Kennelijk willen ze het daar somber houden.'

Daarmee is Alain Rosoux (26), afkomstig uit een dorpje in de Waalse provincie Henegouwen, het niet eens. 'Somber? De Vlamingen overdrijven. Ik wil een normaal huis, niet somber maar zoals een huis hoort te zijn.'

Zijn vader Jean-Louis (49): 'Alain heeft een stuk grond dat altijd al voor hem bestemd was. Het ligt naast het huis van mij en mijn vrouw.'

Alain: 'We weten nog niet wanneer we beginnen. Stukje bij beetje.'

Jean-Louis: 'Als er geld is, zijn er stenen.'

Het vergt misschien een geoefend oog om het verschil te zien tussen Vlaamse en Waalse woningen - elke leek ziet na een stap over de grens het onderscheid tussen België en Nederland. 'Terecht wil een Belg nog niet dood gevonden worden in zo'n eenvormige Hollandse Vinexwijk', stelt Bob van Reeth. 'Een Belg wil zelf bouwen om zijn rijkdom te tonen, hoe bescheiden ook, en om zich af te zetten.'

Maar Van Reeth, wiens Antwerpse bureau AWG Architecten tal van stedenbouwkundige projecten in Nederland uitvoert, werkt graag in Nederland. 'Ik hou van jullie collectiviteit, die hier wordt ervaren als armoede. Kijk hoe goed binnensteden worden opgeknapt. Nederland is gevoeliger voor het algemeen belang. Hier denkt men dat het algemeen belang een optelsom is van alle individuele huisjes.'

Nederlanders kun je overigens ook maar beter niet zelf een huis laten ontwerpen, vindt Van Reeth. Neem het Wilde Wonen dat architect Carel Weber propageert. 'Ik zei hem dat het Wilde Wonen in Nederland een thema is. Bij ons is het een volksaard. Daarmee is alles gezegd.'

Maar hoe mooi is die individualistische bouwstijl eigenlijk? De Belgische architect Renaat Braem (1910-2001), leerling van de modernist Le Corbusier, schreef in 1968 een boekje getiteld Het lelijkste land van de wereld. Hij gruwelde van de Belgische lintbebouwing, waar het ene middeleeuwse kasteeltje op het andere chaletje volgt.

Van Reeth is het niet met Braem eens. 'Ik heb destijds tegen hem gezegd: het klopt voor de straatkant van de huizen. Maar de achterkanten, dat is pure poëzie. Al die koterijen, de later toegevoegde bijkeukens, de twee keer met andere gevelstenen verlengde garages, die serres, alles waar de bewoners in de loop der jaren geld voor hadden en behoefte aan hadden: het is de folk van de architectuur. Laat de mensen fermettes bouwen, daar schrikken de koeien in de wei niet van.'

Toch vindt Van Reeth het verkavelde bouwen in België een vloek voor de openbare ruimte. 'Het moet collectiever, zoals in Nederland', zegt de man die sinds 1999 en tot eind maart de officiële Vlaamse bouwmeester is, een functie vergelijkbaar met de Nederlandse rijksbouwmeester. 'Er moet meer eenheid in stijl komen, men moet de openbare ruimte met rust laten en de bestaande stads- en dorpskernen verdichten.'

Zijn eerste advies aan mensen met bouwplannen: koop een bestaand huis in de stad. 'Mensen zijn niet gemaakt om in de verkavelde buitengebieden te wonen. We horen in de stedelijke centra met uitwisseling van cultuur en ideeën. Ook daar kun je een tuintje vinden.'

Aan die boodschap liet menige bezoeker van de Batibouw zich echter niets gelegen liggen. De mensen vroegen er prijsindicaties op van gevelstenen met namen als Heidebloem, Sepia, Oud-Brabant, Oude-Warande, Dalí of Aubergine. Paarse stenen - nog zo'n trend, naast de pastorijwoning.

Marc (31) en Nadja (26) Tindemans uit Maaseik hebben hun droomhuis al voor ogen. Op de 8,5 are die ze eind 2004 kochten, willen ze een 'vrij strak' huis bouwen in rood en zwart.

Marc: 'We gaan proberen een huisje te bouwen met een balletzaal voor Nadja's dansschool.'

Nadja: 'Het wordt zeker geen doorsnee.'

Marc: 'Een bestaand huis met een universele ruimte is niet te vinden. Dus wordt het zelf bouwen.'

Nadja: 'Bijna iedereen in de familie heeft een huis gebouwd.'

Marc: 'Behalve mijn broer. Hij is nog wel architect, maar heeft raar genoeg een bestaand huis gekocht.'

Nadja: 'Maar daar heeft hij natuurlijk wel heel veel aan verbouwd.'

Meer over