Eeuwige discussie over manipulatie zit ook in Documentair Festival Als filmkijker bijna zelf getuige

Oei, wat is Joris Ivens altijd voor leugenaar uitgemaakt omdat hij in zijn documentaires de werkelijkheid (de waarheid volgens sommigen zelfs) manipuleerde, er af en toe stukken in plakte die gespeeld waren en niet, zoals ze suggeerden, verslagen waren van de werkelijkheid....

Van onze verslaggever PETER VAN BUEREN

Wie dat Ivens nog steeds nadraagt, kan maar beter wegblijven op het achtste International Documentary Filmfestival Amsterdam. Daar immers barst het van documentaires waarin de werkelijkheid gemanipuleerd wordt, die je soms net zo goed fictie kunt noemen. En 29 daarvan strijden om de Joris Ivens Award, die niet door Frits Bolkenstein zal worden uitgereikt, maar door Ivens' weduwe Marceline Loridan.

Een van de beste voorbeelden, tevens een van de beste films uit de competitie, is De slag in de Javazee van Niek Koppen, die zaterdag in première gaat. Wie onvoorbereid naar die film kijkt, ziet allerlei gesproken getuigenisssen aangevuld en geïllustreerd met historisch beeldmateriaal. Beelden die zo nauw behoren bij wat verteld wordt, dat de getuigenissen als het ware commentaar geven op de beelden waarmee het verhaal van die beroemde zeeslag verteld wordt.

Maar van de slag in de Javazee bestaat helemaal geen filmmateriaal! Uit diverse bronnen heeft Niek Koppen films verzameld die passen, die ècht geweest hadden kunnen zijn. Niet altijd kan verborgen worden dat het niet echt is. Het is niet voorstelbaar dat overlevenden van een zinkend schip lachend een sloep in springen, zoals ergens in de film te zien is. Die beelden komen van een wèl gefilmde oefening uit die tijd, maar vóór de Slag. Verder lijkt het allemaal echt.

Bij Ivens mocht het niet, mag het bij Koppen wel? Natuurlijk. Koppen heeft niet zozeer een historisch document gemaakt, maar doet de slag herleven door middel van herinneringen en beelden. De feiten: op 27 februari 1942 krijgt een geallieerd eskader van Amerikaanse, Engelse, Australische en Nederlandse schepen onder leiding van schout-bij-nacht Karel Doorman de opdracht een Japanse invasievloot tegen te houden. Het werd een ramp, meer dan tweeduizend mannen kwamen om bij de totale vernieting van Doormans vloot.

Er waren overlevenden en zo'n 250 van hen heeft Niek Koppen gesproken. Hij heeft er 55 gefilmd en daarvan zitten er vijftig in de film, inclusief enkele Japanse officieren. De mannen zijn duidelijk gekozen om hun vertelvaardigheid, want de een heeft een nog mooier verhaal dan de ander. Samen bouwen de vijftig getuigen één persoonlijk en emotioneel verhaal op, dat zeer gedetailleerd de slag van begin tot eind vertelt, zo beeldend dat je als kijker bijna zelf getuige wordt.

De slag in de Javazee is een schitterend portret van mensen die het vanuit onmogelijke posities redden vanwege hun overlevingsdrang. Maar het is ook een portret van menselijk falen, van solidariteit, en ook van onmenselijkheid.

Een ander knap voorbeeld van manipulatie is Anything can happen van de Poolse regisseur Marcel Lozinski, die niet in de competitie zit omdat hij (zoals onder andere ook Moeder Dao) al op vele andere festivals te zien was, en voortdurend in de prijzen viel. De film laat een jongetje zien dat zich in een park vermaakt met zijn step, oude mensen op een bankje ziet zitten en deze soms vragen stelt. Die vragen zijn zeer persoonlijk ('Ben jij alleen en ongelukkkig?') en omdat ze uit de mond van zo'n onbevangen en brutaal jongetje komen, geven veel oudjes antwoord.

Maar ja, dat jongetje is wel de zoon van de regisseur, die door zijn vader met vragen op de oude mensen is afgestuurd, terwijl papa met een zoomlens toekijkt. Akkoord, na afloop heeft hij de slachtoffers verteld dat zij gefilmd waren, maar je kunt je afvragen of de regisseur die mensen niet flink belazerd heeft. En nergens wordt de kijker ingelicht over de manipulatie.

Gemanipuleerd heeft ook de Japanse regisseur Kazuo Hara in A dedicated Life. Aan dit lange en sterke portret van de schrijver Mitsuharu Inoue heeft Hara fictieve scènes toegevoegd (overigens duidelijk herkenbaar in zwart-wit, de rest is kleur), voornamelijk als hij over de jeugd van Inoue vertelt. Hier is het helder en heel bewust gedaan, want de overgang van fictie naar werkelijkheid en andersom is altijd al een thema in het werk van Hara geweest (zie The Empire's naked Army die in 1987 op het Rotterdamse festival draaide). Het is zelfs relevant voor Inoue, die studenten met wiskundige formules over werkelijkheid en fictie vertelt.

Nog even los van de eeuwige discussie over fictie en werkelijkheid (iedere documentaire is immers manipulatie met behulp van beelden uit de werkelijkheid) zijn genoemde voorbeelden wel heel vergaand. Er zijn natuurlijk veel meer films op de IDFA die niet of nauwelijks voor deze discussie in aanmerking komen, omdat zij gewoon hun verhaal vertellen met louter gebruik van beelden over een werkelijkheid die de regisseur wil tonen. Van die gewone documentaires is misschien de mooiste wel de Zweedse bijdrage Gubben i stugan. Een schitterend portret van een oude, gepensioneerde boswachter die de seizoenen beleeft in zijn huisje, ver van de bewoonde wereld.

De film is er een van: 'Er was eens een oude boswachter'. Regisseuse Nina Hedenius zegt deze tekst letterlijk in beelden. Je ziet een stad, veel mensen, veel geluid. Dan trekt de camera zich terug en achter de stad zie je dat er verderop een bos is. Auto's rijden op een weg en het beeld verschuift: steeds minder mensen, steeds minder geluid, steeds meer bomen. Dan de voet van een laars, een oude man die de plaat voor zijn kacheltje veegt. Zo kom je het portret van die zwijgende man binnen. Eén keer hoor je zijn stem, als hij telefoneert.

Andere menselijke geluiden komen af en toe uit de radio. Het weerbericht, nieuws, soms een muziekje. Zo anderhalf uur door, zonder commentaar, tot aan het eind de beelden van het begin terugkomen, met de stad, de bewoonde wereld, waar die oude man geheel buiten staat. Prachtig.

Het festival begint vanavond met Haïti, Untitled van de Deens regisseur Jorgen Leth, over wie de NPS gisteravond een portret uitzond. Leth woont al een tijdje op Haïti en geeft zijn impressie van het eiland in een stroom van willekeurig lijkende beelden. Je ziet patrouillerende Amerikaanse soldaten, een fotografe die van haar ervaringen vertelt, stadsbeelden met fel gekleurde auto's en soms opeens een lijk, politieke leiders die onbetrouwbaarheid uitstralen, vuilnisbelten, een prostituée die alle revoluties overleeft. En door alles heen voodoo. Surrealistisch soms, chaotisch, precies wat Leth zo fascineert op Haïti. Het is zijn persoonlijke visie en hij brengt dat mooi over.

Op het IDFA ook de Anne Frank-documentaire Anne Frank Remembered van Jon Blair, met daarin het enige bewaarde bewegende beeld van Anne Frank. Je verbaast je erover dat dit de eerste uitgebreide documentaire over Anne Franks leven is, met vele getuigenissen en documentair materiaal. Een goede, leerzame film, maar er is iets vreemds: je krijgt de indruk het allemaal al te weten en al eens eerder gezien te hebben. De dramatische climax van Blairs verhaal is vanzelfsprekend Anne's dood. De daarna volgende zoektocht van Otto Frank naar zijn verloren gezin na de oorlog, op zich interessant genoeg, valt er een beetje buiten.

Ook in competitie de nieuwe film van de Franse grootmeester Raymond Depardon, die in Délits flagrants laat zien hoe mannen en vrouwen die op heterdaad zijn betrapt, worden voorgeleid en door een procureur generaal worden ondervraagd, waarna zij eventueel bij een advocaat komen die hen op een rechtszitting voorbereid. Droog staat de camera in de kamer bij de verhoren. Veel gebeurt er verder niet. En je weet dat de openhartige beelden gemaakt zijn met toestemming van de betrokkenen. Ze weten dus dat er een camera staat. En zijn dus gemanipuleerd.

Knap en glad is de Amerikaanse bijdrage Fiddlefest van Allan Miller, over violiste Roberta Guaspari-Tzavarras en haar muziekschool in East-Harlem, New York. Je merkt dat er veel geld beschikbaar was voor deze documentaire, die welsiwaar knap gemaakt is, maar zijn ontroering bij voorbaat ontleent aan het gegeven van die veelal zwarte kinderen, die toewerken naar een concert met enkele befaamde violisten in de Carnegie Hall. Typisch voor Tweede Kerstdag bij de AVRO.

Daar zal Fin de Siglo niet worden uitgezonden, een mooi kaal portret van een warenhuis in Havana waar het personeel met een tekort aan goederen klanten bedient met een tekort aan geld. In de dagelijkse half elf-vergaderingen klaagt de kapster dat ze geen water heeft om haren te wassen en de verschillende afdelingen concurreren in afwezigheidspercentages. De schrijnende situatie op Cuba aan de hand van een concreet voorbeeld. De winkelleiding brengt de klachten van het personeel terug tot de stelling dat alles komt door de Amerikaanse economische blokkade. En dat is nog een beetje waar ook.

Curieus, niet echt goed, is het portet van Ivan Petrovitch Pavlov in The Physiology of Russian Life van Igor Alimpiev. Te veel aan elkaar gebreide beelden, een nogal willekeurig gemonteerd rommeltje, hoe leuk sommige taferelen ook zijn.

Een degelijk stuk ambacht is Silent Witness van Simon Everson, over een Engelse politieman die de lijken moet identificeren van mensen die zelfmoord hebben gepleegd door in de Teems te duiken. Daarna moet hij nabestaanden op de hoogte stellen.

De film volgt hem in zijn dagelijkse praktijk. Achter het professionele portret van de man zit de vraag waarom mensen de Teems kiezen als graf, vijfduizend al deze eeuw. Meestal ongezien, behalve door een kunstwerk, dat een glimlachende vrouwenkop uitbeeldt: de stille getuige.

Nogal aangrijpend is Savengers van de Japanse regisseur Hiroshi Shinomiya die vier jaar lang een paar kinderen volgde in een illegale krottenwijk rond een grote vuilnisbelt bij Manilla, 'Smoky Mountain' genoemd. Onvoorstelbaar hoe kinderen daar vrolijk aan hun toekomst denken: materiaal uit de vuilnishopen verzamelen dat een paar gulden oplevert. Aan het eind van de film wordt gemeld dat de belt in 1992 door een aardbeving verdween. De krottenwijk staat er nog min of meer, maar zelfs een onmenselijke toekomst is de bewoners niet beschoren.

Minder sterke films zijn er ook. Labendig van Hannes Schönemann bijvoorbeeld, over de bewoners van een psychiatrische inrichting. Altijd ontroerend, altijd leuk, een stelletje 'gekken'. Maar je voelt je er als kijker ook altijd onbehaaglijk bij. Labendig heeft weinig kop en nog minder staart en je vraagt je af wat er zo bijzonder aan is dat hij in de competitie van het IDFA zit.

Dat geldt min of meer ook voor Hidden Voices, over muzikanten en komieken die door het noorden van Engeland langs pubs trekken, en Cutting Loose, over de voorbereiding van e carnaval in New Orleans.

Bijzonder in onderwerp en vorm is wel weer Lizzie Borden Hash & Rehash. Eind vorige eeuw werd de vrouw Lizzie Borden ervan beschuldigd met een bijl haar stiefmoeder en haar vader te hebben vermoord. Een beroemde zaak waarover nog steeds wordt gediscussieerd, waarover liedjes en musicals werden gemaakt. Vreemd en op een leuke manier verteld.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden