Effectenhandel

In een onopvallende bedrijfsloods in Purmerend worden niet van echt te onderscheiden lijken, verminkingen en ander 'special props' gemaakt. Op het NFF is een expositie te zien van Rob's Prop Shop.

Op de tafel ligt een velletje vleeskleurige siliconen- gel, uitmondend in een dik, vermoeid kijkend oog. Rob Hillenbrink neemt het velletje in zijn vingers en begint het met een alcoholoplossing te bevestigen op zijn linkeronderarm. Geleidelijk aan gaat de rand van het velletje vloeiend over in zijn huid; uiteindelijk lijkt het alsof dat oog daar ter plekke is gegroeid. Wiens oog is het eigenlijk? 'Dat was voor Sylvia Hoeks'. zegt Rob, terwijl hij verder aan het velletje pielt. 'Dat hebben we gefabriceerd toen ze nog in Kenau zou spelen.'


Een nogal vreemde gewaarwording, om vanaf een harige mannenarm door het oog van Sylvia Hoeks te worden aangestaard. Zo rol je bij een bezoek aan Rob's Prop Shop, gevestigd in een onopvallend bedrijfspand op het industrieterrein van Purmerend, van de ene verbazing in de andere. Vlak naast de ingang bungelt het rottende paard van Sinterklaas, dat in Dick Maas' Sint (2010) dwars door een dakraam op een politieauto stort. In de kast erachter staan tupperwaredozen met multi-inzetbare babylichaampjes. Twee stappen verder stuit je op de lijken uit Alex van Warmerdams Borgman; hun hoofden nog steeds in emmers met beton gestoken, liggen ze in een stapeltje te wachten tot ze worden verhuisd naar de opslagloods, even verderop. Misschien dat vader en zoon Hillenbrink, de belangrijkste rekwisietenbouwers en special make-upartiesten van de Nederlandse filmindustrie, de Borgman-lijken later nog recyclen.


Aan de vanzelfsprekendheid waarmee Rob (56) en Erik (26) zich door hun rariteitenkabinet bewegen zonder acht te slaan op al die creaturen en afgehakte hoofden, lees je hun enorme ervaring en routine af. Al 27 jaar maakt Rob 'special props' voor films, tv-shows, series, tijdschriften, commercials, opera's en kunstenaars. Zoon Erik doet sinds 2008 officieel mee. In 2011 kregen ze een Gouden Kalf voor hun bijdrage aan de Nederlandse film; terwijl ze op deze editie van het NFF onder meer vertegenwoordigd zijn door de kokkerd van het personage De Neus (in Jean van de Velde's Hoe duur was de suiker), geven ze er ook make-updemonstraties en vertonen ze enkele pronkstukken uit hun collectie.


Ambachtslieden, zo beschouwen de Hillenbrinks zichzelf. En als probleemoplossers, die vaak met weinig financiele middelen grootse resultaten moeten zien te bereiken. Filmmakers zijn zo gewend aan de special effects uit Hollywoodfilms dat ze de lat hoog hebben liggen als ze naar de Prop Shop komen. 'Producenten roepen weleens dat ze Hollywoodkwaliteit voor een Nederlands prijsje willen', zegt Rob. 'Een afgehakt hoofd dat door het beeld rolt, kost in Hollywood al snel 10 duizend dollar. Hier moeten we zo'n hoofd maken voor 2.500, hoogstens 3.000 euro. Dat kan eigenlijk niet.'


Toch nemen ze zo'n klus meestal aan, en bedenken ze wel wat om de kosten te drukken. Ter illustratie haalt Rob de prop tevoorschijn die ze maakten voor een Hi-reclame, waarin een complete tray sushi in iemands mond geschoven wordt. Onmogelijk zoiets met een echte acteur te filmen, maar je hebt er ook niet per se een compleet nep-hoofd voor nodig, zo lang de camera maar dichtbij genoeg staat. 'Dan maken we alleen zo'n half hoofdje en besteden we daar alle aandacht aan, omdat we weten dat dat heel close wordt gedraaid.'


Hetzelfde geldt voor het volgende lugubere rekwisiet dat op tafel wordt gelegd - een stuk neus, mond en keel, gemaakt voor de korte film Suiker (Jeroen Annokkee, 2010), waarin een patholoog anatoom de mond van een lijk opendoet en er met een tang een roze slipje uittrekt. 'Ook dit werd vrij close gefilmd', zegt Rob, friemelend aan de kaken. 'Dus je moet wat meer aandacht aan de tanden besteden en zo.'


De Prop Shop puilt uit van dergelijke monsterkoppen en hele en halve hoofden. Aan het prikbord in het kantoor hangen eveneens de nodige bizarre plaatjes, maar ook een kiekje van de 7-jarige Erik, uit de tijd dat zijn vader nog niet voor films werkte. Op de foto bouwen ze samen rekwisieten voor Peter Greenaway's opera Rosa: achttien koeienkadavers van schuimrubber; Erik doet gezellig mee. Dat bleef zo toen Rob via het maken van commercials de filmwereld binnenrolde. Op de set mocht Erik potjes roeren en verf mengen; in de scène uit Nynke (Pieter Verhoeff, 2001) waarin Monic Hendrickx' personage een psychose krijgt en gloeiend hete kolen vasthoudt met haar blote hand, zorgde Erik ervoor dat de rook de juiste kant op walmde.


Inmiddels runnen vader en zoon een echt familiebedrijf, waar ze samenwerken met enkele vaste krachten en stagiaires. Tijdens het bezoek wordt er onder meer gesleuteld aan een schotwond voor de nieuwe misdaadserie Hollands hoop; terwijl Rob ervandoor gaat om 'iemand bevroren te maken' voor de cover van een tijdschrift, bereidt Erik de expositie op het NFF verder voor. Af en toe kijkt hij hoe het de stagiaires vergaat - twee jonge mensen, geconcentreerd gebogen over hun eigen monsterkoppen.


In Rob's Prop Shop hangt een aangename sfeer van zaagsel, bedrijvigheid en concentratie. Terwijl hier de afgelopen vijftien jaar aan tachtig speelfilms is gewerkt, valt er weinig stress te bespeuren. Rob werkt soms zeventig uur per week en kan zich met zes projecten tegelijk bezighouden zonder het overzicht te verliezen. Erik beperkt zich liever tot twee opdrachten. Hij wil ook tijd hebben om een avondje te gaan stappen of te klussen aan zijn huis. 'Ik vind het belangrijk om een rustpunt te behouden.'


Toch praten vader en zoon met dezelfde bezetenheid over hun vak. Ze kunnen eindeloos uitweiden over de materialen die ze gebruiken of over de manier waarop ze de emmerlijken in Borgman overtuigend naar de bodem van een vijver lieten zinken. De grootste uitdaging zit voor hen echter niet in de props, maar in de special make-up - in de zo levensecht mogelijke fysieke verandering van acteurs. 'Zo'n weerwolf', zegt Erik, wijzend naar een kop uit Het mysterie van de volle maan (Jeffrey de Vore, 2009), 'daarbij kun je hoog of laag springen, maar iedereen weet dat dat nep is.'


Liever zitten ze anderhalf tot twee uur te boetseren aan een gezicht dat ook iets terugzegt. Maken ze bijvoorbeeld Fedja van Huêt voor Daglicht (Diederik van Rooijen, 2013) 20 jaar ouder, zonder dat hij daarmee aan geloofwaardigheid verliest. 'Tien jaar geleden ging men dan honderdduizend rimpels aanbrengen', zegt Rob. 'Maar zo werkt het helemaal niet. Kijk maar.' Uit de goedgevulde boekenkast met studiemateriaal plukt hij het boek 100 x 100 van beeldend kunstenaar Truus Groen - honderd portretfoto's van honderdjarigen. 'Fysieke ouderdom betekent het verplaatsen van massa. Alles wordt zwaarder en komt op andere plekken te zitten. In dit boek kun je heel mooi zien dat zo'n gezicht daarmee helemaal niet rimpelig wordt.'


Terwijl ze een acteur 'veranderen', werken de Hillenbrinks steevast zonder spiegel. Erik: 'Pas als we klaar zijn, laten we ze in de spiegel kijken. Dan hebben ze plotseling iemand anders voor zich, een oudere variant. Dat helpt ze ontzettend. De grime wordt dan echt een instrument voor de acteurs. Ze gaan er anders van lopen, anders van bewegen. Als iemand lelijk moet spelen, gaat hem dat veel beter af als hij ook echt lelijk ís.'


Dat kenmerkt het precisiewerk van Rob's Prop Shop: het is vaak essentieel voor het effect van een scène of film en tegelijkertijd zo dienstbaar dat het bijna niet opvalt. Hoe onzichtbaarder hun bijdrage, hoe trotser de Hillenbrinks zijn. Geweldig, bijvoorbeeld, dat iedereen denkt dat Carice van Houten in Komt een vrouw bij de dokter (Reinout Oerlemans, 2009) écht haar haar afknipt, terwijl ze eigenlijk een 'kaalkapje' van de Hillenbrinks draagt.


Of anders de extreem grote, maar toch nog steeds natuurlijk ogende siliconenborsten van Imanuelle Grives in Alleen maar nette mensen. 'Die komen dus ook bij ons vandaan. Het was ook fijn voor Emanuelle dat ze nu niet met haar eigen borsten bloot hoefde. Die zaten mooi ingepakt onder onze creaties.'


Extra: Vader & zoon

Rob (56, links) en Erik (26) Hillenbrink, eigenaren van Rob's Prop Shop, gelden als de belangrijkste rekwisietenbouwers en special make-upartiesten van de Nederlandse filmindustrie. Al op 7-jarige leeftijd hielp Erik zijn vader met het bouwen van achttien schuimrubberen koeienkadavers voor Peter Greenaway's opera Rosa.


Extra: Don Corleone 3D

Op de expositie die Rob's Prop Shop inrichtte voor het NFF, is een pronkstuk te zien dat de Hillenbrinks niet voor een film, maar vooral voor zichzelf hebben gemaakt: een 3D-buste van Don Corleone (Marlon Brando) uit The Godfather. Het model was een cartoon van Sebastian Kruger. Erik Hillenbrink: 'We wilden zien of het in 3D nog steeds werkt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden