Eerste van reeks design-tentoonstellingen in Kunsthal gewijd aan Rotterdams collectief De voorbije vlegeljaren van Hard Werken

Dat danken we aan het ontwerpbureau Inízio Design Group, twee jaar geleden geformeerd door samenvoeging van het Amsterdamse bureau Ten Cate Bergmans en de ooit als grafische wildebrassen bekend staande groep Hard Werken....

Van onze verslaggever

Hub. Hubben

ROTTERDAM

Het gebaar is voorspelbaar: de eerste bezoeker die in ons kielzog de pakweg acht meter hoge toren van blikken en pakjes passeert, maakt grapsgewijs aanstalten om aan de onderzijde een blikje weg te trekken. Hij doet het natuurlijk niet want hij loopt door de Design galerie van de Kunsthal in Rotterdam en niet bij Albert Heijn op de hoek. De stapeling moet vele honderden blikjes, doosjes en glazen potjes omvatten: verpakkingen voor uitjes, toetjes, rijst, yoghurt, boterkoeken, pannekoeken- en oliebollenmeel. Het wordt steeds mooier in de vaderlandse keukenkastjes.

Geschiedenis, dat is de correcte formulering. Want Inízio, en daarmee Hard Werken, mag midden jaren negentig worden gerekend tot de gedegen maar weinig spectaculaire ontwerpbureaus die bij de huidige moordende concurrentie vooral één ding voor ogen houden: de kassa moet blijven rinkelen.

Een doel dat allerminst laakbaar is, maar spannende of controversiële ontwerpen levert het niet op. Getuige bijvoorbeeld de vele tientallen boekomslagen die Erik Prinzen van Inízio de afgelopen jaren maakte voor de reeks Ooievaar Pockethouse. Zij zien er keurig en eenvormig uit met steevast een buikbandje dat niet, zoals gebruikelijk, los om de cover wordt gevouwen maar simpelweg op het omslag wordt meegedrukt, daarmee de kijker bij elk boek opnieuw achterlatend met de vraag wat er teloor ging van de onderliggende en in aanzet altijd bladvullende illustratie.

Boterkoeken of boekomslagen, het ontloopt elkaar niet veel; de verpakking is doordacht, uitgekiend en kleurig, en gericht op massaproduktie en dito omzet. De voornaamste taak van de ontwerper is te voorkomen dat de consument op enigerlei wijze voor het hoofd wordt gestoten.

Ooit golden bij Hard Werken andere wetten of, beter gezegd: géén wetten. Als Willem Kars samen met Gerard Hadders, Rick Vermeulen, Henk Elenga en Tom van den Haspel in het voorjaar van 1979 het eerste nummer van het tijdschrift Hard Werken lanceert, veroorzaakt dat aanvankelijk slechts rimpelingen in het dan bloedarme culturele klimaat van Rotterdam. De samenstellers zijn kunstschilder, ontwerper of allebei en het is de vormgeving van het blad - in totaal verschijnen elf nummers - die in ontwerperskringen in toenemende mate heftig wordt bediscussieerd.

Alle gangbare typografische regels worden naar de stoeprand geschoven en ogenschijnlijk is de plak- en kniptafel van de Hard Werken-ontwerpers - opmaakcomputers waren nog niet in zicht - getroffen door een ontploffing waarvan men de gevolgen eenvoudigweg heeft meegedrukt. Door elkaar heen dwarrelende en verminkte lettertypen, verknipte dan wel geënsceneerde foto's, bizarre kleurencombinaties, niets was verboden. Ordening was een vies woord en of een tekst leesbaar was donderde niet. Het beeld gold als de nieuwe afgod, een trend die mede werd gezet door de Haagse ontwerper Gert Dumbar en de groep Wild Plakken in Amsterdam. Afgezet tegen de rampzalige hit-and-run-lay-out van menig hedendaags magazine is maar moeilijk te vatten dat Hard Werken vijftien jaar geleden naast bijval ook veel weerstand opriep.

Het baanbrekende karakter van hun grafische activiteiten - Total Design was destijds nog heer en meester in ontwerpend Nederland - speelde hierbij een rol, maar het had tevens te maken met de manier waarop Hard Werken zichzelf 'verkocht'. In zijn uitingen even brutaal als in zijn ontwerpen was de man die jarenlang intern als boegbeeld en extern als schrikbeeld gold: Gerard Hadders. Sommige critici kregen een rood waas voor ogen bij uitspraken als 'Er dient weer geschreeuwd te worden om boven het gemompel uit te komen', of: 'Ik formuleer mijn eigen opdrachten en regels zijn er niet. Als je zelf iets leuk vindt en er zijn drie andere mensen die het ook leuk vinden, dan heb je een nieuwe regel gecreëerd.'

Feitelijk vatte Hadders hiermee de filosofie van Hard Werken exact samen: de ontwerpers opereerden weliswaar onder één naam maar waren verder nergens aan gebonden. Als in de jaren tachtig de jongenslub uitgroeit tot een veelgevraagd ontwerpbureau levert dat een enorme diversiteit aan ontwerpen op. Aanvankelijk is het vooral de culturele sector die kennismaakt met het 'bandeloze' vijftal. Zij ontwerpen het drukwerk voor theater-bioscoop Lantaren/'t Venster, voor het Lijnbaancentrum, en met name de affiches voor het Rotterdams filmfestival zijn hoogtepunten in het Hard Werken-oeuvre. Elk jaar verschijnt de markante tijgerkop in een andere vorm: in neon, als mozaïek, in zilverachtig lood gegoten of, als was hij aangespoeld, getekend in het zand op het strand.

Voor uitgeverij Bert Bakker maken Hadders en Rick Vermeulen talrijke dermate in het oog springende boekomslagen dat zowel betrokken schrijvers als boekhandelaren protesten laten horen. In de Volkskrant werd tien jaar geleden een cover van Hadders vergeleken met het wervende paneel van een kermiswagen en valt het woord beenhakkerstypografie. De uitgever trekt zich van de kritiek niets aan en laat de Hard Werken-ontwerpers tot op de dag van vandaag de vrije hand.

Dat hun cover-stijl zoveel school zou maken, kon destijds niemand bevroeden en wie vandaag een gemiddelde boekwinkel overziet, kan vaststellen dat de visuele herrie oogverblindend is. Terwijl menige ontwerper nu de beschikking heeft over een elektronische doos vol met toverkunstjes die hij liefst allemaal tegelijk wil tonen, blijven de omslagen van Hadders en Vermeulen opvallen - ditmaal in positieve zin.

Ook banken en grote bedrijven, waaronder de Nationale Investeringsbank en de PTT, weten inmiddels de weg naar de eigenzinnige Rotterdammers te vinden voor hun huisstijlen en interieurs. Zij brengen geld in het laatje al blijven het toch vooral opdrachten uit de culturele hoek waarop Hard Werken zich kan uitleven.

Wat iemand als Hadders durft te doen met een affiche, durft geen andere ontwerper. Neem de poster die hij maakte voor het Stedelijk Museum in Amsterdam ter gelegenheid van de overzichtstentoonstelling van de Amerikaanse ontwerper Raymond Loewy. Binnen de beperkte ruimte verwerkt hij afbeeldingen van een greyhound-bus, een stencilapparaat, een juke-box en drie tractoren. En dat is nog maar de eerste laag; onder de foto's schemeren nog eens talrijke logo's. Hadders benadrukt op deze wijze de veelzijdigheid van Loewy en hoewel hij spot met alle elementaire regels die voor een affiche gelden, is het resultaat beeldend en communicatief.

Aan het eind van de jaren tachtig pakken zich donkere luchten samen boven Hard Werken. De commerciële opdrachtgevers trekken zich terug en wensen in de ontwerpsfeer op veilig te spelen; de concurrentie van de vele epigonen doet zich flink voelen; en in de culturele sector wisselt men, zoals bekend, even vaak van ontwerper als van overhemd. Om een faillissement te voorkomen is een fusie met het aanzienlijk commerciëler gerichte Ten Cate Bergmans noodzakelijk. De vlegeljaren van Hard Werken zijn voorbij.

Het nieuwe bureau, Inízio, is gespecialiseerd in verpakkingen maar blijkt tevens actief in de nieuwe media. Zo ontwierpen Wybe Klaverdijk en Ben Markx een Internet-site voor Heineken. De huiskleur groen is ongetwijfeld voorgeschreven door het concern en voor het overige is de de vormgeving van deze site aan de brave kant - bij een wereldwijd opererend bedrijf vermoedelijk eveneens een vereiste.

Gerard Hadders ging niet mee naar Inízio en begon een eigen bureau. In een interview zei hij eens: 'Er zijn maar weinig mensen boven de vijfendertig met wie nog een onderhoudend gesprek valt te voeren, behalve als het media-freaks zijn.' Hij was toen achtentwintig jaar. Inmiddels is hij veertig. Wat weer eens aantoont dat ten slotte alles en iedereen geschiedenis wordt.

Hard Werken. Geschiedenis van een ontwerpbureau. Kunsthal Rotterdam; tot en met 26 november. Boek: Van Hard Werken tot Inízio; uitgever 010; prijs ¿ 29,- (verschijnt binnenkort).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden