Efficiency politie is moeilijk in cijfers te vangen

In een recent rapport werd gesteld dat het oplossingspercentage van misdrijven in Duitsland drie keer hoger zou zijn dan in Nederland....

AAN de vooravond van de Tweede Kamerverkiezingen klinkt niet alleen de roep om 'meer blauw op straat', maar wordt ook de wens om 'meer boeven te vangen' veelvuldig uitgesproken. Cijfers dreigen een eigen leven te gaan leiden.

Zo geeft een aantal partijen tijdens de verkiezingscampagne aan dat het ophelderingspercentage misdrijven omhoog moet en resulteerde een vergelijking van het Duitse politie- en justitieapparaat met het Nederlandse in een ogenschijnlijk 1-0 winst voor de Duitsers. In die vergelijking wordt gesteld dat het oplossingspercentage van misdrijven in Duitsland drie keer hoger zou zijn dan in Nederland.

Maar is wat deze politici zeggen, en wat de professoren Fiselier en Tak in hun vergelijkend rapport schrijven, inderdaad zo logisch? Geven de cijfers soms ook een kwalitatieve vergelijking van hoe opsporing en vervolging functioneren?

Laten we hun rapport eens door Duitse ogen bekijken. Wat zouden de Duitse media en het Duitse publiek als eyecatchers uit het rapport halen? Zittend op een stoel voor de Duitse tv zou ik me afvragen waarom unsere Polizei vergeleken met de Nederlandse zoveel tijd kwijt is met het op papier zetten van zaken die nooit tot een veroordeling kunnen en zullen leiden. En waarom moet het Duitse OM bijna twee keer zo groot zijn als het Nederlandse OM?

Cijfers lijken harde constateringen, terwijl verklaringen van cijfers vaak ver achter de headlines aanhobbelen. Zover zelfs dat ze vaak niet eens meer gehoord worden. Toch geven die verklaringen juist de verschillen aan. Hoewel de woorden politie en Polizei dezelfde betekenis hebben, gaat er een hele wereld achter schuil; een wereld vol cultuurverschillen, andere inzichten, andere systemen.

Oplossingspercentages geven bijvoorbeeld slechts een fractie van de inspanningen van de politie weer. De energie die in trajecten als HALT (een vorm van alternatieve afdoening bij jeugdige verdachten) en de bemiddeling door wijkagenten wordt gestoken, kan in die cijfers niet worden teruggevonden. Het geven van een kwalificatie aan de cijfers zoals die door de heren Tak en Fiselier zijn neergelegd, zal er uiteindelijk toe leiden dat bij de Nederlandse rechter kansloze zaken niet meer vroegtijdig zullen worden gesignaleerd. En dat zal weer leiden tot ondoelmatigheid in het strafrecht.

Vergelijkingen trekken tussen landen of tussen regio's is moeilijk. Oplossingspercentages zijn slechts een gedeelte van de waarheid. Slachtoffercijfers, tevredenheidcijfers van klanten en cijfers omtrent het gevoel van veiligheid vertegenwoordigen daarentegen weer een andere waarheid. Belangrijk is dat degenen die vinden dat de politie op cijfers afgerekend moet worden, zich ook realiseren dat zij die cijfers mede bepalen. Vindt men dat de aandacht van de politie met name gericht moet worden op de zware criminaliteit, dan leidt dat ontegenzeggelijk tot slechtere resultaten op dat gedeelte van de criminaliteit waar de burger vooral last van heeft. Uiteraard wordt in deze redenering uitgegaan van schaarse menskracht. De minister van Justitie heeft dat begin dit jaar bij de presentatie van de Nota Criminaliteitsbeheersing duidelijk gemaakt. Hij drong toen aan op een forse uitbreiding van het handhavingsapparaat.

Meer politie kan een positief effect hebben op de tevredenheid van de burger, mits de inzet maar aan die burger ten goede komt. Met de minister De Vries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan het roer heeft het kabinet de lijn gekozen om de zorg voor veiligheid integraal aan te pakken. Dat betekent dat het begrip 'veiligheid' een verantwoordelijkheid is van alle betrokken partijen.

De politie zet - zeker de afgelopen jaren - vanuit haar wettelijk toegewezen taak alles op alles om veiligheid in Nederland zoveel mogelijk te garanderen. Maar ze is helaas vaak, door de onmacht of de onwil van anderen, gedwongen zich te begeven op oneigenlijke terreinen. De acute opvang van mensen met een psychische storing is een voorbeeld. De buitenproportionele inzet bij voetbalwedstrijden is er nog een. Hierdoor gaat een gedeelte van die schaarse, politiële veiligheidszorg ten koste van de kernactiviteiten. Het lijkt dan ook gerechtvaardigd om niet alleen een deel van die zorg aan een afrekening te onderwerpen, maar de gehele inspanning van alle partners samen.

Het inzetten op preventie (zoals het Politiekeurmerk Veilig Wonen) en het onlangs in het rapport van de werkgroep-Van Riessen neergelegde concept van tegenhouden, verleggen in zekere mate de activiteiten van opsporing naar het voorkomen van criminaliteit. Alle soorten van aanpak (HALT, preventie en andere) hebben hun invloed op cijfers en op de effectiviteit, waarbij cijfers niet synoniem zijn voor effectiviteit.

Een rapport als dat van Tak en Fiselier heeft zeker waarde. De politiek en alle organisaties in de veiligheids keten worden immers hierdoor gedwongen om nog eens goed na te denken over de gemaakte keuzes, waarbij de oorspronkelijke keuze zeker niet de foute hoeft te zijn. De boodschap is dan ook om eerst te kijken wat je koopt, voordat je gaat afrekenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden