Reportage

Eerste voetgangersgebied in Las Vegas

Niets is Las Vegas, met al zijn gokpaleizen en megahotels, te dol om bezoekers te lokken. Maar nu doet de stad wel iets heel bijzonders: er komt een voetgangersgebied met een park. Ontworpen door het Nederlands-Amerikaanse bureau !melk.

De auto is niet langer koning in Las Vegas. De gokstad heeft voor het eerst in zijn geschiedenis een park, ontworpen door !melk. Dit Nederlands-Amerikaanse bureau creëerde ook een voetgangersgebied.Beeld Hanns Joosten

De opdracht was van een bijna ontwapenende commerciële eerlijkheid. Kijk, hadden de bazen van MGM, eigenaar van veel onroerend goed aan de Strip in Las Vegas, gewezen: hier staan Monte Carlo en New York-New York, megahotels annex gokpaleizen, tot in de puntjes vormgegeven volgens het gekozen thema. Monte Carlo met een reusachtige spuitfontein met beelden erin voor de ingang. New York-New York in de vorm van een rijtje wolkenkrabbers en oude pandjes uit Manhattan, compleet met een kermisattractie op het dak en een schaalmodel van de Brooklyn Bridge voor de deur. Niets te dol om bezoekers te lokken.

Maar kijk daar, aan de overkant van de achtbaansweg die 's werelds beroemdste gokstad doorklieft, bij dat rafelige stukje met sjofele zaakjes - een Hawaiian Marketplace met plastic prulletjes, nóg een Hard Rock Café - daar loopt nota bene iedereen!

Vraag aan de architect: hoe krijgen we die voetgangers hierheen?

De architect likt aan een ijsje op een terras voor Monte Carlo. Jerry van Eyck (49), net terug van een motorrit vanuit Phoenix, inspecteert vanachter zijn spiegelende zonnebril de omgeving. We zijn drieënhalf jaar verder, en alles is anders. Ja, aan de overkant staan nog steeds die winkeltjes: 'diep triest'. Maar hier flaneren nu mensen: over een brede wandelpromenade die Van Eyck over een lengte van zo'n 800 meter voor beide hotels heeft aangelegd. Weg is de spuitfontein en de 'neptempel' die hier de boel stonden te versperren. Want zo trof Van Eyck het hier destijds aan: 'Het was compleet onbegaanbaar terrein, vol gimmicks, en verder eigenlijk helemaal niks. Je kon vanaf het smalle randje stoep dat overbleef nauwelijks het hotel bereiken.'

Zijn antwoord op de vraag van MGM: 'Breek de boel maar af'.

En: 'Investeer je geld in ruimte, in léégte in de stad.'

Alles door de markt bepaald

Maandag opende de eerste fase van het masterplan dat de Nederlander Van Eyck met zijn New Yorkse bureau !melk ontwierp: een voetgangersgebied en een park. Zaken waarover je in Nederland gemakkelijk je schouders kunt ophalen: hoe bijzonder is dat nu helemaal? Maar voor de gokboulevard, ooit gebouwd met het oog op de langsrazende automobilist, is een voetgangersgebied een schaars goed. Het park is zelfs een unicum, het eerste in de geschiedenis van de Strip. Niet voor niets kwamen maandag bij de opening de gouverneur van Nevada en tv-ploegen van Fox News en CBS opdraven. Van Eycks ingreep wordt gezien als een belangrijke stap in de ontwikkeling van de gokstad, die zich meer en meer op voetgangers richt.

Het leuke, vindt Van Eyck, is dat in Vegas alles door de markt wordt bepaald, ook architectuur en de inrichting van de openbare ruimte. 'En zo is het altijd geweest.'

Een lonely highway door de Mojave-woestijn, dat was Route 91 in den beginne. Omdat de wetten buiten de stadsgrenzen van Las Vegas los waren, verrezen in de jaren veertig de eerste bordelen en gokpaleisjes langs de kilometerslange weg - veelal door de mafia gerund. Metershoge billboards, lichtreclames of standbeelden moesten de aandacht van de automobilist op grote afstand en bij hoge snelheid vangen. Ook hele gevels werden daartoe opgekalefaterd. De 'decorated shed' noemden Robert Venturo en Denise Scott Brown het in hun beroemde boek Learning from Las Vegas (1972): een kiprestaurant in de vorm van een kip, een verkooppunt met een donut op het dak, een casino vermomd als Eiffeltoren.

In een poging bezoekers zolang mogelijk binnen te houden en hen zo veel mogelijk geld te laten uitgeven, schaarden de hotels alles onder één dak (en vaak ook onder een thema, zoals het paleis van Caesar of het kasteel Camelot): casino, restaurants, bars, winkels, concertzalen, hotelkamers werden samengevoegd in een bewust desoriënterende ruimte, waar de uitgang lastig te vinden was en je - door het gebrek aan zonlicht - gemakkelijk de tijd vergat.

Beeld Hanns Joosten
Plattegrond

Goede openbare ruimte

Maar in Las Vegas is een kentering gaande, zegt Van Eyck terwijl hij op zijn promenade over glanzende bakstenen loopt. Want: 'The car is no longer king. De boulevard is dusdanig volgestouwd met casino's en hotels dat je de auto niet meer nodig hebt om van het een naar het ander te komen. Het overgrote deel van de 42 miljoen toeristen die de Strip vorig jaar bezochten, bestaat uit voetgangers. Die beperken zich niet meer tot één attractie, maar besluiten al wandelend waar ze naar binnen gaan. Komt bij: aan gokken geven deze gasten niet langer het meeste geld uit.' Wel aan goed eten, clubs en bars.

En dus was deze typologie totaal achterhaald, zegt Van Eyck. Hij wijst naar de kant van casinohotel New York-New York die bestaat uit een rij nephuizen. Ziet er spectaculair uit, maar je kon er niet vanaf de straat naar binnen. 'Deze gevel was volledig gesloten. Er gingen bars en restaurants achter schuil, maar die waren met hun rug naar de straat gekeerd, je kon ze alleen vanuit het casino bereiken.' Het was een van de eerste dingen die hij deed: de plint doorbreken, opdat het gebouw zich weer opent naar de straat. En direct daarna: die straat aantrekkelijk maken om langer te vertoeven. Met verkoelende waterpartijen, schaduwrijke bomen en allerhande zitjes.

Met een goede openbare ruimte kun je geld verdienen. Dat besef is doorgedrongen tot zijn particuliere opdrachtgever, zegt Van Eyck. Het ultieme bewijs: het park tussen New York-New York en Monte Carlo. Op peperdure grond waar evengoed nóg een hotel had kunnen staan. Het park verbindt de Strip met een gloednieuw muziekstadion, en leidt de bezoekers langs fancy bars, restaurants en clubs - zie daar de commerciële drijfveer. Maar het park is ook een van de weinige plekken waar je in de buitenlucht kunt neerstrijken, bij de tafels en stoeltjes die voor ieders gebruik klaarstaan; de enige niet overdekte ontmoetingsplek.

Minder spektakel

En het park gaat op nog een andere wijze in tegen de mores van Vegas. 'Alles in Vegas is nep', zegt Van Eyck. 'Maar ik wilde per se dat deze plek echt zou zijn.' Met echte woestijnvegetatie (palo verde, acacia, paarse salvia) in plaats van palmbomen. Met natuursteen uit de Mojave in plaats van betonplaten. Met een stratenpatroon in de kleuren en vormen van de woestijnvlakte. En met reusachtige stalen schaduwobjecten die zijn geïnspireerd door cactusbloemen.

Wat Vegas nodig heeft, had Van Eyck eens tegen MGM gezegd, is niet meer, maar minder spektakel. Het is alsof ze hebben meegeluisterd bij de Beer Garden, het restaurant-met-industrieel-tintje dat grenst aan het park. Binnen kun je tafelvoetballen en pingpongen. Op de picknicktafels buiten staan verantwoord vormgegeven houten gezelschapsspellen.

Gokken is uit in Vegas. Jenga en Vier op een Rij zijn in.

Voor de expositie Van de straat stelde Jerry van Eyck een presentatie samen over de ontwikkeling van de Strip in Las Vegas. T/m 30/4 in het Van Abbemuseum, Eindhoven.

Nederlandse landschapsarchitecten boeken succes in de Verenigde Staten. Goed, er is niet direct sprake van een invasie - het gaat om drie voorbeelden. Maar de opdrachten die aan deze drie Hollanders zijn verleend zijn wel in het oog springend, op locaties die iconisch zijn of door hun inbreng werden, kortom: prestigieus.

Beeld Hanns Joosten

Neem de High Line, een spoorviaduct in Manhattan dat op initiatief van buurtbewoners tot een langgerekt stadspark is getransformeerd. De razend populaire High Line veranderde het verloederde Meatpacking District in een chique buurt.

Veel New Yorkers weten welke Nederlandse landschapsarchitect verantwoordelijk was voor de beplanting van het park: 'Pete Oodolf'. De wereldberoemde tuin- en landschapsontwerper Piet Oudolf liet zich inspireren door de overwoekering van oude treinsporen; zijn ontwerp oogt wild maar is het niet.

Ook voor Governor's Island, een andere populaire bestemming voor New Yorkers, zijn Nederlanders verantwoordelijk. West 8 van Adriaan Geuze tekende voor de transformatie van het eiland, een voormalige marinebasis voor de kust van Manhattan. Historische grond: in 1624 zetten de eerste Nederlandse kolonisten hier voet aan wal; het eiland wordt gezien als de geboorteplek van New York.

Twee jaar geleden werd het nieuwe stadspark opgeleverd, met picknickvelden, fietspaden en een weide met hangmatten. West 8 gebruikte het slooppuin van de oude marinepanden om het eiland een paar meter boven de zeespiegel op te hogen. En om vier heuvels aan te leggen die het uitzicht op het Vrijheidsbeeld of de wolkenkrabbers van Manhattan nu eens versperren en dan weer vrijgeven. Zodat je verstoppertje kunt spelen met 's werelds beroemdste skyline.

Cactusbloemen

Ze zijn 15 tot 21 meter hoog, wegen elk zo'n 16 ton en zijn gebogen uit staalplaten. Toch ogen ze niet log, de 16 schaduwobjecten in de vorm van cactusbloemen, die over het nieuwe park aan de Strip in Las Vegas staan verspreid. Architect Jerry van Eyck liet ze maken door studio Metalix, onderdeel van scheepsbouwer IHC in Kinderdijk.

Landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen ineen

En dan dus The Strip. De legendarische gokboulevard in Las Vegas heeft sinds maandag zijn eerste park. Het is ontworpen door (landschap)architect Jerry van Eyck, voormalig partner van West 8 en oprichter van !melk.

Zowel Piet Oudolf, West 8 als !melk hebben meerdere projecten in de Verenigde Staten.

Is het te chauvinistisch te spreken van Nederlands succes? Aaron Betsky, van 2001 tot 2006 directeur van het Nederlands Architectuur Instituut en nu hoofd van de Frank Lloyd Wright School of Architecture in Arizona, lacht: 'Nee hoor, dat mag. Het aantal voorbeelden is bescheiden, maar opmerkelijk.'

Wel is belangrijk een onderscheid te maken tussen de bureaus, zegt hij: 'Piet Oudolf is meer een tuinarchitect, met een uiterst specialistische plantenkennis. Terwijl West 8 en !melk álle middelen aanwenden die een openbare ruimte bepalen - dat kunnen net zo goed bruggen als bomen zijn, staal of gazon.' Toch herkent Betsky een Nederlandse component die alle drie architecten bindt: 'Hun perspectief op het landschap. Ze gaan niet uit van de natuur, maar van een door de mens geschapen omgeving, een kunstmatig landschap. Bij Oudolf zie je dat in zijn bijna wetenschappelijke interesse in plantensoorten, die leidt tot een vormgeving gebaseerd op plantenstructuren en de verschillende stadia van verval. Bij West 8 en !melk in hun projectmatige, conceptuele aanpak. Ze richten niet zo maar een stukje land in. Ze maken een probleemanalyse van een gebied, waaruit hun ontwerp logisch voortvloeit. Het zijn landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen ineen. Dat is wel typisch Nederlands.'

Beeld Hanns Joosten

Die werkopvatting vloeit voort uit de Nederlandse traditie - alles is vormgegeven en doordacht in een dichtbevolkt land dat is veroverd op de zee. Het wordt gedoceerd aan onze opleidingen en het werd lange tijd gestimuleerd door overheidsopdrachten.

In die zin vindt Betsky het spijtig dat de Nederlandse aanpak niet meer invloed heeft. De projecten van Nederlandse architecten in Amerika zijn wat hem betreft te veel geïsoleerd, zoals de inrichting van een afgebakend stadspark. Betsky: 'Ik had gehoopt en verwacht dat hun invloed op het urbanisme, op de inrichting en uitbreiding van stedelijke en suburbane gebieden, groter zou zijn.'

Maar het is nog steeds een vooroordeel in de Verenigde Staten, stelt hij: 'Landschap en natuur worden hier nog altijd los gezien van mankracht en stedelijke ruimte.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden