Eichmann vroeg Israëlische president om clementie: 'Ik was een instrument'

Adolf Eichmann, het logistieke brein achter de deportatie van 6 miljoen joden tijdens de Tweede Wereldoorlog, probeerde begin jaren zestig de toenmalige Israëlische president Yitzhak Ben-Zvi ervan te overtuigen dat ook hij slachtoffer was van Hitler en slechts een instrument was in zijn handen. In een handgeschreven briefje vraagt hij hem om gratie.

Adolf Eichmann Beeld ap

Het briefje maakt onderdeel uit van ongepubliceerde documenten over Eichmann, die de Israëlische president Reuven Rivlin woensdag, de internationale Holocaust-herdenkingdag, openbaar maakt. Eichmann meent dat hij niet een van de verantwoordelijke leiders was, en acht zichzelf dan ook onschuldig. Want, zo schreef hij: 'Er moet onderscheid worden gemaakt tussen de verantwoordelijke leiders en mensen zoals ik, die louter werden gedwongen de leiders te dienen als instrumenten in hun handen.'

Eichmanns beschrijving van zijn eigen rol vertoont overeenkomsten met de beroemde en omstreden lezing van zijn proces door Hannah Arendt voor The New Yorker. Zij beschreef hem als een onbetekenend, tweederangs persoon die desondanks in staat was tot massamoord, omdat hij als bureaucraat uitvoerde wat hem werd opgedragen. Eichmann: 'Ik heb nooit een bevel op persoonlijke titel gegeven, maar handelde altijd op bevel van anderen.' Het was in deze werkopvatting - van vlijtige ambtenaren in Nazi-Duitsland, die als kleine radartjes en ontdaan van hun moraliteit, meewerkten aan een moordmachine - waarin Arendt de 'banaliteit van het kwaad' zag weerspiegeld.

De 'boekhouder van de dood' was secretaris van de Wannseeconferentie, een bijeenkomst in 1942 in Berlijn waar werd gesproken over de definitieve oplossing van het 'Jodenprobleem' in nazi-Duitsland - de Endlösung. Het resultaat was de massale deportatie van Joden, waarbij Eichmann verantwoordelijk werd voor de tijdschema's en andere logistieke zaken van de Jodentransporten naar de vernietigings- en concentratiekampen.

Het handgeschreven verzoek tot clementie van Adolf Eichmann. Beeld reuters

Gevlucht naar Argentinië

Na de Tweede Wereldoorlog wist Eichmann als krijgsgevangene te ontsnappen. Hij vluchtte in 1950 naar Argentinië. Tien jaar lang wist hij met een schuilnaam uit handen te blijven van de Mossad, de Israëlische geheime dienst. In mei 1960 grepen zij hem in Buenos Aires alsnog in de kraag en smokkelden hem, verkleed als El-Al-piloot, naar Israël.

Op 11 december 1961 verklaart de Israëlische rechtbank Eichmann schuldig op vijftien ten laste gelegde punten, waaronder misdrijven tegen het Joodse volk. Hij krijgt de doodstraf. In zijn briefje een half jaar later, schrijft de voormalige SS-commendant dat hij de straf 'niet erkent'. 'Hooggeachte meneer de president, ik vraag u gebruik te maken van uw recht clementie te verlenen, zodat de doodstraf niet wordt uitgevoerd.' Was getekend: 'Adolf Eichmann Jeruzalem, 29 mei 1962.' Twee dagen later wordt hij opgehangen.

Voor het vonnis werd voltrokken sprak Eichmann zijn laatste woorden. Hij sloot af als in zijn rechtbankbriefje: 'Lang leve Duitsland, lang leve Oostenrijk, lang leve Argentinië. Ik moest de bevelen van de oorlog en voor mijn vlag uitvoeren.'

Adolf Eichmann in een kogelvrije kubus tijdens zijn proces. Beeld ap

Vrijgegeven documenten

Bij de vrijgegeven documenten zit ook de weigering van het gratieverzoek door de Israëlische president Yitzhak Ben-Zvi. Net als het een document waarop de hoofdaanklager Gideon Hausner de beroemde woorden 'zes miljoen aanklagers' schreef.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden