Analysestuderen op anderhalve meter afstand

Eerstejaars studenten krijgen straks een lastige start

Leerlingen op de middelbare school kunnen weer gewoon beginnen. Maar dat geldt niet voor studenten. Iedereen boven de 18 jaar moet immers afstand houden. Wat staat de nieuwe lichting na de zomer te wachten?

Het vervolgonderwijs zit met de handen in het haar: hoe geven ze de nieuwe lichting eerstejaars een waardig begin van het studentenleven – op anderhalve meter afstand? Terwijl de situatie op de basis- en middelbare scholen komend lesjaar zo goed als normaal lijkt te worden, worstelen mbo’s, hbo’s en universiteiten met ‘hybride onderwijs’: een combinatie van lesgeven op afstand en op locatie.

De scholieren die al geen centraal eindexamen konden doen en konden fluiten naar het feestje na de diploma-uitreiking en het examenreisje naar Lloret de Mar of Albufeira, krijgen nu ook nog eens een lastig begin van hun vervolgstudie voor de kiezen, zowel leertechnisch als sociaal.

Minister Ingrid van Engelshoven (hoger onderwijs) deed de instellingen deze week een groot plezier door de aanvankelijk ingestelde ‘tijdslots’ los te laten. Wel is afgesproken ‘het onderwijs zo te organiseren dat studenten niet of nauwelijks in de spits hoeven te reizen’. Dat betekent dus: flexibele roosters, met een hoop gepuzzel voor de instellingen, en voor de studenten een schrijnend gebrek aan de broodnodige regelmaat.

De universiteit
Nicolo de Groot, vicedecaan Natuurwetenschappen, Wiskunde & Informatica aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, introduceert het vak natuurkunde aan eerstejaarsstudenten gewoonlijk met een scène uit Dan Browns boek Angels and Demons. Hoofdpersoon Robert Langdon (in de verfilming gespeeld door Tom Hanks) springt parachuteloos uit een helikopter, belandt in de rivier de Tiber en zet zowat ongedeerd voet aan wal. Studenten wordt een wetenschappelijk artikel hierover voorgeschoteld, waarin staat dat je zo’n vrije val van honderden meters best kunt overleven. Ze moeten de fout in dat artikel vinden: de wrijving van het water is niet meegerekend.

Studenten leren zo dat natuurkunde ‘meer dan een droog theorievak is’, zegt De Groot. En er is meer dat hen enthousiasmeert: ‘Ze worden vanaf de eerste dag aan het werk gezet, met intensieve begeleiding van docenten. Bètastudenten hebben op de middelbare school vaak weinig hoeven doen en gaan met die instelling het universiteitsleven in. Als je bij natuurkunde eenmaal achter de feiten aanloopt, is dat heel moeilijk te herstellen. Daarom is het belangrijk dat studenten in het begin vaak naar de campus komen.’

Op de anderhalvemeter-universiteit kan dat niet: in Nijmegen is voor hen waarschijnlijk maar ‘twee of drie’ dagen in de week plaats. Het lokaal voor werkgroepen biedt normaal ruimte aan zeventig studenten. Na de implementatie van het coronaprotocol blijft er plek over voor dertig. Meer lessen voor kleinere groepjes, deels online: het komt niet in de buurt van de origineel. ‘Met de theoretische hoorcolleges komt het wel goed. Maar dit soort lessen moet behoorlijk op de helling.’

Daarbij hebben de eerste weken van deze studenten een belangrijke sociale functie. Ze gaan doorgaans verder van huis studeren dan mbo’ers of hbo’ers, waardoor de zogenoemde ‘vvv’tjes’ (vriendjes van vroeger) vaak wegvallen. Ze moeten nieuwe vriendschappen maken. Het maakt de introductieweek normaal gesproken hét moment voor studentenverenigingen om nieuwe leden te werven.

Hoe die week eruit gaat zien, is op veel plekken nog niet duidelijk. Maar helemaal schrappen is geen optie, vindt Lyle Muns, voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb). ‘Zo’n week is vaak het moment waarop je vrienden maakt voor de rest van je studententijd. Als dat niet kan, komt de sociale cohesie in gevaar en het voortbestaan van studentenverenigingen onder druk te staan.’

De hogeschool
In veel opzichten lijkt de uitdaging waarvoor hogescholen staan op die van universiteiten. Ook hier moet de student in de eerste weken sociale contacten opdoen, en zien te wennen aan de nieuwe onderwijsinstelling en de opleidingsmaterie.

Maar trek de vergelijking met de universiteit niet te ver door: een nieuwbakken hbo’er is in de regel minder zelfstandig. ‘Zonder zelfstudie heb je op de universiteit weinig te zoeken’, legt Max Kohnstamm uit, docent Marketing bij aan de Hogeschool van Amsterdam. ‘Op het hbo vinden studenten het al heel wat als ze een paar hoofdstukken zelf moeten lezen.’

Er zijn daardoor meer theoriecolleges dan op de universiteit. Kohnstamm vindt het ‘frustrerend’ om die digitaal te moeten geven. ‘Tenzij je over de gaven van Barack Obama beschikt, is het onmogelijk om studenten door zo’n cameraatje te inspireren. Je maakt geen contact, kunt slecht grappen maken, krijgt nauwelijks vragen. Het is allemaal heel statisch. Dat is dodelijk als je eerstejaarsstudenten enthousiast wil maken voor je vak.’

De coronacrisis zal het komende jaar intensiever maken dan normaal. Mbo-studenten die door de uitbraak van de pandemie niet konden afstuderen, worden voorwaardelijk toegelaten op het hbo. ‘Die groep heeft nog meer begeleiding nodig dan normaal’, verwacht Eva Kloosterman van de Vereniging Hogescholen.

Het mbo
Het mbo hoopte op een uitzonderingspositie. Praktijkonderwijs is lastig als studenten afstand van elkaar moeten houden en zeker in het eerste jaar zijn veel mbo’ers jonger dan 18 jaar. Het kabinet schrapte deze week voor die leeftijdscategorie de anderhalvemeterregel.

Daardoor ontstaat een surreële situatie: mbo’ers jonger dan 18 mogen buiten school doen en laten wat ze willen, maar moeten op de onderwijsinstelling voldoende afstand houden. Daardoor zitten docenten flink in hun maag met de inrichting van hun lessen.

‘Ik heb even in ons bestand gekeken’, zegt Maurice Nienhuis, coördinator van de technische opleidingen bij het Alfa College in Groningen. ‘Van onze eerstejaars van dit jaar is tweederde nog geen 17. Ze moeten afstand houden, terwijl die praktijklessen juist bij ons zo belangrijk zijn.’

De lessen op mbo-instellingen schreeuwen om zo min mogelijk beperkingen. ‘Studenten leren het beroep timmerman of elektricien door het te doen. Natuurlijk zit er gereedschapskennis achter het aftimmeren van een kozijn. Maar het gaat om de koppeling van theorie naar praktijk. Dat kunnen ze thuis vaak niet oefenen’, aldus Nienhuis.

Normaliter kan Nienhuis 24 studenten kwijt in een lokaal. Met anderhalve meter afstand zijn dat er nog maar 8. ‘Dat is verre van ideaal. Je moet de les dan vaker geven, maar daarvoor hebben we het personeel niet. We merken dat studenten nu al een leerachterstand oplopen en we verliezen hen, omdat we hun niet het normale praktijkonderwijs kunnen bieden. Onze loopbaanbegeleiders hebben het drukker dan anders.’

‘We hebben een enquête gehouden onder onze studenten’, zegt Nienhuis. ‘Daaruit blijkt dat ze maximaal twee uur online hun aandacht erbij kunnen houden. Een digitale les is altijd theoretischer. Onze studenten hebben daar niet voor gekozen.’

De oplossing: weekendonderwijs?
Zelfs als de onderwijsinstellingen proberen zo veel mogelijk ruimte voor eerstejaarsstudenten in te plannen, blijft er maar enkele dagen per week plek voor hen.Dat baart Kohnstamm zorgen. ‘Als we studenten te weinig begeleiden, gaan ze zoveel studiepunten verliezen dat ze in februari het volgend jaar niet meer gaan halen.’ Dus adviseert Kohnstamm ‘buiten de kaders te denken’: overweeg in de avond of in het weekend les te geven, als docenten daartoe bereid zijn.

Minister Van Engelshoven hintte twee weken geleden dat die mogelijkheid er is voor onderwijsinstellingen, maar benadrukte deze week dat ook zij geen voorstander is. ‘We moeten niet op voorbaat zeggen: dat kan niet. Maar ik zie als geen ander hoe hoog de werkdruk is geweest. We moeten heel prudent zijn om docenten te vragen in andere uren les te geven.’

Lees verder:

Leerlingen op de meubelmakersopleiding studeren even niet af met een grandioos meesterstuk, maar met een werkstuk dat in een dag te maken valt. ‘Ik loop geen studievertraging op. Dat is een goede zaak.’

De onderwijskwaliteit in het mbo en hoger onderwijs is in coronatijd gedaald, oordelen docenten en managers in een enquête van vakbond AOb.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden