Egypte volgt Tunesië nog niet in rebellie

De Tunesische opstand zou een domino-effect kunnen hebben. Worden meer Arabische regimes verdreven? Aflevering 1: Egypte.

AMSTERDAM - Wie volgt? Na Tunesië Egypte? Zit ook president Hosni Mubarak binnenkort met 1,5 ton goud op een vliegtuig naar Saoedi-Arabië?


De gedachte is verleidelijk, en de parallel is evident: autoritaire Arabische regimes, hoge werkloosheid, grote welvaartsverschillen en dito sociale problemen. In de buurlanden van Tunesië wordt de revolutie ademloos gevolgd. 'Heel Egypte zit aan de televisie gekluisterd', zegt Mona Eltahawy, een Egyptische journaliste in New York.


Het zijn zeker ook de Arabische leiders aan wie het beeld van de dominostenen voor het geestesoog verschijnt. 'Ze zijn allemaal zenuwachtig', zegt de Egyptische Heba Morayef, onderzoekster in Caïro van Human Rights Watch (HRW).


Maar gáán de stenen inderdaad vallen?


In Egypte vooralsnog niet, zo is het unanieme oordeel van zes geraadpleegde Egyptekenners. Want naast overeenkomsten zijn er grote verschillen. 'Het idee van omvallende dominostenen is vooral een wensdroom van opgewonden journalisten', zegt Sami Baroudi van de American University in Beiroet.


Ten eerste heeft Tunesië een volwassener samenleving. De middenklasse is er groter dan in Egypte. In die zin is president Ben Ali in zijn eigen zwaard gevallen: een bevolking die meer ontwikkeld is, heeft meer noten op haar zang. Een korte periode van sociale onrust bleek genoeg om het land te doen ontvlammen.


Egypte kent al jaren stakingen en demonstraties, maar de eisen zijn louter materieel. 'In Egypte heeft de onvrede nog altijd geen politieke vertaling gekregen', constateert Morayef.


De Egyptenaren zijn naar hun aard behoudzuchtig, en huiverig voor wat ze niet kennen.


Daarbij pakt Mubarak de controle over de samenleving handiger aan dan zijn Tunesische ex-collega's. De politieke speelruimte in Egypte is groter dan in Tunesië, waar de repressie bijna totaal was. In de Egyptische pers kan enige kritiek worden geventileerd, oppositiegroepen als de Moslimbroederschap wordt net voldoende lucht geboden om ze binnen het systeem te houden.


De harde hand van Mubarak echter is als het erop aankomt genadelozer dan die van Ben Ali. Het Egyptische leger is zeer krachtig en de veiligheidsdiensten zijn uiterst effectief en repressief. 'Het is een sterk regime, met een sterke achterban', zegt Shadi Hamid van het Brookings Doha Center in Qatar. 'Het is een minderheid, maar aangezien Egypte 80 miljoen inwoners heeft, gaat het om een paar miljoen mensen die direct van de regering afhankelijk zijn. Zij zullen het bewind hoe dan ook verdedigen.' Net zoals Mubarak er niet over peinst de macht op te geven - anders dan de Tunesische president, die na de eerste grote rellen al op het vliegtuig stapte. 'Ben Ali is een doetje vergeleken met Mubarak.'


Dan de rol van de Moslimbroederschap. De islamisten in Egypte vormen een grote, maatschappelijk uiterst actieve organisatie. Zijn zij in staat en bereid grote aantallen demonstranten op de been te brengen teneinde het regime te laten vallen?


Misschien wel in staat, maar voorlopig niet bereid, zo menen de waarnemers. De Moslimbroeders opereren behoedzaam. Ze zijn eigenlijk een trage bureaucratie, met al hun sociaal werk. Zij zullen vooralsnog niet afstappen van hun strategie van coëxistentie met het regime.


Dat 'vooralsnog ' sluipt in alle argumenten: Mubarak zal niet dit jaar of volgend jaar vallen - maar daarna? Alles is mogelijk. Het Tunesisch vuur doet wel degelijk vonken overslaan in de harten van de jeugd van Egypte (de grote meerderheid is er onder de 30 jaar), die bekend is met Twitter en Facebook.


Veel hangt af van het lot van de Tunesische volksopstand. Ontaardt die in chaos en rampspoed, dan ziet het er niet best uit voor de progressieve krachten in de Arabische wereld. De heersers zullen zich aangemoedigd voelen, en de gewone mensen zullen denken: 'Voor ons geen Tunesië!' Hamid: 'Mislukt het Tunesisch experiment, dan pakt dat erg slecht uit voor de regio. Er staat veel op het spel.'


Maar wordt de Tunesische opstand een succes, dan is het een ander verhaal. Dan kunnen er dominostenen gaan wiebelen. Als Tunesië een aansprekend voorbeeld blijkt te zijn, en als Mubarak zo dom is nog eens vijf jaar bij te tekenen of - erger nog - zijn zoon Gamal naar voren te schuiven, dan zou de altijd sluimerende onvrede in Egypte wel eens politieke dimensies kunnen krijgen.


Morayef: 'En als dan links en de liberalen de straat op gaan, kan het zo zijn dan de jonge garde van de Moslimbroederschap denkt: moeten wij daar niet bij zijn?'


Overigens kent Egypte een krachtige minderheid die zich stevig zal verzetten tegen een revolte waaraan islamisten meedoen. In het meer seculiere, Europees (Frans) georiënteerde Tunesië zijn de islamisten zwakker, en is de acute vrees voor hen kleiner.


Eén dimensie is nog ongenoemd, de geopolitieke. Vooral Shadi Hamid wijst op de cruciale positie die de lokale grootmacht Egypte heeft in het Midden-Oosten. 'Egypte is een bondgenoot van de VS. Het is een pijler, samen met Jordanië, van hun Midden-Oostenproject. Ben Ali was ook een bondgenoot, maar ach, Tunesië is niet onmisbaar. Egypte wel. De Amerikanen zullen het nooit zover laten komen dat Mubarak ten val wordt gebracht.'


Mede daarom vindt hij, van alle potentiële Arabische dominostenen, Egypte zelfs de minst waarschijnlijke kandidaat.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden