Eeuwfeest in het winkelpaleis

De koepel van Lafayette bestaat een eeuw. En daar pakt het Parijse warenhuis mee uit.

De Galerie des Galeries van Lafayette is niet moeilijk te vinden. Wring je in het warenhuis langs de honderden Chinezen die zich verdringen bij de vitrines van Tissot, Guess of Hamilton alsof de horloges er worden weggegeven. Pak de roltrap naar de eerste verdieping, kijk intussen met een schuin oog even naar de waanzinkerstboom die - met dank aan Swarowski - onder La Coupole staat te fonkelen. Sla boven linksaf, houd Stella McCartney en Balenciaga aan je rechterhand en duik meteen na Louis Vuitton de reclametunnel in, recht tegenover Lanvin. Zo kom je bij de expositieruimte - samen met het uitzicht vanaf het dakterras op de Sacré-Coeur het enige dat hier gratis is.


Die tunnel, beplakt met affiches uit de geschiedenis van Lafayette, is het begin van de expositie die Rem Koolhaas met zijn bureau OMA mocht inrichten ter ere van het honderdjarig bestaan van La Coupole. Het was 1912, de Art Nouveau was op zijn hoogtepunt; Alphonse Kahn en Théophile Bader, twee joodse neven uit de Elzas, besloten hun Parijse warenhuis danig te vergroten.


Jacques Gruber uit Nancy, grootmeester van het gebrandschilderde glas, werd aangezocht om het glas te ontwerpen voor de immense koepel die de bekroning moest vormen van hun winkelpaleis. Die duizelingwekkende koepel met zijn bladgouden balkons en sierwapens wordt nog elke dag duizenden keren gefotografeerd.


Dat juist Koolhaas is gevraagd voor het eeuwfeest ligt voor de hand. De ster-architect is een pleitbezorger van het winkelen. Winkelcentra zijn voor hem de nieuwe kerken - plaatsen waar mensen samenkomen en richting geven aan hun leven. Ze worden in hun voortbestaan bedreigd door shoppen op internet. Om die aanval te overleven, moeten winkelcentra en warenhuizen volgens Koolhaas zo veel mogelijk andere bezigheden aan zich binden.


Hogepriester

'Winkelen zou heel goed een ander woord voor modernisering kunnen zijn', staat op een van de wanden; een statement waarmee de hogepriester zijn plaats onder de koepel waarmaakt. Naast de oneliners als vuistslagen waar Koolhaas het patent op heeft, biedt de tentoonstelling een kijkje in de archieven. Boven oude toonbanken hangen foto's van het interieur, toen onder de koepel nog een monumentale trap uitwaaierde. Tot 1974 gaf die toegang tot de hogere verdiepingen.


Er liggen ook brieven uit 1912, waarin de oprichters hun personeel sommeren vooral geen buitenlanders te helpen die het Frans niet machtig zijn; op de begane grond zijn immers tolken beschikbaar.


In een soort haardroogkappen worden zwart-wit filmpjes geprojecteerd die de eerste helikopterlanding op het dak van Lafayette laten zien of een dans van stakende verkoopsters. Een hoekje brengt de salons in herinnering, waar de heren konden roken en kouten terwijl hun dames uit winkelen gingen.


Hier is ook de portretgalerij van kunstenaars die voor Lafayette werkten: Bob Wilson, David Lynch, Josephine Baker, Laetitia Casta, Jean Nouvel - het lijstje leest als het affiche van een festival.


In de oude brochures op de salontafel worden zaken van gewicht aan de orde gesteld. Zoals: in welke periode waren mannen nog echt chic? 'Dat moet zo rond 1865 zijn geweest, toen ze pofbroeken en gekleurde overjassen droegen', vond actrice Gabrielle Robinne. Danseres Isadora Duncan was radicaler: 'De man die de mode volgt is nooit chic. Een mooi lichaam daarentegen is steeds elegant. Al zal de Griekse tuniek nooit geëvenaard worden.'


Met cijfers in de hand laat Koolhaas zien dat al die aandacht voor het warenhuis gerechtvaardigd is: Parijs trekt jaarlijks 38 miljoen bezoekers. Daarvan gaan er 8,9 miljoen naar het Louvre en 7 miljoen naar de Eiffeltoren. Maar naar La- fayette komen elk jaar 30 miljoen mensen.


Hij wil maar zeggen: een toeristische trekpleister van de eerste orde.


DE WARENHUIZEN VAN PARIJS

Lafayette was een nakomertje onder de grote Parijse warenhuizen. Au Bon Marché op de linkeroever, de chicste van allemaal, dateert van 1852. Printemps, buurman van Lafayette aan de boulevard Haussmann, is van 1865. BHV (Bazar de l'Hôtel de Ville) kreeg een jaar later zijn huidige allure. In 1869 werd La Samaritaine geopend, die al een eeuwigheid gesloten is, maar binnenkort een tweede leven krijgt. De warenhuizen worden steeds deftiger. Ze werken met shopping assistants en hebben speciale ontvangstruimten voor het gefortuneerde deel van de clientèle en voor Japanse en Chinese klanten.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden