Eeuwen kantoorellende geboekstaafd

Alleen tijdens kantooruren is een fascinerende collectie kantoorscènes uit films, schilderkunst en literatuur. Hoe de kantoorhiërarchie ons klemzet en tot fantaseren leidt....

Carien Overdijk

‘Ik begreep dat ook van het schutterig door de samenleving rondstumperen iets schoons te maken is’, zei Aart van der Leeuw – aldus zijn biografie – na het zien van een Chaplinfilm. In 1930, vlak voor zijn dood, publiceerde deze voormalige verzekeringsambtenaar de novelle De opdracht en de roman De Kleine Rudolf, waarin hij kantoorarbeid afschilderde als een grauwe gevangenschap.

Van der Leeuw was zijn eigen kantoor overigens al jong ontvlucht. De onlangs overleden J. J. Voskuil behoort tot de weinige auteurs die zo’n zelfbeleden kwelling doorstonden tot aan hun pensioen. ‘Ik moet me elke dag de rotzakken van het lijf houden’, zo typeert Voskuils alter ego Maarten Koning zijn decennialange martelgang als wetenschappelijk ambtenaar bij Het Bureau.

De kunsten en het kantoor, het zijn cirkels die elkaar zelden raken. Maar als ze dat doen, dan knettert het. De Nijmeegse cultuurhistoricus Remco Ensel heeft in Alleen tijdens kantooruren een schitterende collectie kantoorscènes bijeengebracht. Citaten uit literaire fictie en films vormen de hoofdmoot, maar er zijn ook dichtregels, een raptekst, een cartoon en een paar juweeltjes uit fotografie en schilderkunst. Daarnaast put de auteur uit sociologische en antropologische analyses van het kantoorbestaan.

Ensel weet verbluffend compact en soepel te vertellen waar kantoren vandaan komen en hoe ze de molochs zijn geworden die wij kennen. Hij lardeert dit relaas zo prikkelend met voorbeelden uit artistieke en wetenschappelijke bronnen, dat zelfs de verstokte boekenwurm of filmverslaafde zich zal betrappen op de reflex: dat moet ik lezen, die film wil ik zien.

Het woord vervreemding staat centraal. De cultuurwetenschapper beschrijft hoe de mechanisering en de bureaucratisering van het witteboordenwerk de organisation man heeft voortgebracht, de vlijtige horige die kon ontaarden in een eenzame frustraat, een gedepersonaliseerde carrièrejager of zelfs een nazi-handlanger. Van die karikaturale figuren zelf zijn – hoe zou het ook – geen artistieke reflecties op hun werkende leven bekend. Het fictieve kantoorleed komt tot ons via hun ondergeschikten of via buitenstaanders.

Een voorbehoud was daarom op zijn plaats geweest: kantoorkunst ontspruit per definitie aan geesten die niet in kantoren passen. De verbeelde lijdensweg is niet universeel, net zo min als bazen altijd de eendimensionale hufters zijn die hun portretten ons voorschotelen. Wel is zeker dat de kantoorhiërarchie bepaalde individuen klem zet en ongelukkig maakt. Elke weergave van die beleving kan fungeren als een troostrijke en vaak ook komische spiegel.

Alleen tijdens kantooruren plaatst die spiegels in een context. Ensel analyseert hoe kantoorslachtoffers hun knechting in fictie pareren met ontsnappingsfantasieën en met een vorm van magisch realisme.

Dat gaat van ‘De schrijfmachine mijmert gekkepraat’ uit Nijhoffs Awater en de klerk die een kever wordt in Kafka’s Die Verwandlung, tot de secretaresse die haar chef vergiftigt in de film Nine To Five (1980) en een surrealistische kantooretage in de film Being John Malkovich (1999). Ook bij de schrijvers Gogol, Lewis, Nescio, Elsschot en Alberts vindt Ensel voorbeelden van vervorming en escapisme.

Eeuwen kantoorellende glijden voorbij, vanaf de eerste priesterklerken via Dickensiaanse pennelikkerij naar de efficiencymanie ten tijde van de eerste wolkenkrabbers, om uit te komen bij de geprikklokte overregulering van de moderne tijd.

Ensel constateert dat kantoorwerk de eerste arbeidsvorm was die een harde scheidslijn aanbracht tussen openbaar en privé. Maar hij ziet nóg een breuk, aan de hand van vergaderscènes uit de literatuur: ‘Van de oplettende deelnemer wordt verwacht dat hij rechtop zit met het lichaam tegen de vergadertafel gedrukt (*). Als je maar doet alsof, is het goed. Nee, sterker, het is een vereiste van het kantoorregiem. Lichaam en geest worden van elkaar gescheiden.’

Foto’s uit het Amerikaanse boek Scientific Office Management (1917) tonen hoe verstikkend het klimaat op sommige kantoren geweest moet zijn. De studie biedt een panorama van verkilling, onderdrukking en radicaal klassenbewustzijn. Het Westen loopt hierin voorop, maar andere werelddelen volgen , zo blijkt uit uitstapjes naar Japan, Peru en India.

Sommige kantoorthema’s blijken tijdloos. Naast vervreemding en gevangenschap geldt dat ook voor de spanning tussen de seksen. Ensel beschrijft hoe papierwerk de man heeft gedomesticeerd en gedeseksualiseerd, en hoe het old boys network dit met opgeklopte heldenverhalen dient te compenseren. Tv-series als Debiteuren, crediteuren en The Office onderbouwen deze observaties.

Goed beargumenteerd is ook Ensels stelling dat die mannelijke geldingsdrang op kantoor een barrière opwerpt voor vrouwen. ‘Blending in als een kameleon’, is volgens de auteur ‘de prijs die vrouwen betalen’ om mee te mogen doen. Want de mannelijke toplaag in bedrijven, met zijn golfrituelen, sigaren en ‘pisbakkenoverleg’ verliest zijn glans als een vrouw de buddysfeer doorbreekt. Ensel haalt genderstudies aan die uitwijzen dat mannen door een carrière hun mannelijkheid versterken, terwijl vrouwen die meedingen op de apenrots hun vrouwelijkheid dreigen te verliezen. Deze paradox overbrugt eeuwen, zo blijkt uit damesromans uit het voorlaatste fin-de-siècle.

In de loop der jaren is het kantoorlandschap natuurlijk ook veranderd. De bullebak, die vanaf een podium zijn klerken – waaronder Nescio – onder permanent toezicht hield, is onderhand wel uitgestorven. Toch kent ook het digitale kantoor zijn dramatiek. Bij Ensel staat het te kijk in de cynische kantoorstrip Dilbert van de Amerikaan Scott Adams en in vervreemdende foto’s van diens landgenoot John Pilson.

De jongste tijd komt er in deze goed gedocumenteerde studie wat bekaaid vanaf, maar dat is de auteur nauwelijks aan te rekenen. Het wachten is op de eerste mislukte manager die zijn ondergang door een roedel assertieve trainees van zich afschrijft.Carien Overdijk

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden