Eierwarmers breien tijdens het theedrinken met de dood Corine Kisling beschrijft het leven in een bejaardentehuis

Bladzijde 63: 'Vanuit de glazen lift ziet Jana hen uitstappen op het parkeerterreintje voor leveranciers achter de flat. Drie knapen die met een veelvoud aan wriemelende knieën en benen de wagen verlaten (....

Bladzijde 157: 'Een terminaal kankergeval, zo'n lijdensweg waar geen eind aan leek te komen.' U leest het goed. 'Terminaal' betekent bij Kisling dat het einde voorlopig niet in zicht is. Woorden schieten tekort om mijn verbazing uit te drukken. Is Van Dale gek of zit er aan Corine Kisling soms een steekje los?

De ervaring heeft geleerd dat een recensent die over gammele zinnen struikelt dat beter niet aan de grote klok kan hangen, want de populistische retoriek van zijn tegenstanders vliegt hem dra om de oren: 'Kommaneuker! Pennewip' Ja, hoor eens: dat een schrijfster die nota bene niet eens meer debuteert, haar redacteur én haar uitgever klaarblijkelijk stront in de ogen hebben, betekent nog niet dat een bespreker die met zijn goede gedrag enkele kostbare uren heeft geofferd aan een prul, zijn ongenoegen zou moeten oppotten. Bladzijde 97, en dan hou ik op: 'Ze hadden een partij munten bij zich uit heel Europa, die ze de ober in komvormige handen aanboden, als omgekeerde bedelaars.' Onmogelijk om je hierbij iets anders voor te stellen dan een surrealistische situatie waarvan de afbeelding zelfs Dalí nog de grootste moeite zou kosten.

Dit zat dorpsschoolmeester Pennewip even hoog. Nu het verhaal. Corine Kisling beschrijft in drieënvijftig korte hoofdstukken het leven in en rond het moderne oord Het Tolhuis, waar alles wat stokoud, kinds, seniel, dement of Alzheimer is, bij elkaar is geveegd. Suf zijn ze allemaal, op de de heer Olivier Cirkel (88) na misschien, een filosoof van de koude grond en een rimpelige rekel bovendien, die de hele roman met de lucht van zijn sigaartjes en praatjes loopt te verzieken. Koud is zijn vrouw Margot overleden, of Cirkel komt bij de hoofdpersoon Jana Kardoen (92) over de vloer. Ze tolereert hem ook nog, het arme besje dat nooit het genoegen van wederzijdse liefde heeft gesmaakt.

Kardoens leven trekt met horten en stoten aan de lezer voorbij. 't Is alsof ze ons haar fotoalbum van een kleine eeuw laat zien, en daar haar commentaar bij levert. Jana verkeert in de wankele levensfase van periodieke versuffing. Bij de kapster constateert ze verschrikt dat ze haar sloffen nog draagt. En hoe langer hoe vaker zinkt ze weg in haar rijke herinneringswereld. Zo biedt Kisling - ongeveer zoals Tessa de Loo in De tweeling poogde - zicht op 'de achterkant' van de geschiedenis, de biografie van een vrouw die niets heeft gepresteerd om in wat voor annalen dan ook vermeld te worden, maar wier verhaal daarom nog niet zomaar met haar het graf in hoeft.

Jana was sedert haar veertiende jaar inwonend dienstmaagd bij het welvarende gezin Hama. Van haar eigen familie wordt zij voorgoed gescheiden als de Duitsers in 1944 de bevolking van haar geboortedorp Oudestein bij wijze van représaille-maatregel uitmoorden op een manier, waarbij vergeleken de massale slachting op de mannen van Putten kinderspel was.

Minder gruwelijk, maar ook allerminst opwekkend zijn Jana's eigen belevenissen. Haar braafheid en gelatenheid wekten bij mij althans steeds grotere ergernis op. Al bén je maar een dienstertje en had je goede redenen om bang te zijn voor de avances van je broodheer, waarom moet die terughoudendheid een heel leven lang duren en heeft Jana nooit eens de stoute schoenen aangetrokken? De twee meisjes Nora en Hubertine op wie ze van jongs af aan heeft gepast, zitten nu malend en voor lijk in hetzelfde Tolhuis. Wederom hulpbehoevend. 'Alles komt terug,' bedenkt Jana met verwondering. Naïeveling. Als jij krachtdadiger was geweest, had je die zieltogende tantes in elk geval niet nu meer om je heen gehad.

Tegen deze achtergrond heeft Kisling een spannende intrige in het heden willen plaatsen. In Het Tolhuis wordt een fancy-fair georganiseerd. Van de opbrengst kunnen de bewoners een reisje naar de Keukenhof financiëren. Dit is een bruikbaar gegeven voor een romancier, en Kisling buit het ook naar behoren uit. De oudjes hebben het maar druk met de slingers, grabbelton, eierwarmers en ballonnetjes tussen het 'thee drinken met de dood' door. Werk aan de winkel! Midden in deze lulligheid komt een drietal jonge studenten (die van die veelvoud aan wriemelende knieën) van de opleiding Film & Video het leven in een bejaardentehuis eens postmodern vastleggen.

De blits blowende jongeren schieten hun film, en de bejaarden spelen zeer naturel hun rol.

Op pagina 179 heeft Jana het gevoel 'dat er een einde nadert'. Dertien bladzijden verder voelt filmstudent Boris dat 'er iets op het punt staat te eindigen'. De lezer, die dan nog twintig bladzijden voor de boeg heeft, knikt mee: en óf er een einde aan komt. Lang heeft het er op geleken dat het nooit gebeuren zou, maar De engelenbak is beslist terminaal.

Corine Kisling: De engelenbak.

De Arbeiderspers, ¿ 34,90.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden