Egypte wil ingrijpen in buurland Libië

In Libië wordt de situatie met de dag chaotischer. De Egyptische regering vreest dat een nieuw bolwerk van de Moslimbroederschap ontstaat.

Een lid van de Misrata-groep na de inname van het vliegveld van Tripoli afgelopen weekend. Beeld ANP

Egypte wil een internationale interventie in buurland Libië om de opmars van moslimextremisten te stuiten. Ook in Libië zelf weerklinkt die roep, na het veroveren van de luchthaven van Tripoli door de zogeheten Misrata-milities afgelopen weekend. De Libische autoriteiten zelf zijn niet in staat een einde te maken aan de interne chaos. De Egyptische regering vreest dat de chaos zich uitbreidt tot de gehele Noord-Afrikaanse regio.

'De ontwikkelingen in Libië hebben grote invloed op de veiligheid in buurlanden, omdat extremistische en terroristische groepen zich niet beperken tot Libisch gebied', stelde de Egyptische minister van Buitenlandse Zaken Sameh Shukri. Hij deed zijn oproep op een internationale conferentie in Caïro, waar buurlanden van Libië samenkwamen. Voor Egypte is de kwestie vooral gevoelig omdat de Moslimbroederschap in Libië groot is. Die organisatie is in Egypte onwettig verklaard. De leden worden vervolgd.

In reactie op de Egyptische oproep hield Tunesië de boot af. Volgens minister Mongi Hamdi is het 'op dit moment te vroeg om over een buitenlandse interventie te spreken'. Hij benadrukte het belang van een politieke oplossing als 'de enige manier om de een einde te maken aan het geweld, het bloedvergieten en de anarchie'. Algerije heeft zich evenmin voorstander van interventie getoond.

Steun
Ook andere landen lijken niet van plan zich aan Libië te branden. In 2011 gingen Groot-Brittannië en Frankrijk voorop bij het steunen van de volksopstand tegen Mohammed Kadhafi. Met steun van de VS hielpen beide Europese landen bij het ten val brengen van de man die sinds 1979 alleenheerser was. In de drie jaar sinds diens dood is Libië in een steeds grotere politieke impasse terechtgekomen, waarbij partijen die eerst nog met elkaar tegen Kadhafi streden lijnrecht tegenover elkaar zijn komen te staan. De strijd gaat vooral tussen een liberaal kamp en fundamentalisten verenigd in de Moslimbroederschap. Geen van beide kreeg politiek de overhand, wat leidde tot een reeks regeringswisselingen en verlies van vertrouwen in de politiek bij de bevolking. De fundamentalisten wonnen de verkiezingen in 2012, maar verloren flink in juni toen die opnieuw plaatsvonden in een poging een einde aan de chaos te maken.

Dat laatste is niet gelukt: de Moslimbroeders erkennen het nieuwe parlement niet en hebben nu het oude, door hen gedomineerde parlement in Tripoli bijeen laten komen. Dat ging maandag over tot het aanstellen van een eigen premier, in een geslaagde poging de politiek nog onoverzichtelijker te maken.

Interventie
Het nieuwe parlement, gedomineerd door liberalen, heeft een oproep tot een VN-interventie gedaan. Aangezien leger en politie het geweld niet meer kunnen indammen, is dat de enige manier de chaos het hoofd te bieden, zo is de redenering. Maar volgens het parlement van de Moslimbroederschap is die oproep een 'daad van nationaal verraad'.

Ondertussen deed de Libische ambassadeur in Egypte tegenover buitenlandse journalisten een noodoproep tot een buitenlandse interventie. 'We maken nu mee dat de staat niet langer in staat is zijn vliegvelden, havens en olievelden te beschermen. Wat is de waarde van een staat als die de macht over de wapens kwijt is geraakt?'

Bij de gevechten in en rond Tripoli zijn in de afgelopen weken honderden doden gevallen. Nadat zij het vliegveld hadden veroverd, staken de islamisten gebouwen in brand, terwijl ook opslagtanks met miljoenen liters aan brandstof vlam hebben gevat.

Misrata-groep
Na de inname dit weekeinde van de luchthaven van Tripoli controleren de Libische islamisten de twee grootste steden van het land. Onder de naam 'Fajr Libië' (Libische Dageraad) wist een coalitie van streng islamitische milities en strijders uit de kuststad Misrata sinds 13 juli snel terrein te winnen. De strijders uit Misrata, het grootste machtsblok in dit verbond, vochten in 2011 nog zij aan zij met hun collega's uit Zintan tegen Moammar Kadhafi. Na de val van Kadhafi vochten de strijders uit Misrata echter een onafgebroken strijd om de macht met de militie uit de westelijke bergstad. Zo vielen ze samen met islamitische milities diverse ministeries aan en het parlementsgebouw. Qatar wordt genoemd als een belangrijke financier van de Misrata-groep.

Zintan-groep
De regeringen die in het post-Kadhafitijdperk Libië weer in het gareel probeerden te krijgen, steunden vooral op de nationalistische strijders uit Zintan. De ruim twintig milities ontwikkelden zich na de oorlog tot een belangrijke machtsfactor. Ze leverden ministers en ook trokken ze aandacht met de gevangenneming van Kadhafi's zoon Saif. Met hun vier gevechtsbrigades en de controle over de luchthaven kon geen enkele premier om ze heen. In de gepolariseerde Libische politiek staan ze te boek als gematigd. Met het verlies van de luchthaven heeft de Zintan-groep nu een gevoelige nederlaag geleden. Tot grote woede van de islamisten en de strijders uit Misrata versterkten de brigades zich met oud-soldaten van Kadhafi. Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten steunen naar verluidt de groep.

Regering en parlement
Ondanks de strijd heeft Libië nog altijd een regering, bijgestaan door een zwak leger in opbouw. Maar met het militaire succes van de islamisten in Tripoli en Benghazi wordt de positie van premier Abdullah al-Thani precair. Een 'straatoorlog', zo noemde hij onlangs de strijd. Al-Thani: 'We hebben een leger, maar de milities zijn superieur.' Tot overmaat van ramp dreigt Libië nu twee parlementen te krijgen. De islamisten kondigden zondag direct een vergadering aan in Tripoli van het oude parlement, waarin ze de belangrijkste machtsfactor waren, 'om het land te redden'. Het nieuwe, op 25 juli gekozen parlement waarin de liberalen en federalisten sterker zijn vertegenwoordigd, protesteerde vanuit Tobruk. Ook benoemden ze, 1.600 kilometer van Tripoli, een nieuwe legerleider om de milities beter te bestrijden.

Khalifa Haftar-groep
Een van de militairen die door het parlement te hulp was geroepen om de fundamentalistische opmars in Tripoli te stoppen is een oud-generaal van Kadhafi. Khalifa Haftar (65) opende in mei onder de naam 'Operatie Waardigheid' met medestanders de aanval op de radicale milities in Benghazi. Zelfs het parlementsgebouw in Tripoli, waar 'staatsterroristen' huisden, was een doelwit van de voormalige chef-staf van Kadhafi's leger. Maar drie maanden na zijn kruistocht tegen de chaos in het land stokt de strijd van Haftar. Begin deze maand werd hij uit Benghazi - een van zijn bolwerken - verdreven door extremistische milities. Haftar, die ook gesteund wordt door diverse oostelijke stamleiders en door de Zintan-brigades, heeft nog Tobruk in handen.

Benghazi-milities
In de stad waar de opstand tegen Kadhafi begon, Benghazi, regeert een aan Al Qaida gelieerde groep. Ansar al-Shariah zat volgens de VS achter de aanval in 2012 op het Amerikaanse consulaat in Libiës tweede stad. Volgens Washington heeft de groep nauwe banden met Al Qaida. Ansar verenigde zich samen met andere oostelijke milities in de Benghazi Revolutionaire Shura Raad om het leger en de strijders van oud-generaal Haftar uit de stad te verdrijven. Bij de strijd wisten de radicaal islamitische groepen grote hoeveelheden militair materieel op het leger te veroveren, waaronder tanks en artillerie. 'Benghazi is vanaf nu een islamitisch emiraat', verklaarde Ansar-leider Mohammed al-Zahawi.

'De ontwikkelingen in Libië hebben grote invloed op de veiligheid in buurlanden, omdat extremistische en terroristische groepen zich niet beperken tot Libisch gebied', stelde de Egyptische minister van Buitenlandse Zaken Sameh Shukri. Hij deed zijn oproep op een internationale conferentie in Caïro, waar buurlanden van Libië samenkwamen. Voor Egypte is de kwestie vooral gevoelig omdat de Moslimbroederschap in Libië groot is. Die organisatie is in Egypte onwettig verklaard. De leden worden vervolgd.

In reactie op de Egyptische oproep hield Tunesië de boot af. Volgens minister Mongi Hamdi is het 'op dit moment te vroeg om over een buitenlandse interventie te spreken'. Hij benadrukte het belang van een politieke oplossing als 'de enige manier om de een einde te maken aan het geweld, het bloedvergieten en de anarchie'. Algerije heeft zich evenmin voorstander van interventie getoond.

Steun
Ook andere landen lijken niet van plan zich aan Libië te branden. In 2011 gingen Groot-Brittannië en Frankrijk voorop bij het steunen van de volksopstand tegen Mohammed Kadhafi. Met steun van de VS hielpen beide Europese landen bij het ten val brengen van de man die sinds 1979 alleenheerser was. In de drie jaar sinds diens dood is Libië in een steeds grotere politieke impasse terechtgekomen, waarbij partijen die eerst nog met elkaar tegen Kadhafi streden lijnrecht tegenover elkaar zijn komen te staan. De strijd gaat vooral tussen een liberaal kamp en fundamentalisten verenigd in de Moslimbroederschap. Geen van beide kreeg politiek de overhand, wat leidde tot een reeks regeringswisselingen en verlies van vertrouwen in de politiek bij de bevolking. De fundamentalisten wonnen de verkiezingen in 2012, maar verloren flink in juni toen die opnieuw plaatsvonden in een poging een einde aan de chaos te maken.

Dat laatste is niet gelukt: de Moslimbroeders erkennen het nieuwe parlement niet en hebben nu het oude, door hen gedomineerde parlement in Tripoli bijeen laten komen. Dat ging maandag over tot het aanstellen van een eigen premier, in een geslaagde poging de politiek nog onoverzichtelijker te maken.

Interventie
Het nieuwe parlement, gedomineerd door liberalen, heeft een oproep tot een VN-interventie gedaan. Aangezien leger en politie het geweld niet meer kunnen indammen, is dat de enige manier de chaos het hoofd te bieden, zo is de redenering. Maar volgens het parlement van de Moslimbroederschap is die oproep een 'daad van nationaal verraad'.

Ondertussen deed de Libische ambassadeur in Egypte tegenover buitenlandse journalisten een noodoproep tot een buitenlandse interventie. 'We maken nu mee dat de staat niet langer in staat is zijn vliegvelden, havens en olievelden te beschermen. Wat is de waarde van een staat als die de macht over de wapens kwijt is geraakt?'

Bij de gevechten in en rond Tripoli zijn in de afgelopen weken honderden doden gevallen. Nadat zij het vliegveld hadden veroverd, staken de islamisten gebouwen in brand, terwijl ook opslagtanks met miljoenen liters aan brandstof vlam hebben gevat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden